Pleidooi voor de plaggenhutbewoner

Leven als een turfsteker in het post Krach tijdperk.

Erg lang kon ik mezelf nooit vermaken in het bos, daarvoor was mijn gebrek aan concentratievermogen te groot, maar had ik een uurtje, dan bouwde ik een hut van dode takken en bladeren. Zodra het onderkomen klaar was, hield ik het voor gezien. Gelukkig wilden mijn ouders – dagrecreanten met eenzelfde soort van chronische onrust – ook wel weer naar huis. Ons veilige rijtjeshuis in Brabant.

Later, in de piekperiode van de pandemie, ging ik op survival. Ik verbleef langer en dieper in het woud dan normaal. Mijn zelfgebouwde hut kon weer en wind doorstaan. Ik moest er ditmaal echt in slapen. Bij smeulend vuur, bedoeld om virussen en andere belagers op afstand te houden, werd het een doorwaakte nacht.

Slapen in een survival hut, je moet het gedaan hebben om te weten hoe het voelt.


Eén nacht, om precies te zijn. Toen scheen de oermens in mij weer tevreden. Overleven? Ik had bewezen dat het kon. Ik mocht terug naar mijn vrouw die mij als een held onthaalde. Ik herwaardeerde alles wat het leven thuis zo aangenaam maakt. Stel je voor dat ik een nacht langer in mijn hut had moeten blijven.

Op internet – weer behaaglijk met iedereen verbonden – deed ik mee aan menig discussieforum. De nieuwe canon van de nationale geschiedenis zat er aan te komen. Er gingen steeds meer stemmen op voor ‘een grotere schakering in het zelfbeeld van het vaderland’. Ik vond ook dat de nieuwe versie meer aandacht moest hebben voor schaduwkanten van het verleden. Racisme, slavernij, kolonialisme en de Jodenvervolging daargelaten, dacht ik aan turfstekers.

‘What the fuck?’ reageerde HystoryBitch84 ‘Turfstekers man, are you serious?’
‘Ja’ schreef ik, die mezelf online NordicNapoleon noemde, ‘deze mensen leefden tot in de twintigste eeuw in miserabele plaggenhutten.’

Het was waar, ik had het pas op een geschiedenissite gelezen: de onhygiënische omstandigheden, de stank, de rookwalm, het ongedierte, de kou, het vocht en de schemerduisternis in zulke krochten waren onverdraaglijk. Omdat er ook iets van de lijst moest worden afgevoerd, zag ik Annie M. G. Smith met tegenzin vertrekken. Dag Jip en Janneke. Welkom in onze herinnering, armzalige onbekenden.

‘Ik kies trouwens ook voor turfstekers omdat ik zeker weet dat we teruggaan naar dergelijke omstandigheden’ verklaarde ik mij nader.
‘Hoezo dat?’ vroeg Johannes-de-Witkwast.
‘Het kapitalisme zal ons vermorzelen zoals het ook deze slaafarbeiders te gronde heeft gericht’.
‘Dat is zo’ viel STooMbreker mij bij. ‘Het probleem van de alles verslindende economische groei, die de onverschillige zelfverrijkers maar blijven promoten, is nog even actueel als toen.’
‘Hey fuck jongens, hallo, we zitten nu wel in een crisis hoor’ meende HystoryBitch84 als tegenargument in te moeten brengen.

Grindbak2018 schreef: ‘Weet jij waar het straks heengaat als de neoliberalen hun business as usual prolongeren?’
STooMbreker: ‘Ik denk dat we afstevenen op hyperinflatie.’
HystoryBitch84: ‘No fuck. You are kidding.’
NordicNapoleon: ‘Als alles instort zullen we terug moeten naar zeer primitieve omstandigheden.’
HystoryBitch84: ‘So the better, man. Goed voor het milieu.’
UMAMIWIKI: ‘En voor onze vertroetelde ego’s. HaHa.’

‘Maar leven in een hutje valt niet mee jongens’ sloot ik mijn aandeel in de discussie min of meer af.
Ik kon het weten; ik had er één nacht in geslapen.