Schrijven is schrappen en nathouden

‘Damegambiet’ heeft het nog lang niet.

Ik schrijf een kort verhaal dat ik van plan ben ‘Damegambiet’ te noemen. Het gaat zo:

Wie was die dame die zich afdroogde met mijn handdoek toen ik daar zwom, zo’n zestig meter van het strand vandaan? Zij lachte haar tanden bloot en zwaaide. Ik kon niet goed terugzwaaien want ik was de grond kwijt onder mijn voeten en de zee kon je niet echt kalm noemen. Ik was zo ver het water in gezwommen als ik durfde.

Ze verbaasde mij maar ik moest lachen. Best brutaal dat ze zomaar mijn handdoek van het strand had durven rapen. Ze had hem inmiddels weer teruggespreid en was er op gaan zitten. Ze zwaaide nogmaals. Daarna gebaarde ze iets dat de borstcrawl moest voorstellen. Ik beschouwde het als een aanmoediging. Onder haar baywatchblik durfde ik nog wel iets verder de zee in.

Toen ik even later achterom keek was ze weer gaan staan en had mijn handdoek om haar middel geslagen. Ze applaudisseerde. Ze maakte nu het onmiskenbare gebaar van een duik. Ze wilde zeker zien hoe lang ik onder water kon blijven? Dus dook ik onder en zwom zo hard als ik kon in haar richting.

Het zou een leuke middag worden, dat wist ik nu al. Ik schatte in dat mijn badmeesteres van hier was. Ze kon me waarschijnlijk andere dingen van het eiland tonen dan wat een toerist normaal te zien krijgt.

Toen ik boven kwam snakte ik naar adem. Ik scheen gedesoriënteerd. Ik meende uit koers te zijn geraakt. Was ik heel ergens anders uitgekomen? Ik zag mijn handdoek nergens noch de dame. Bij nadere beschouwing zag ik ook mijn andere bezittingen niet meer die ik op goed vertrouwen had achtergelaten. Het waren de gebruikelijke dingen; mijn plastic slippers en een oude badtas met daarin een boek, een lunchtrommeltje, een blikje diet coke en wat fruit. Er had ook een T-shirt in gezeten waarmee ik wel blij was. Maar niets van grote waarde natuurlijk.

Het shirt bezat voor mij betekenis omdat daarop het logo van mijn schaakclub stond. Ik was wel te spreken over mijn rating de laatste tijd. Droeg ik dat kledingstuk, dan werd ik steeds op aangename wijze aan die score herinnerd, die voor mijn doen echt hoog was.

Vijf dagen later liep ik ’s avonds door de drukke winkelstraat van Ko Samuï toen ik bij een straatrestaurantje mijn dievegge ontwaarde. Misschien zag ik de jongen tegenover haar nog net iets eerder, of althans dat wat hij aanhad.

Uiteindelijk kregen zij en ik natuurlijk oogcontact. Ik zag twijfels ontstaan maar geen schrik. Ik wist niet of ze mij ook in een andere hoedanigheid kende dan alleen als een dobberend hoofd in de verte. Was ik voor haar alleen maar die witte boei in zee geweest? Nu had ik een petje op een bezat ik een lichaam. Ik droeg een ‘I Love Ko Samui’ T-shirt.

Ik zwaaide allerhartelijkst en wees op mijn borst. Toen richtte ik mijn vinger op de jongen. Daarna stak ik snel mijn duim omhoog want ik wilde niet dat zij op de vlucht zou slaan. Zij begreep dat ik niet boos was. Ik zwaaide nogmaals. Ik deed alsof het publiek de zee was en ik er doorheen moest crawlen.

In het vliegtuig fantaseerde ik hoe groot de garderobe van haar zoontje inmiddels moest zijn. Allemaal unieke opschriften waarmee hij op school kon pronken. Het plezierde mij te bedenken dat hij zo’n 11 uur vliegen van mijn woonplaats vandaan soms reclame zat te maken voor mijn club. En een beetje voor mij misschien. Een net iets meer dan middenmoter op schaakgebied.

Dan neem ik kennis van een ‘Zeer Kort Verhalenwedstrijd’. Ik lees:

Zeer Kort Verhalenwedstrijd
SCHRIJF EEN EILANDVERHAAL
Literatuurprijs van Schiermonnikoog 2020
Doe mee met de Literatuurprijs 2020, een ZKV Verhalenwedstrijd en stuur uw korte eilandverhaal van minimaal tweehonderd en maximaal driehonderd woorden in naar de Bibliotheek van Schiermonnikoog.
De Bibliotheek organiseert deze wedstrijd samen met Kunstgroep SJain en De Literaire Werkplaats. Dat gebeurt in het kader van het ‘Het Losse Land - Kunstfestival 2020’. De organisatoren hebben ‘Eiland’ gekozen als thema voor de Literatuurprijs van Schiermonnikoog 2020. Ingezonden verhalen hebben een duidelijke relatie hebben met eiland als locatie of als begrip. 
Iedere deelnemer mag één ZKV, Zeer Kort Verhaal, insturen naar de Bibliotheek Schiermonnikoog. De schrijver A.L. Snijders, de naamgever van het ZKV, heeft gezegd dat hij eiland een prachtig thema vindt voor een zeer kort verhaal, echt een creatieve uitdaging. U kunt een ZKV insturen tot en met 1 augustus 2020. De jury van de ZKV Verhalenwedstrijd bestaat uit burgemeester Ineke van Gent, cabaretier Bert Visscher en oud-bibliothecaris Simone de Boer. Deze jury nomineert vijf deelnemers voor de Literatuurprijs van Schiermonnikoog.

Maximaal 300 woorden? Hoe krijg ik dat voor elkaar? Was het Henry David Thoreau die iets zei over reduceren? Ik herschrijf:

Een heel ver eiland

Wie was die dame die zich afdroogde met mijn handdoek toen ik daar zwom, ver van het strand vandaan? Zij lachte haar tanden bloot en zwaaide. Ik kon slecht terugzwaaien zonder grond onder mijn voeten. De zee gedroeg zich bepaald niet kalm. Ik was zo ver het water in gezwommen als ik durfde.

Ik moest lachen. Best brutaal dat ze mijn handdoek van het strand raapte. Ze had hem inmiddels weer teruggespreid en was erop gaan zitten. Ze gebaarde nu iets dat de borstcrawl moest voorstellen. Ik beschouwde het als een aanmoediging. Onder haar baywatchblik zwom ik nog verder de zee in.

Toen ik even later achterom keek was ze weer gaan staan en had mijn handdoek om haar middel geslagen. Ze applaudisseerde en maakte vervolgens het gebaar van een duik. Ze wilde zeker zien hoe lang ik onder water kon blijven? Dus dook ik onder en zwom zo hard als ik kon in haar richting.

Weer boven snakte ik naar adem. Ik meende uit koers te zijn geraakt. Was ik heel ergens anders uitgekomen? Ik zag mijn handdoek nergens noch de dame. Bij nadere beschouwing zag ik ook mijn andere bezittingen niet meer. Niets van waarde natuurlijk maar wel een ‘I Love Schiermonnikoog’ T-shirt dat mij goed zat.

Vijf dagen later liep ik ’s avonds door de drukke winkelstraat van Ko Samuï toen ik haar bij een straatrestaurantje ontwaarde. Misschien zag ik de jongen tegenover haar nog net iets eerder, of althans dat wat hij aanhad.

Eenmaal thuis fantaseer ik hoe groot de garderobe van haar zoontje inmiddels moet zijn. Allemaal unieke opschriften. Het pleziert mij te bedenken dat hij, op zo’n 11 uur vliegen van mijn geboortegrond, reclame loopt te maken voor een heel ver eiland. Net als ik toen.

Het juiste aantal woorden is bereikt. Wat moest ik veel laten varen voor een eilandverhaal dat voldoet aan de wedstrijdvereisten. Ik heb dat hele schaakgebeuren uit mijn stukje geschrapt (dat noem ik nog eens een gambiet). Ik bracht een T-shirt in stelling dat ik nooit heb bezeten. Nu wil ik die wedstrijd op Schiermonnikoog wel winnen. Dan kan ik ook dát eiland eens bezoeken. In m’n Ko Samuï T-shirt.

P.s. 1: Wat Henry David Thoreau zei was het volgende:

“Simplicity, simplicity, simplicity! I say, let your affairs be as two or three, and not a hundred or a thousand; instead of a million count half a dozen, and keep your accounts on your thumb nail.”

― Henry David Thoreau, Walden

P.s. 2: Een mij dierbare lezeres adviseert mij om de laatste zin ‘Net als ik toen’ te schrappen. Ze heeft gelijk, dat is een overbodigheid. Scheelt ook weer vier woorden.