Incongruentie

Congruentie binnen een zin betekent dat woorden die bij elkaar horen gelijk aan elkaar moeten zijn in getal of geslacht. Je schrijft bijvoorbeeld altijd Robert en Jesse lopen en niet Robert en Jesse loopt. Het onderwerp (Robert en Jesse) is in getal altijd hetzelfde als de persoonsvorm (lopen).

Wanneer er een fout zit in de congruentie, is er sprake van incongruentie. Incongruentie ontstaat meestal in twee gevallen;
1. wanneer het onderwerp en de persoonsvorm in getal niet gelijk zijn;
2. wanneer het voornaamwoord of het bijvoeglijk naamwoord niet past bij het woord waar het bij hoort.

De eerste fout ontstaat vaak wanneer het onderwerp enkelvoud lijkt, maar meervoud is.

  • Fout: De media heeft veel aandacht aan dat onderwerp besteed.
  • Goed: De media hebben veel aandacht aan dat onderwerp besteed.


Het onderwerp (De media) is meervoud. Daarom moet de persoonsvorm ook in het meervoud staan: hebben.

De tweede fout ontstaat doordat bijvoorbeeld een verkeerd betrekkelijk of bezittelijk voornaamwoord wordt gebruikt.

  • Fout: Het huis die daar staat.
  • Goed: Het huis dat daar staat.


Het woord huis is onzijdig (een het-woord), dus je gebruikt het betrekkelijk voornaamwoord dat.

  • Fout: De regering heeft zijn beslissing herroepen.
  • Goed: De regering heeft haar beslissing herroepen.


Het woord regering is vrouwelijk, dus gebruik je het bezittelijk voornaamwoord haar.