‘Hoe = Het NU 2020’ = een vraag zonder vraagteken

Het gaat best goed antwoordt de expositie.

‘Hoe gaan we deze vrije dag besteden?’ vroeg mijn vader vaak in het weekend. ‘Wordt het nátuur of cúltuur?’ De derde optie was ‘pretpark’, maar die voegde hij er nooit aan toe. Als De Efteling ook mocht was het geen keuze meer voor mijn zusje en mij. Dan hadden we al plaatsgenomen op de achterbank van zijn roestende fiat. Mijn moeder smeerde steevast broodjes. Zij verzoende zich met iedere keuze.

Het is een uitgemaakte zaak dat ik vandaag naar een expositie ga met een kunstenares. Ook natuurbeleving wordt zodoende een voldongen feit. We hebben geen auto. Van ons vandaan is de tentoonstelling ’t best bereikbaar over de dijk aan de oostkant van de IJssel. Ik noem het één van de mooiste stukjes fietspad van Nederland. Je rijdt dwars door de uiterwaarde richting Bronkhorst.

Illustrator Leendert Masselink liet zich voor de expositieposter inspireren door de paddenstoelvormige bewegwijzering van de ANWB.

‘Hoe = Het NU 2020’ heet de tentoonstelling die van 13 juni t/m 6 september in Het Kunstgemaal wordt gehouden. Hoewel er achter het jaartal geen vraagteken staat, heb ik de neiging om namens 2020 te antwoorden. ‘Met mij als jaar is het uitstekend. Dankzij de Corona gaat het zowaar ietsje beter met de natuur. De economie – die de grote veroorzaker is van alle ellende – lijkt bijna te zijn ingestort. Het kan dus haast niet mooier.’

Dan realiseer ik me weer het belang van de kunst en dat die niet goed floreert zonder een wereldhandelssysteem dat althans een beetje levensvatbaar is. Ik vind ook dat overheden moeten bijspringen om culturele verworvenheden overeind te houden. Als ik daar niet nadrukkelijk genoeg in ben, dan toch zeker mijn expositie minnende reisgenote. Ze hamert op het belang van cultuur en maakt zich vaak boos dat er zoveel vanzelfsprekender steun gaat naar andere – in haar ogen minder relevante – zaken.

Zij staat al maanden droog wat openbare kunstinname betreft. Voor haar betekent dat een serieuze ondervoeding. Niet dat ze zelf heeft stilgezeten in haar atelier. Er heeft daar in lockdown een interessante productie plaatsgevonden van kleine dierlijke sculpturen die evenzeer naar expositie verlangen. Ook was ze weer begonnen met tekenlessen aan kinderen. Maar dat was thuis. Een heuse tentoonstelling had ze al enige tijd niet bijgewoond. Ze werd er echt een beetje ziek van.

‘Bezoekers zijn welkom als zij ten minste 48 uur klachtenvrij zijn’ lees ik op een bordje voordat wij de ruimte betreden. Maximaal vijf mensen mogen maar naar binnen. We blijken de enige bezoekers. Wij willen dit meemaken. Hiervóór was er slechts een Coronaveilige raamtentoonstelling, zegt de gastvrouw. Daaraan hebben we zo goed als zeker niets gemist. Ik tuur al maanden bij iedereen naar binnen.

Maar liefst 100 kunstenaars doen aan de duo-tentoonstelling mee. ‘Duo’ omdat een ander deel van het werk is ondergebracht bij ACEC in Apeldoorn. De objecten hier zijn genummerd van 1 t/m 100. Nummer honderd is een grenspaal in ruste. Als je die gepasseerd bent weet je dat je alle werken hebt gezien.

De tentoonstelling richt zich op kunst uit het oosten van het land. Betekent dit dat de kunstenaars in deze contreien zijn geboren, dat ze hier naar de academie gingen of dat ze ergens vlakbij aan het werk zijn? Eigenlijk wordt het antwoord mij niet duidelijk. Ze kunnen wel in Amsterdam wonen, suggereert de gastvrouw, die een meer plausibele want pragmatische reden geeft; als je zegt dat je kunst toont uit het oosten des lands, trek je per definitie meer en ook een breder soort publiek aan.

Dit artificiële lokmiddel gun ik de organisatie van harte. Je moet het de kunst niet te moeilijk maken. Zo aten wij, voor we naar binnen gingen, oesterzwambitterballen in het belendende café. Ze deden me denken aan de broodjes van mijn moeder, onder het motto: op mooie dagen doet de precieze voeding er niet toe. Cultureel of culinair, als het overheersende gevoel maar klopt. Zo moet mijn moeder de dagjes uit ook benaderd hebben. Daarom maakte het haar niks uit waar we heengingen.

Inmiddels is de wind gaan waaien op de dijk. Op de terugweg stayer ik tevreden achter de hulpmotor aan van de kunstvriendin.