Dan liever een brommer op zee

Jongens zonder verhaal die op en neer sjezen.

Talloze andere indelingen daargelaten, formuleer ik de mijne voor vandaag als volgt: je hebt uitvinders en uitslovers. Nee wacht, er moet een beter woord zijn als tegenhanger van degenen die hun denkkracht doneren aan de mensheid. Oppenheimer is niet de enige die zich nog dagelijks omdraait in zijn graf. Hoe vaak zie je het uitschot niet aan de haal gaan met goedbedoelde inventies?

Uitvinders kwamen met de motor op de proppen, uitbaters verwerkten die in een monsterlijk ding dat ze omdoopten tot waterscooter. Wat een wezenloos wezen is de waterrecreant die zijn heil zoekt bij zo’n voertuig. Wie wil vrijwillig rondsjezen met zo’n geval tussen z’n benen?

De man aan de waterkant laat ook nog weten dat toevallig gistermiddag het lichaam van het Duitse meisje dat werd vermist op Ameland in zee is teruggevonden.

‘Oh maar het kan ook een heel functioneel hulpmiddel zijn’, legt de man aan de kant mij uit. Hij heeft mijn misprijzen gehoord. ‘De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij gebruikt ze bijvoorbeeld’, zegt hij bijna vermanend. Nou goed, dat wil ik wel aannemen, maar we staan hier naar een rivier te kijken waarop je met zo’n ding maar twee kanten op kunt.

Dat is ook wat de gebruikers doen. Ze gaan stroomafwaarts en stroomopwaarts en dan weer terug. Dan ergens draaien en richting het vertrekpunt maar weer. Ze zijn niet op weg. Er ontbreekt een bestemming. De beweging is het doel maar zonder diepgang. Er zit geen benul in de verplaatsing. De gemiddelde gans volgt nog minder z’n instinct dan deze dwaze dolers.

Ik ben hun weg kwijt, zij zoeken die totaal niet. Nat worden en de romp op het water laten klappen lijkt de lol. Golven maken. Lekker gassen ook. Je kunt het ding laten loeien in z’n vrij, net als bij een landvoertuig. Ze doen hier waarschijnlijk precies wat ze – bij gebrek aan andere ambities – ook op hun motor doen. Hún vorm van vermaak.

De pont waar ze steeds langs razen maakt niet alleen precies de tegenovergestelde beweging, de bedoeling van de veerman staat ook diametraal op die van hen. Deze is namelijk wel functioneel. Zijn boot heet ‘Steeds Voorwaarts’; een zeer waarachtige naam voor een vaartuig met twee voorkanten. De kapitein is serieus met z’n vak bezig. Zijn passagiers willen van de Achterhoek naar Dieren of omgekeerd. De overvaart duurt pakweg drie minuten.

De opvarenden ondergaan de scooteraars gelaten. Ik zie althans geen emotie. De scooters maken golven die het dek doen schommelen. De herrie is doordringend. Vreemd dat de pontgangers dit zo wezenloos langs zich heen laten glijden. Is het omdat zij op weg zijn (zij wél) en dit tafereel slechts een korte onderbreking uitmaakt van hun reis? Ik begrijp opeens waarom ik me opwind en zij niet. Ik behoor tot de ingezetenen. Ik kijk naar de rivier omdat ik ernaast woon.

Als ik hier maar kortstondig zou verblijven zou alles me worst wezen. Ik ben tegen toeristische verplaatsingen maar begin nu toch de bedoeling van wereldreizen te begrijpen. Steeds alles achter je laten, je nooit verantwoordelijk voelen voor welke gekken dan ook. Je bent toch maar een tijdelijke waarnemer. Dit is jouw omgeving niet. Jouw soort van mensen hoef je hier niet te ontmoeten.

Nou goed, dan maar geen medestanders. Ik voel me even machteloos als sommige van de figuren in de bundel ‘In de bovenkooi’ van Maarten Biesheuvel (waarin trouwens ook het bekende ‘Een brommer op zee’ voorkomt). De mens staat met lege handen tegenover het lijden. God valt niet meer te vertrouwen. Na een mooie jeugd krijg je niets dan teleurstellingen te verwerken over de wereld.

Ik geniet van deze verhalenbundel – sommige bezigheden verheffen gelukkig nog wel – maar met één van de thema’s ben ik het niet eens. Het wordt o.a. behandeld in ‘Een dwaze hoogleraar’. In dit verhaal vervoert een gekke professor een blok ijs per fiets door de woestijn op basis van wetenschappelijke formules. Later blijkt natuurlijk dat het zonder zijn berekeningen ook gelukt zou zijn. Hierin en nog in andere verhalen laat Biesheuvel zien dat hij wetenschap onzin vindt en dat je de ‘ware wetenschap’ bij de ongeletterden moet zoeken.

Aanschouw in dat geval deze rivierscooteraars. Gelukkig bestaat er ook bij hen zoiets als verveling. De jongens willen hun testosteron waarschijnlijk weer op andere wijze laten gelden. Ik vermoed dat ze langs de oever hun thuisbasis hebben. Ze druipen af richting hun camping als een aqua-onderafdeling van de Hells Angels (de kekke zwembroekjes buiten beschouwing gelaten). Het wordt tijd voor ander vocht. Benieuwd wie ze straks het leven zuur gaan maken.