Wij respecteren zijn keuze

Pillendraaister


Drie dragees schreef de dokter
en altijd maar dat meisje
dat diens duisternis vertaalde met een lach.

Ze zette onleesbare briefjes om
van onbegrijpelijk naar onbeduidend,
zichzelf onbetaalbaar makend.

Ze scheen bezorgd, dat was al wat.
Ze maalde en mengde, bundelde
krachten tot een handvol hoop.

Navigerend tussen meterslange lades,
zwevend boven haar precisieschalen,
was zij het enige wat hielp.

“Lees de instructies” zei ze.
Ze waarschuwde altijd
voor bijwerking. Van wie? Van wat?

Maar onvermijdelijk dyslectisch
want te erg voor woorden,
keerde hij potjes in potjes, kraste

zijn vaarwel op een bijsluiter,
en verzamelde moed voor
geen terugkeer meer mogelijk.


Ronald van Noorden © 2012 Cum Suis

Solovlucht van een bipolaire copiloot

Fijn dat het manische mannetje zich een keer weet te gedragen.

Locatie: een hiphopkelder van een middelgrote stad in de provincie. Ik vond de avond saai noch inspirerend. De optredens waren, tot dan toe, tamelijk voorspelbaar. Terwijl de tent toch ‘Home of the Brave’ werd genoemd. Die naam was trouwens ook niet origineel.

Toen ontstond er plotseling commotie. Een man van rond de zestig had het podium betreden. Dit kon best de volgende act zijn. Of een vader die zijn kind zocht. Een gezagsdrager misschien, die iets gewichtigs had mee te delen? Hij droeg een politiepet, maar dan zo één die ook voor style item kon doorgaan.

Het Eenmansimperium, ©Cum Suis

Hij zei op zoek te zijn naar een weggelopen hond en wilde een oproep plaatsen. Iemand moest van deze wending in het programma op de hoogte zijn, want op zijn aangeven werd op de achtergrond een begeleidingsband gestart. Al snel bleek dat hij het Beat Box tempo niet kon bijhouden. Eigenlijk reciteerde hij meer dan dat hij rapte.

Misschien maakte dit onderdeel uit van zijn optreden? Een poëtisch protest in een voormalig gemeenschapshuis waar nu alleen nog ruimte was voor Breakdance, bboy, hiphopdance, popping, DJ, Turntablism, scratchen, Rap en Graffiti workshops. Poëzie met een grote P leek een beetje naar de achtergrond verdwenen.

Hij droeg een prozaïsch gedicht voor over ene ‘Raaf’ die misschien voor hem op de vlucht was of in het geheim een ‘terloops gezin’ had gesticht. Het beest kon ook zijn opgepakt door ‘witgejaste mannen’ en nu ergens in ‘een tuig’ staan alwaar zijn ‘kwijl werd opgemeten’.

Klein straatschenderig wezen, waar hang je uit? Wie
heeft je ’t laatst gezien? Ik stelde geen condities aan je
zwerftocht, maar dat je steeds terugkwam gaf mij hoop
(al was het honger dat je naar je hok dreef).

Tot zover deze zoektocht naar zijn huisvriend. Door het gejoel dat uitbrak kon ik de rest van de voordracht niet meer horen. De schrijver/performer begon te jammeren dat het een schande was, maar zo werkte dat hier. Het publiek had een mening en bepaalde. Deze grijsaard wist gewoon te weinig beats in een minuut te stoppen waardoor de boombooms met hem aan de haal gingen en de protesterende buurtjongeren voor zijn boodschap bedankten.

Later begreep ik dat het niet aan de woorden had gelegen. Je moest de stem van de auteur er gewoon niet bij horen, noch hem er bij zien. In de rust van een bundel en bij onstentenis van zijn wat al te grote gedrevenheid kwam het geschrevene prachtig geserreerd over. Dat gevoel overkwam mij bladzij na bladzij. Dit leek me echt zo’n geval waar we vorm en vent moesten scheiden in het belang van de schoonheidsbeleving. 

Niet dat ik niets meer wilde weten van de persoon achter de schrijver. Dat zou oneerbiedig zijn richting zijn werk, waarvan ik juist een liefhebber dreigde te worden. Na nog een drietal van zijn optredens te hebben bijgewoond, op diverse plekken, was het mij echter duidelijk dat zijn openbare verschijning eerder afbreuk deed aan wat hij had te zeggen.

(recensie wordt vervolgd)

Verdwaalde


Opeens herkende hij zijn buurt niet meer.
Hij dacht dat de verkeerde tram
hem te ver van huis had gebracht;
hij stapte uit en alles was hem vreemd.

Hij liep zichzelf teruggekeerd voorbij,
zag vreemde voeten onder zich verdwijnen.
Aan wie vroeg hij de weg dat hij een
kamer in dit huis kreeg naast de mijne?

Hier was het goed, hij werd meteen begrepen.
Maar hij verdwaalde dieper in zichzelf.
Er staken, zei hij, ogen in zijn rug;
hij moest en zou naar huis terug.

Daar is hij ook beland. Gehaald door iemand
die hem vreemd was, werd hij met foto’s
van zichzelf bedrogen; hij kreeg het ware
nooit zo waar meer onder ogen.

Maar hij mocht opgaan in andermans
verleden, en kon, al had hij het te leen,
wel instaan voor het leven van een
man die ooit gelukkig scheen.


Schrijver: Ronald van Noorden © 2012 Cum Suis

In iedere taaluiting zingt een gedachte

Elke gedachte speelt met de taal.

Je hebt een tekst geschreven en je wilt er van af zijn, het schrijven van teksten. Je lichaam wil het ook. Je rug doet zeer. Je hebt geen zitvlees meer. Dat zoeken naar de juiste woorden heeft nu wel lang genoeg geduurd. Je hebt een halve dag besteed aan wat een eenvoudig stukje moest worden.

Helaas kun je de tijd niet dwingen. Je schijnt ook niet in staat te zijn – althans niet vandaag – om je wil op te leggen aan de zinnen. Je leest je werk nog eens na en je weet dat er iets aan schort. De tekst heeft het niet. Je voelt het, je hoort het, het stukje kraakt in z’n voegen. Jammer maar waar: er loopt iets niet.

De tegenzin die je bekruipt en andere emoties, omdat het schrijven maar niet wil lukken, zijn slechte raadgevers. Haast biedt niet de juiste spanning om het werk naar tevredenheid te voltooien. Waar een wil is, kan toch de mogelijkheid ontbreken om er iets moois van te maken.

Misschien is het dan tijd om de zaak uit handen te geven. Wellicht dat een ander, met meer schrijfervaring, je kan ondersteunen. Laat niet alle hoop varen, maar zoek op het juiste moment de juiste persoon om jou te helpen.

Wat ik kan:

Schrijven, vertalen, redigeren. Iets leesbaars creëren en dat ook publiceren. Nasynchronisatie en voice-over werk. Ik houd van taal en ik weet er iets van. Ik doe er iets mee omdat ik wat kan. Ik wek een tekst tot leven. Ik geef een film mijn klank. Ik acteer met mijn stem. Ik corrigeer met mijn pen. Ziedaar de dingen waar ik goed in ben.

Bij de boekpresentatie van een oud-journalist.

Heb je ooit geloofd voor altijd bovenop het nieuws te leven?
En zag je werkelijk het lekken van je pen voor feiten aan?
Van wat ik teruglas denk ik: als jij de krant maar haalde.

Ooit kun je hoegenaamd geen kwaad meer. Nu doet er nog
iets zeer. Er zijn ideeën. Je borrelt na. Je graaft een gat om bij
een gat te komen. Dat boek? Nou goed, het is je eerste keer.

Je noemt je carrière veelbewogen en geeft over de terugtocht
van dat front nog altijd op als een soldaat. Je klinkt met oud-
gedienden die ook beknibbelden op wat ze het liefste deden.

Moet er werkelijk iets worden rechtgezet? Wie of wat stel
je veilig? Wat vreet er zo aan veteranen? Je wilt op een
verleden wijzen? Werk dat ons aanstaart van de planken?

Ik vond dat nu juist één van je sterkere kanten: dat er niets van
eeuwigheid aan je kleefde. Het scheen er onverhoeds bij
ingeschoten. Je was vergeten te ijveren voor het nageslacht.

Helaas. Onszelf vergeven gaat niet zonder inktverlies.
Maar hoe gedegen wij ons ook herschrijven, hardnekkig
onkruid kruipt omhoog langs de regels.

Ronald van Noorden; ©Cum Suis, 2020

Painting: The writer and his destiny by Kiril Katsarov.

Taal is niets anders dan herleiding

De herleiding van gedachten tot hun simpelste vorm.

Het is alleen niet altijd makkelijk om die juiste vorm te vinden. Als de woorden op hun plaats vallen komt een tekst vaak verrassend eenvoudig over. Maar zo ogenschijnlijk simpel als het resultaat ook schijnt, zo moeizaam is de zoektocht naar de juiste woorden. Al was het alleen maar om de vele mogelijkheden die de taal biedt. De keuze is reuze. Je kunt letterlijk alle kanten op wat stijl en woordgebruik betreft. Hoe moet je kiezen uit zoveel varianten?

Taal is, zeg maar, ook echt mijn ding, mevrouw Cornelisse. Met meneer Van Dale – die over de ‘bewerkingsvolgorde in wiskundige expressies’ schijnt te gaan – heb ik minder. Terwijl de Dikke Van Dale zo’n beetje mijn bijbel is. Ik noem mij Taaljongen. Ik wacht op antwoord.

Daarnaast kan taal ook technisch complex zijn. Ken je alle grammaticaregels om foutloos te schrijven? Weet je voldoende van syntaxis, semantiek en interpunctie? Vergeleken met de taal is zelfs de computer een eenvoudig dingetje. Niet verwonderlijk dus dat er fouten worden gemaakt bij het gebruik van dat ingewikkelde instrument.

De wetten, de regels en de normen van de taal worden constant overschreden. Je zou kunnen zeggen dat taal springlevend is, juist door die afwijkingen. Dat taal dus leeft van haar fouten. Sommige onvolmaaktheden in het gebruik van taal worden met de tijd inderdaad als welkome veranderingen gezien. Andere groeien uit tot regelrechte taalkwesties waarover lang wordt gesteggeld.

Laten we niet te lang steggelen maar iets moois creëren volgens de bestaande regels en binnen de beschikbare mogelijkheden.

Het voormalige gedicht R/r

Op de rug van vuile zwanen is het moeizaam vliegen.

Voordat René Stoute een verhalenbundel schreef met een meeslepende titel, scheen hij een onverschillig stuk vreten dat bietsend en gappend door de hoofdstad zwierf. Dit vertelde mij een oud klasgenoot uit de provincie die ook naar Mokum was verhuisd. De mannen waren geen vrienden, wel lotgenoten, twee grachtengordeljunks met schrijfaspiraties. (De klasgenoot beweert te zijn afgekickt. Zijn writersblock bleek onherstelbaar.)

Ik leefde in Amsterdam in dezelfde periode als zij. Ik verbleef ook veel op straat. Mijn klasgenoot kwam ik regelmatig tegen. Hij versperde mij de weg omdat hij iets belangrijks had te melden. Het kwam er altijd op neer dat hij geld van mij wilde. Stoute zag ik nooit. Hij ziet er bleek uit op een foto uit die tijd die ik op internet vond. In levende lijve is hij voor mij onzichtbaar gebleven. ‘Maar is dat laatste niet juist het kenmerk van zulke jongens?’ probeert de klasgenoot.

Het gedicht R/r is ontstaan nadat ik had gelezen van de geslachtsverandering van schrijver en dichter René Stoute. Renate is op 19 maart 2000 op negenenveertigjarige leeftijd overleden.

Het leven van Stoute is in mijn ogen één van de meest tragische Nederlandse schrijverslevens in de literaire geschiedenis van ons taalgebied.

De tweede regel van mijn gedicht bevat een verwijzing naar de titel van haar debuut; de verhalenbundel ‘Op de rug van vuile zwanen’. Het werk kwam uit in 1982. De schrijfster zou vanaf toen nog ruim tien jaar als man door het leven moeten.

Niet alleen de titel sprak me aan, ook het boek deed me veel indertijd, mede omdat ik in de beschreven periode zelf nogal zieltogend door Amsterdam zwierf. Ik voelde verwantschap met de junk die al schrijvend probeert zijn verslaving te boven te komen. Het vervolg is voorspelbaar en dramatisch.

In 1991 bracht de schrijver zijn behoefte aan travestie aan het licht achter een, bewust transparant gehouden, façade van fictie. Terzelfdertijd kwam Maarten ‘t Hart met een soortgelijke boodschap. Die was niet zozeer in literatuur vervat maar werd veel openlijker uitgedragen. Ik vroeg mij af of diens belijdenis eerder een provocatie was dan een daadwerkelijk verlangen om gekleed te gaan als lid van de andere sekse. Het antwoord doet er niet toe. Feit is dat alle media-aandacht zich richtte op de in, weinig modieuze, vrouwenkleding uitgedoste ‘t Hart. Waarschijnlijk vanwege zijn grotere bekendheid als publieksschrijver. Ik gun hem die aandacht. Hij is een groot schrijver. Zijn uitdossing was allesbehalve glamoureus. Een dragqueen leek hij zeker niet. Maar ook dat doet niet ter zake. Wat ik mij nu afvraag is of een soortgelijke aandacht iets voor Stoute had kunnen betekenen. Waardering kan zo belangrijk zijn. Zou het hem een opleving hebben gegeven?

De gendertransformatie die Renate niet lang daarna onderging verliep allesbehalve gemakkelijk. Het schrijven wilde ook niet meer zo. Het lichaam van de schrijfster werd herinnerd aan een slopend drugsverleden middels opspelende leverkwalen. Ook stress was een constante factor. Een combinatie van problemen werd de schrijfster fataal. René heeft een veel te kort bestaan als Renate mogen doorbrengen.

Het leven van Stoute is in mijn ogen één van de meest tragische Nederlandse schrijverslevens in de literaire geschiedenis van ons taalgebied. Zij verdient dan ook meer dan mijn ene gedichtje.

Soms is het triest dat je werk niet wordt opgepikt zoals je voor ogen stond. Vaker is zo’n misverstand alleen maar lachwekkend. Doorgaans ook best wel begrijpelijk. Ik heb onderstaand gedicht indertijd opgestuurd om mee te doen aan Turings Nationale Gedichtenwedstrijd. Ik was blij dat ik met mijn bescheiden eerbetoon de eerste ronde haalde en minder opgetogen dat het niet terechtkwam in de selectie van de laatste 100 (dan wordt het opgenomen in een verzamelbundel). Mijn uitverkoring voor althans die eerste schifting had als voordeel dat het gedicht van een kort commentaar werd voorzien door een vakjury. Men had er het volgende over te zeggen:

‘Het begin is sterk, met de Niels Holgersson-achtige beschrijving, daarna wordt het cryptisch en onhelder. Concentreer je op een beeld en werk dat uit.’

Ik had een tamelijk helder beeld van de door Amsterdam zwervende junk toen ik het schreef. Zoals ik boven al suggereerde heeft het indertijd niet veel gescheeld of ik was zelf in het drugscircuit terecht gekomen. Het moet een worsteling geweest zijn voor Stoute om daarvan afgekickt verslag uit te brengen. De verhalen die hij bij De Arbeiderspers inleverde dienden dan ook ingrijpend geredigeerd te worden.

Ook ik kon wel wat redactieadviezen gebruiken indertijd. Zo had ik wat mannelijke persoonsvormen door vrouwelijke moeten vervangen. Ik had ieder misverstand over mijn onderwerp kunnen wegnemen door in de titel gewoon de man en de vrouw bij naam te noemen. Die veranderingen heb ik onderstaand doorgevoerd:

René / Renate (over R. Stoute)


Haar neus nog vol van wat hij had gedaan
– hij had op zwanenruggen meegevlogen –
werden de uren gram voor gram gewogen
waarin zij leerde op zichzelf te staan.

Zijn laatste boek ging over spijt
van wonden die tot bloedens toe genezen,
verdriet dat hangt rond ieder afscheid
en ‘t heft in eigen hand dat zich laat vrezen.

Zoveel uitleg deed de geest geen goed.
‘t Verleden dat zij trachtte te verdrijven
kon hij zo nuchter niet beschrijven
of ‘t kroop haar toch weer in het bloed.


Schrijver: Ronald van Noorden © 2012 Cum Suis

Naschrift:
Zoals wij weten speelt Nils Holgersson de hoofdrol in een kinderboek van Selma Lagerlöf. Ik wist van dit jochie alleen maar dat hij voor straf was omgetoverd in een duimgroot wezen. Ik geloof wel dat ik het kinderboek vroeger bezat maar verhalen over kleine mensen schoof ik altijd meteen aan de kant.

Op wikipedia leerde ik dat Nils zijn lot een beetje had verdiend. Hij had namelijk een kabouter gevangen genomen en geweigerd hem vrij te laten. Nils was sowieso een nogal naar wezentje voordat hij uitvloog. Bijna alle wezens op de boerderij waar hij woonde maakten kennis met zijn sadistische trekjes. Toen hij er in slaagde om mee te vliegen op de rug van zwanen en hij zijn woonplaats dus achter zich kon laten leek iedereen blij dat hij weg was. Voor hem begon er een leerzaam en louterend avontuur.

Toen ik op zoek ging naar wat meer informatie over de titel van Stoutes’ boek, en dan met name het feit dat ‘zijn’ zwanen vuil zijn, werd er, ter verklaring, op sommige plaatsen ook naar een versregel van Paul van Ostaijen verwezen. ‘t Is grappig om te lezen dat veel mediabronnen elkaar wat dit betreft napraten maar dat niemand de gewraakte regel ook daadwerkelijk kan citeren. Die is er dan ook niet.

Wij hebben, volgens mij, geen sprookjes nodig, noch citaten uit het werk van Ostaijen, om ‘Op de rug van vuile zwanen’ te verklaren. De titel verwijst naar het bestaan als heroïne-junk dat Stoute tot zijn 27ste heeft geleid. Zowel de ‘zwanen’ als het ‘vuile’ ervan worden met dat gegeven afdoende verklaard.

Leugen na leugen na leugen

Hoe konden meer dan 70 miljoen mensen stemmen op zo’n idioot?

In zijn meest recente speech in het Witte Huis – gisteren rond 23:00u – liet Donald Trump een stroom aan desinformatie los op zijn toehoorders, waarmee hij de legitimiteit van de verkiezingen probeerde te ondermijnen. Ik heb nog nooit zo’n gênante vertoning gezien van een president van Amerika. Iedere keer denk je dat je het ergste wel gehad hebt met die man, maar dan overtreft hij zichzelf weer in stupiditeit en vooral ook in valsheid. De ene ongefundeerde beschuldiging na de andere kwam uit zijn mond, waaronder beweringen dat ambtenaren in Pennsylvania en Detroit zouden hebben geprobeerd om verkiezingswaarnemers van stembureaus te weren. Journalisten wilden achteraf natuurlijk graag bewijzen zien, maar de president verklaarde zichzelf niet nader en vertrok zonder één vraag te beantwoorden.

Sommige persbureaus braken de toespraak tussentijds af omdat die gewoon teveel leugens bevatte. CNN liet deze vuilspuiterij aan onterechte beschuldigingen wel integraal zien. Het was een begrijpelijke journalistieke afweging maar naderhand waren de doorgaans welbespraakte analisten voor het eerst even verstomd van pure ontsteltenis en ongeloof. Zoveel regelrechte leugens. Zoveel bewust verkondigde verzinsels die de democratie ondermijnen en dus heel schadelijk zijn voor het land. In feite was er sprake van opruiing onder de kiezers. Ik vraag mij eens te meer af hoe bijna 68 miljoen mensen op zo’n idioot konden stemmen. Zijn zij ziende blind? Lezen zij geen kranten? Kunnen zij dan echt totaal geen zin van onzin onderscheiden? Het was eng om te zien hoe Amerikaanse burgers met geweren, in wezen aangespoord door hun president, zich rond sommige telbureaus verzamelden en daar leuzen schreeuwden als ‘Stop The Counting’ of erger.

CNN besloot de stuitende speech wel integraal uit te zenden. Daarna waren de journalisten zichtbaar aangedaan. Citaat van de talkhost: ‘You see him like an obese turttle on his back, frailing in the hot sun.’

Hier een opsomming van wat de president beweerde en wat er feitelijk van waar is:

TRUMP: “We’re hearing stories that are horror stories. We think there is going to be a lot of litigation because we have so much evidence and so much proof.”

DE FEITEN: Trump heeft geen bewijs geleverd van systematische problemen bij het stemmen en het tellen van de stemmen. De ‘mailed-in ballot-counting’ (het tellen van met de post binnengekomen stemmen) verloopt juist opvallend probleemloos door het hele land, zelfs nu de VS te kampen heeft met de coronapandemie.

Eén van Trumps belangrijkste bezwaren – dat het tellen de verkiezingsdag overschrijdt – mist elke grond. Op geen enkele presidentsverkiezing ooit, zijn al de stemmen op dezelfde dag geteld en er bestaat geen wet die zegt dat zoiets moet. Het grote aantal stemmen per post en de hoge opkomst hebben het telproces in sommige, maar niet in alle gevallen, vertraagd.

Pennsylvania

TRUMP: “In Pennsylvania partisan Democrats have allowed ballots in the state to be received three days after the election and we think much more than that and they are counting those without any postmarks or any identification whatsoever.”

DE FEITEN: Het hoogste gerecht van de staat, dus niet ‘partisan Democrats’, heeft bepaald dat stembiljetten die waren ingevuld voor het eind van de verkiezingsdag, drie dagen later nog konden worden ontvangen en meegeteld. De hoogste rechter onderzocht de zaak en stemde toe in die tijdspanne. Andere staten hebben ook aanpassingen goedgekeurd voor stembiljetten die wat later arriveren in de post.

TRUMP: “Pennsylvania Democrats have gone to the state supreme court to try and ban our election observers … They don’t want anybody in there. They don’t want anybody watching them while they are counting the ballots.”

DE FEITEN: Dat is een leugen. De president geeft een valse weergave van de rechtszaak. Niemand heeft geprobeerd om verkiezingswaarnemers te weren. Democraten hebben absoluut geen poging gedaan om republikeinse vertegenwoordigers de waarneming van het verkiezingsproces onmogelijk te maken. Het ging voornamelijk om de afstand waarmee waarnemers bij de verkiezingsmedewerkers konden komen, die de per post ontvangen stemmen aan het verwerken waren. Het Trumpkamp heeft een proces aangespannen om deze waarnemers dichterbij te laten komen dan in de bestaande richtlijnen was voorgeschreven. De rechter besliste in het voordeel van dit verzoek. Dat was werkelijk alles.

Michigan

TRUMP: “Our campaign has been denied access to observe any counting in Detroit.”

DE FEITEN: Dat is onwaar. Schriftelijke stemmen (absentee ballots) werden geteld in een stembureau (convention centre) in de binnenstad waar 134 telborden waren geïnstalleerd. Iedere partij mocht een verkiezingswaarnemer per bord laten meekijken.

Ontluisterend. Trump’s hypocrisie komt hier op neer. Enerzijds zegt hij: STOP THE COUNTING IN PA & GA CAUSE I’M IN THE LEAD! En anderzijds: DON’T STOP THE COUNTING IN NV & AZ CAUSE I’M BEHIND!
Georgia

TRUMP: “The election apparatus in Georgia is run by Democrats.”

DE FEITENDit is onwaar. Aan het hoofd van de verkiezingen van deze staat is een republikein: staatssecretaris Brad Raffensperger.

TRUMP: “The 11th Circuit ruled that in Georgia the votes have to be in by election day, that they should be in by election day. And they weren’t. Votes are coming in after election day.”

DE FEITEN: Hoewel de rechtbank had bepaald dat de stemmen om 19:00u op de dag van de verkiezingen binnen moesten zijn om mee te kunnen tellen, was er een uitzondering gemaakt voor de stemmen van Amerikaanse militairen die overzee dienen. Deze konden nog ingenomen worden tot vrijdag 17:00u. De stemmen die de verkiezingsambtenaren in Georgia aan het tellen waren na verkiezingsdag zijn stuk voor stuk rechtmatig want op tijd ontvangen.

Rechtmatigheid van de stemmen

TRUMP: “If you count the legal votes, I easily win. If you count the illegal votes, they can try to steal the election from us.”

DE FEITEN: Dit is ongefundeerd. Noch Trumps campagnemedewerkers, noch verkiezingsambtenaren zijn substantiële hoeveelheden ‘illegale’ stemmen tegengekomen, laat staande hoeveelheden die de verkiezingsoverwinning van Trump in de weg zouden kunnen staan. Hij doet regelmatig voorkomen alsof de stemmen per post onrechtmatig zijn. Maar alles verloopt in overeenstemming met de stemregels, die in sommige gevallen zijn aangepast door gezagdragers vanwege de coronapandemie, dus om het stemmen voor de kiezers zo veilig mogelijk te houden.

TRUMP: “We were winning all the key locations, by a lot actually.” (Klagend dat onderhandse activiteiten zijn voorsprong zou hebben tenietgedaan.)

DE FEITEN: De omslag in het succes waarover hij spreekt wordt verklaard door de manier van stemmen in de staten, niet door één of andere malversatie. Grote steden geven hun nummers vaak langzamer door en deze stedelingen zijn doorgaans in meerderheid democratisch.
Ook stemmen per post worden meestal pas geteld aan het einde van het verkiezingsproces. Dat gedeelte van de stemmen viel niet toevallig ten gunste van Biden uit. Trump had zijn electoraat immers aangeraden om af te zien van stemmen per post, dus om in eigen persoon en op verkiezingsdag te gaan stemmen. Dit verklaart waarom Trump deze dag afsloot met winst in bijvoorbeeld Pennsylvania, Michigan, Wisconsin en Georgia maar z’n voorsprong zag wegslinken vanaf de woensdag daarna.

Jihadisten bespotten mag ook al niet meer?

Een docent van het Emmauscollege in Rotterdam zit ondergedoken.

Hij legde nog uit dat het niet over een spotprent van Allah of Mohammed ging maar over een jihadist. Een islamitische extremist dus. Het mocht niet baten. Drie schoolmeisjes beschuldigden de docent van godslastering. Er verschenen foto’s op Instagram en Facebook van het prikbord in het klaslokaal met daarop de gewraakte cartoon, waarna de leraar online werd bedreigd.

De docent zit inmiddels ondergedoken. De betreffende leerlingen kunnen gewoon naar school. Wat een groot gebrek aan consideratie met de slachtoffers van aanslagen door moslimterroristen – en hun rouwende nabestaanden – om juist in deze tijd een punt te maken van een cartoon die alleen maar ingaat en commentarieert op iets dat evident verschrikkelijk is.


In de afgesloten leefwereld van de geïndoctrineerde meisjes was misschien alleen een leraar van een openbare middelbare school nog enigszins in staat om hen iets bij te brengen over diversiteit en vrijheid van meningsuiting, maar deze man hebben zij het lesgeven nu onmogelijk gemaakt. Ik vrees dat de enggeestige omgeving van de meisjes verder voornamelijk uit Nederlandse moslims bestaat. Een initiatief om beledigen van de profeet strafbaar te stellen vindt daar ondertussen brede steun.

Ik onderga het knarsetandend, maar denk: ok, goed, laat dat zo zijn, dan zal ik Allah of Mohammed hier sparen. Deze site wordt gelezen door vijf man en een paardenkop maar toch; je mag je eigen veiligheid toch enigszins bewaken? Dat de meisjes zich keerden tegen mensen die spotprenten van NIET-heiligen afbeelden, zal wel een vergissing zijn. Hun ouders leggen hen hopelijk uit dat ze zich niet ‘roomser dan de Paus’ hoeven te gedragen. En verder dat een welgemeend sorry nu misschien op z’n plaats is?

Aanvulling 6 november 2020 (bron:NRC):
De Rotterdamse politie heeft vrijdagochtend een 18-jarige vrouw aangehouden op verdenking van opruiing. Een post van haar op sociale media zou anderen hebben aangezet tot „het plegen van strafbare feiten richting het Emmauscollege en een docent.”

De mislukte levitatie van de beeld-bel-boeddha

Hoe een eerste online yogales maar niet van de grond kwam.

De vriendin liet een schermfoto zien van zichzelf in kleermakerszit. Ze was de eerste die zich had aangemeld voor de videobijeenkomst. Een nieuwe ervaring voor zowel de yogalerares als de deelnemers. De vriendin oogde fris en verwachtingsvol. Buiten was het kil en miezerig maar vandaag kon zij zich de fietstocht naar het andere dorp besparen. Ideaal. Als alles werkte tenminste.

Haar foto prijkte in het midden van het scherm. Daar zouden vast en zeker nog andere gezichten bijkomen. Zes deelnemers hadden geopteerd voor yoga op afstand. Tien anderen prefereerden een les als vanouds. Dat mocht ook natuurlijk. Er was nog geen totale lockdown afgekondigd. Waar de lessen normaal werden gegeven, waren een paar technische veranderingen doorgevoerd, die de verbinding met de thuisblijvers tot stand moest brengen.

Verwachtingsvol wachtend tot zich andere yogi’s zouden melden voor de yoga ‘vergadering’ bleef het helaas angstvallig stil.

De lerares had een computerjongen uit het dorp in de hand genomen. Zijzelf wist naar eigen zeggen ‘net iets meer van internet dan een digibeet’. Ze zag al weken de noodzaak in van online gaan met haar lessen, maar had er ‘tegenaan gehikt’ en het almaar uitgesteld. De slimme jongen verzekerde haar dat het absoluut niet ging om ‘rocket science’. Gewoon een kwestie van een paar webcams ophangen en een videobelprogramma installeren dat ook alle deelnemers thuis op hun pc, tablet of mobieltje moesten ‘hebben’.

De vriendin stuurde een foto van zichzelf. Ik kon hieruit niet afleiden om welk programma het ging. Zij wist ook niet meer wat ze had moeten installeren voor deze ‘vergadering’. We moesten beiden lachen om dat woord. En wat dat programma betrof: ‘Hangouts’ zou wel leuk zijn ivm de associatie met zweven, bedacht ik me. Je leerling hoopvol laten hangen in het luchtledige. Maar het ging waarschijnlijk om Microsoft Teams. ‘Wat maakt het uit’, schreef ze terecht, ‘van mijn kant werkt het en ik zit er helemaal klaar voor.’

Het zou een eenzame contemplatieoefening worden. Deze zelfmeditatie werd lang na aanvang van de normale lestijd onderbroken door de lerares die appte dat ze er niet uitkwam. Was de handige jongen dan niet aanwezig? Nee, die zat rond deze tijd gewoon op school. Het bleek trouwens om een neefje van haar te gaan. Hij had wel een paar instructies voor haar opgeschreven, voor het geval het onverhoopt toch niet zou lukken allemaal, maar die kon ze, bij nader inzien, niet ontcijferen.

‘Volgende week nog maar eens proberen’ schreef ze onvermurwbaar. Ze moest nu door met de ‘echte deelnemers’. De mensen van vlees en bloed zeg maar.