Een dagje uit van ‘het spoor’

Op cursus. Hoe een vervoersbedrijf zijn personeel liet zweven.

Ik herinner mij die sessie waarin wij onder begeleiding van een ingehuurde coach op zoek gingen naar zelfrealisatie. Dat vereiste eerst een grondige schoonmaak. Er kleefde overbodigheid aan ons. Die kon zo de kliko in. Je moest je lichaam klaarmaken om ‘het geestelijke’ te ontvangen. Langs de weg van de ‘zuivering van het zelf’, zouden we ‘in heelheid van en met de schepping’ geraken. We zouden immens intense momenten gaan beleven.

Eerst trachtte Paramhansa (Hans voor niet ingewijden) ons ervan te overtuigen hoe wezenlijk het proces van loslaten wel niet was. Wat precies moesten wij opgeven, vrijmaken, vaarwelzeggen? Niet minder dan onszelf? Ja…nou…in ieder geval achtte hij het raadzaam om hetgeen wij ‘het ik’ noemden, tot het wezenlijke terug te brengen.

Van het seinhuis naar de meditatieruimte was niet zomaar een kwestie van een wissel omzetten. Seinhuiswachter Jan Maartenssen werkte 6 dagen per week en negen uur per dag. Veel is zonder twijfel beter geworden voor de huidige werknemers van het spoorbedrijf. Uit dankbaarheid om zoveel vooruitgang in arbeidsomstandigheden zijn zij bereid om soms een oogje dicht te knijpen. Het is daarnaast bijzonder prettig dat dergelijke cursusdagen worden doorbetaald en dat de lunches inclusief en goed verzorgd zijn.

Hij gaf het voorbeeld van monniken die al mediterend een graad van ‘non ego’ hadden bereikt. Ze stonden onverschillig tegenover de materie, het vlees, ja zelfs fysieke schoonheid. (En werk? vroeg ik hoopvol.). Die kleine, persoonlijke, alledaagse zorgen, die onze levens zo beheersen, hadden zij in ieder geval absoluut niet meer. Ze zwichtten niet langer voor krachten van buiten zoals de vaak onmogelijke eisen die de maatschappij aan ons stelt. Ze hadden – oh jeuk – ‘het fysieke lichaam losgelaten’ en waren ‘met het lichtlichaam gaan reizen’. (Ik dacht: NS, daar gaat je winst).

“Stel je voor dat je elke gedachte aan jezelf kunt achterlaten” zei onze coach op die zalvende manier die er geen twijfel over liet bestaan dat hij deze vorm van ‘Selbstverneinung’ de ultieme ‘staat van zijn’ achtte. “Natuurlijk lukt ons dit nooit. In ieder geval niet deze middag” Hij lachte om zijn eigen voorstelling van zaken. “Toch gaan ook wij proberen om ons ego heel even te laten varen.”

En ja hoor, daar kwamen de yogamatjes en de meditatiekussentjes uit de kast. Stoelen en tafels aan de kant. We mochten in een kring gaan zitten. Als eenvoudige kleermakers, ongemakkelijk maar puur. De weg naar zelfverlossing werd ingezet. We konden in ieder geval een beginnetje maken.

We moesten ‘een schild afwerpen zonder naakt te staan.’ Juist daardoor zouden we ‘meer naar onze kern gaan’. Dat was beter dan ‘een onrealistische buitenkant aan de man te brengen’. (Wat we natuurlijk allemaal deden.) Pas als je jezelf zo had ontdaan van overbodigheden kon je ‘de jas aantrekken die bij je paste.’

Als altijd had onze goeroe iets zeer bepalends. Zijn aplomb deed, op mij, meer inbreuk op zijn geloofwaardigheid, dan dat hij, als oefenmeester, indruk op mij maakte, maar ik zag mijn collega’s zichzelf in gedachten al uitkleden, afpellen, losmaken. Toen iedereen in de ban was geraakt (of het spelletje althans fantastisch meespeelde), gingen we, onder begeleiding van ‘ontspanningsgeluiden’ uit zijn tablet, aan de slag.

Ik dacht de hele tijd: dit gaat niet goed. Alsof je de voordeur openzet en op vakantie gaat. En dan ook nog verwacht dat een inbreker de plantjes zal verzorgen. Nou ja, zoiets; het realiseren van een ‘onpersoonlijke essentie’, zoals die zogenaamde zelfverwerkelijking mij voor ogen stond, ik was daar duidelijk nog niet rijp voor.

“Denk aan iets anders dan jezelf” spoorde de goeroe flemend aan. “Probeer je een levendige voorstelling te maken van iets waarbij je zelf niet actief betrokken bent. Je neemt alleen maar waar.”

In de volgende minuten trachtte ik clichés, die als eerste bij me opkwamen, uit mijn hoofd te bannen. Ik zag beren broodjes smeren (dacht ik al aan de gratis lunch?). Daarna huppelden er schapen over een dam in de richting van een schapenscheerder. Wat was de opdracht ook alweer? Oh ja, onnodige ballast kwijtraken. Ik kon me bij bepaalde collega’s best voorstellen dat het handig zou zijn om daar eens flink de buitenkant van af te krabben. Bij sommigen lag ‘het’ er zo dik op.

Sorry…weer afgeleid…wacht…

Met een beetje inspanning had ik zowaar een beeld te pakken dat mij beviel. Mijn collega’s waren poedelnaakt bezig om vurige kolen op het hoofd van de trainer te stapelen. Deze deed zijn best om niets te voelen terwijl hij onmiskenbaar wegsmolt als een druipkaars. Ik voelde ook niets meer. Zelfs niet dat mijn onderste ledematen sliepen.