De cursus ‘succesvol naar werk’

Omdat ik vandaag alleen de laatste zin citeerde van een gedicht van Komrij, plaats ik het hier in z’n geheel. Waarschijnlijk ook omdat het vrij nauwkeurig het gevoel verwoordt, dat mij bekroop, toen ik probeerde om nog iets van een – op losse schroeven staand – geloof in mezelf overeind te houden.

Dat moest! Ik was op een cursus van het UWV genaamd ‘succesvol naar werk’ en zelfrelativering of cynisme waren verboden. (Bijvoorbeeld over wat we de natuur aandoen met onze ‘business as usual’).

In het kader van de ‘STARR-methodiek’ moest ik aan de hand van voorbeelden vertellen waar ik goed in ben. “Zo voelt het meer eigen en minder als een verkooppraatje” instrueerde mij een overigens zeer aimabele en kundige coach. Ik hield, met ingehouden wantrouwen, mijn obligate voordracht over een wapenfeit dat ook kan worden uitgelegd als een mislukking.

Dit is het eerste gedicht uit ‘Het derde stuk’ met de titel ‘Natuur ligt in dromen verzonken’. Net als de ‘je’ in dit gedicht koester ik idealen omtrent de heilzame werking van de natuur maar hoor ik ook dagelijks tegenstemmen die zeggen dat het zinloos is om nog te strijden voor een beter milieu. De wereld gaat aan een verkeerd soort vlijt ten onder, de geweldige inspanningen van jonge helden als Greta Thunberg c.s. ten spijt. Dank je Komrij dat je er was en bent voor mij om alles te relativeren in een paar ironische dichtregels.

Hoog op de gele wagen

Je hebt Goddank twee goede longen, 
want als jeRookt dan piep je niet. 
Je hebt ook een goed hart
Daarbij, want dans je voor je bed een walsje
Dan voel je je dolgesprongen, niet benard.

Je hebt immers een zéér fijne neus voor vuile
Lucht, en slinks bespoten snijbonen en sla.
Om het zemelloze kadetje kan je huilen,
En je grijpt zesmaal ’s daags naar de tandpasta.

Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd,
Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,
En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp
Dan tien jaar maf tussen de dennennaalden.’

Gerrit Komrij (1944-2012) 
uit: Ik heb Goddank twee goede longen (1971)