Smerige spelletjes in een coronabubbel

Toch viel Teeuwen niet in alles tegen.

Wat is dat toch met absurdistische humor dat het echt raak moet zijn om grappig te wezen? Je zou zeggen dat alles kan, juist omdat het nergens over hoeft te gaan. Het tegendeel is waar: de kracht van de nonsensicale grap lijkt te balanceren op het scherpst van de snedigheid (als ik het zo bewust niet-snedig mag zeggen). Het is lopen over een hele smalle richel tussen het al te banale en het al te absurde.

Dat streven kan, met andere woorden, teveel in kolder blijven hangen, en teveel in clichégrappen. Hans Teeuwen weet deze valkuilen over het algemeen te vermijden, maar gisteren zag ik mijn tenen toch een paar maal krommen. Dat overkwam me in het uurtje tv-cabaret waarmee hij ons op deze zaterdagavond via omroep Pow trachtte te vermaken.

Op de achtergrond van een slotlied van Hans Teeuwen, tussen de coulissen in zijn eigen woning, was André van Duin te zien. Niet alles was even begrijpelijk. Ik laat, als blijvend fan, voorbeelden van wat ik minder vond achterwege. Dit lied op het einde vond ik schitterend.

De voorstelling (‘Smerige spelletjes, de coronaconference’) ­beschrijft een dag uit het leven van iemand die in de lockdown zit. Die allerlei manieren probeert te vinden om zichzelf bezig te houden. En daar steeds bizarder van wordt. De opnamedag in mei duurde van twee uur ’s middags tot twee uur ’s nachts: in Teeuwens’ huis­kamer, zonder publiek, zonder lach.

“Dat had ook een voordeel”, zegt de caberetier tegen het Parool “omdat je dan de deadpan, de straight face langer kunt volhouden. De tekst bepaalt het ritme en niet de interactie met het publiek. Als je normaal gesproken in een volle zaal staat en er wordt gelachen, dan moet je even wachten en word je uit je rol gehaald. Daardoor is het minder echt. Nu is het meer acteren dan komedie, maar wordt de illusie niet doorbroken.”

Ik ben een grote fan van hem maar realiseerde me dat het gevaarlijk is om je blind over te geven aan je favorieten. Daar zat ik dan met al mijn hoge verwachtingen. Voor ik het wist voelde ik mijn goedlachse kaken verkrampen. Ik probeerde voor mezelf te beredeneren wat ik mistte: consistentie wellicht?

Het is waar dat de schetsen uit een kluizenaarsbestaan in lockdowncoronatijd nogal fragmentarisch overkwamen. Maar ze waren wel te vangen onder een duidelijke noemer. We zagen een man die gek werd van dat noodgedwongen thuiszitten. Dat leidde tot absurdistische bezigheden uit verveling. Het stijlkenmerk van Teeuwen en de gevolgen van de situatie waarin zijn ikfiguur verkeerde vielen hier eigenlijk prachtig samen. Nee, inconsistent was de tv-voorstelling niet. In de gegeven omstandigheden leek het juist wel toepasselijk dat hij liep te malen in zijn woning.

Moet alles altijd maar grappig zijn, kun je je afvragen. Ik denk dat wat ik onder andere goed vind aan Hans Teeuwen, zijn enorme durf is, dat gebrek aan schaamte, die overgave van het ongebreideld jezelf kunnen zijn voor een camera en voor publiek. Daar ontbrak het gisteravond ook niet aan. In alles wat hij deed en zei leek Teeuwen uit te zenden dat hij absoluut niet bezig was met wat wij er van vonden. In dat opzicht scheen hij helemaal de oude.

De noodzaak van lachwekkendheid is misschien groter bij iemand die geen echte boodschap uitdraagt (Bert Visser, Jochem Meijer) dan bij een geëngageerd caberètier die af en toe wil aansporen tot nadenken (Freek de Jonge, Youp van ’t Hek). Ik schaar Teeuwen niet onder de louter grappenmakers en ook niet onder de grote ‘boodschappers’. Er spreekt soms maatschappelijke betrokkenheid uit zijn teksten en typetjes. Maar lekker kunnen lachen om zijn mallotigheden en overdrijvingen is wel waarop ik mezelf zat te verkneuterenen toen ik om 22:00 overschakelde naar Nederland 3.

Grappigheid stelt eisen aan juist het serieuzere aspect van de humor. Van schateren tot zacht gegrinnik, het maakt niet uit wat je teweegbrengt, maar als je het voornemen hebt om mensen te laten lachen moet het wel leuk blijven, ondanks de serieuzere bedoelingen. Misschien gingen zijn kijkers gisteravond, in hun, iets te lang voor de wereld afgesloten, huiskamers, meer voor de lach dan hijzelf. Misschien wilde hij ons juist wel iemand voorschotelen die werkelijk doordraait tussen de muren van zijn woning. Voor zo iemand is komedie een bijkomstigheid.

“Wat er nu gebeurt, is wat een lockdown blijkbaar met mensen kan doen.” laat Teeuwen zich in het Parool ontvallen. “Ze trekken zich terug in hun socialemediabubbel en komen er knettergek uit. Dat lijkt de les.”

Zijn show leek wat mij betreft teveel op een zoeken. Er zaten stukjes in die zo geïmproviseerd overkwamen dat ze een beetje met hem aan de haal gingen. Soms bekroop mij een ‘kijken naar Andy Kaufman-achtige’ ongemakkelijkheid. En dat terwijl ook ik niet in een zaal zat maar thuis in mijn eigen beschermde coronabubbel. De vergelijking met het leven van menig kijker, die de neiging tot idioterie door isolatie aan den lijve ervaart, moet groot zijn geweest. Toch raakte hij mij een paar keer kwijt.

Zijn uitvergrotingen kunnen mij over het algemeen niet extatisch genoeg zijn. Geef me absurdisme pur sang, daar ligt het probleem ook al niet. Ik denk dat mijn conclusie is, dat ik hem gewoonweg niet grappig genoeg vond, en ja, dat behoorde hij – zo’n ontrouwe, want eenzijdig ingestelde, fan ben ik kennelijk – van mij wel te zijn. Hans Teeuwen vindt zelf dat deze thuisshow naar meer smaakt. Ik niet. Ook laat hij zich ergens ontvallen: “Wat grappig is, is grappig.” Tja, maar het ongekeerde is natuurlijk ook waar.