Spotten kan nog steeds in alle toonaarden

Wordt de vrije meningsuiting nou echt zo aan banden gelegd?

In onze sitcom chatgroep waren we het onderling eens: als spotten niet meer mag, verdwijnt er een hoop humor. Zelfs voor sarcasme moest plaats zijn, vonden wij. Echter niet voor discriminatie, laat staan racisme. Dat was altijd al zo.

Toch zeggen sommigen door de nieuwste omgangsvormen van de ‘hypercorrecte afrekencultuur’ met een grotere omzichtigheid door het leven te gaan. Ze vinden dat ze op eieren moeten lopen. Ze doen nu meer aan zelfcorrectie. Ik zie daar al één uitzondering op: in onze online praatgemeenschap hoeft niemand overdreven voorzichtig te zijn met het uiten van zijn mening.

Het fictionele karakter als foute meningenmachine krijgt zijn trekken toch wel thuis.

Ik denk, net als historicus René Koekkoek in de NRC van 20 juli, dat het met het aan banden leggen van onze vrije meningsuiting wel mee valt. Opiniemakers, politici en academici voeren actie ter verdediging van het vrije debat maar wie wordt nou werkelijk de mond gesnoerd? Fundamentele vrijheden zijn niet in het geding als publieke sprekers ergens niet welkom zijn.

Er bestaan genoeg plekken waar de mores van een bepaalde gemeenschap niet overeenkomen met wat iemand van buiten zo’n groep verkondigt. Zo iemand wordt daar niet op afgerekend maar hij zou op die speciale plek wel geweerd kunnen worden. Het staat hem vrij om een ander opinieplatform te zoeken waar hij zijn mening wel breeduit kan verkondigen. Aan zulke omgevingen is bepaald geen gebrek.

Wij proberen het in onze chatgroep alleen maar over komedieseries van vroeger en nu te hebben. We zijn daar onze eigen moderators die proberen om woordgebruik en omgangsvormen beschaafd te houden. Wat is er tegen beleefde inschikkelijkheid? Hoe moeilijk is het om de welwillendheid op te brengen om rekening te houden met de gevoelens van de ander?

Het voordeel van tv is dat je er doorgaans thuis en in relatieve rust naar zit te kijken. Over series is meestal goed nagedacht. Je ondergaat dus een afgerond artistiek geheel. Met de inhoud is nooit iedereen het eens. Oude producties worden de laatste tijd tegen het licht gehouden wat betreft de aanwezigheid van discriminerende of racistische opmerkingen of sketches.

Bepaalde uitingen kunnen niet meer. Daar denkt de één anders over dan de ander. Het wordt lastig wanneer zendgemachtigden het kijkplezier van velen bederven door sitcoms die dubieuze kritiek hebben gekregen van enkelen voor de zekerheid te schrappen. Maar alle series zijn ook op dvd verkrijgbaar of kunnen via streamingdiensten worden bekeken. Zo zijn we in staat om zelf een oordeel te vellen. Er is altijd een oplossing voor alles.

Het is goed om te worden uitgedaagd je eigen normen en waarden tegen het licht te houden en die af te meten aan die van anderen. Humor vormt een aparte plaats binnen de discriminatiediscussie. De humorist drijft altijd wel de spot met iemand. Hoe chargeer je met respect? Met welke middelen zet je iemand te kakken? Wanneer is er sprake van satire en wanneer van regelrechte belediging?

De spot drijven met iemand die discrimineert valt volgens ons niet onder de noemer van discriminatie. Basil bijvoorbeeld maakt zichzelf in Fawlty Towers keer op keer belachelijk omdat hij de goede verhoudingen tot zijn gasten en zijn personeel volkomen uit het oog verliest. Er is geen kijker met verstand die niet begrijpt dat dit personage fout zit. We zien een man die zich uitput in vooroordelen, driftaanvallen, machtswellust, hebzucht, xenofobie, snobisme en ja, ook discriminatie.

Hij overdrijft het op alle fronten en neemt zichzelf volkomen serieus. Wat daar grappig aan is hoeft doorgaans niet te worden verklaard. Wij gingen dit bijna toch doen. Dat gebeurde op het moment dat een zender overwoog om een aflevering niet uit te zenden. Maar grappen uitleggen van een wereldwijd geprezen serie vormt een belediging aan de mensheid. Je zou je als humor minnend mens bijna gediscrimineerd voelen.

Wij zijn oude treurbuiskijkers. Wij dachten in ene moeite door aan Archie Bunker uit de Amerikaanse sitcom ‘All in the family’. Zijn we ooit echt op de hand geweest van deze vertegenwoordiger van het typische blanke arbeidsgezin in het Amerika van de jaren 70? Hij regeerde, vanuit zijn luie stoel, als een zelfvoldane patser over zijn kleine huisdomein. Hij commentarieerde de hele wereld vanuit een onterecht superieure visie en zat vol foute humor.

Hij zag zichzelf als liberaal maar kon zijn racisme niet verborgen houden. Mensen van een andere afkomst, daar was natuurlijk niets op tegen, als ze maar niet in Queens neerstreken. Ze mochten al helemaal niet naast hem komen wonen. Wat natuurlijk toch gebeurde. De Jeffersons vormden het perfecte donkere gezin dat zorgde voor een humorvolle interactie van pijnlijk actuele proportie. Zo kon de sitcom kijkers bewust maken van hun eigen etnische vooroordelen.

Wij geciviliseerden wisten natuurlijk dat we naar een karikatuur zaten te kijken. Vader Archie vertegenwoordigde een mens met verkeerde meningen zoals er helaas in werkelijkheid nog talloze rondliepen, zij het minder opvallend of overdreven. De schrijvers van de serie kozen voor bewust onbehoorlijke humor uit de mond van een vuilspuiter zoals, daarvoor en daarna, zo veel en zo vaak is gebeurd. Als zich hierover iemand beledigd kon voelen, dan eerder degene die inzag dat hem een spiegel werd voorgehouden.

Het effect van de serie zou natuurlijk het beste zijn geweest als zo iemand zich had geschaamd bij het zien van de uitvergroting van zijn eigen persoonlijkheid, waarna hij zijn leven resoluut verbeterde. Dat zal ook best zijn voorgekomen. Maar dat deze patser het erge van Archie niet doorhad en het allemaal prachtig vond, dat gebeurde natuurlijk ook. De onverbeterlijke ellendeling met een ernstig tekort aan humor kan zich – als hij de knipoog niet ziet – altijd bevestigd voelen door de woorden van rollenspelers.

Zoals wij weten hebben er ook in Nederland mensen bestaan die een Tegenpartij op wilden richten nadat van Kooten & De Bie de lijnen hadden geschetst voor zo’n volksbeweging in wat uiteraard een grappig bedoelde typering was van foute jongens, door de personages Jacopse en Van Es.

Dat zulk gepeupel echt bestond kwam niet als een verrassing. Juist omdat de personages zo dicht bij de werkelijkheid lagen, konden wij lachen. Een feest van herkenning voor ons soort mensen en een verkeerd begrepen aansporing voor kanslozen, dommen en/of ongelikte beren. Deze laatsten worden soms naar voren gehaald als reden waarom humor gevaarlijk kan zijn. Je zou mensen niet op ideeën moeten brengen.

Tja, als kijkers gaan sympathiseren met hoofdrolspelers die als karikaturen bedoeld zijn van hypocriete, kortzichtige racisten, zou je kunnen zeggen dat de bedoelingen van de satire mislukt zijn. Maar zulke averechtse effecten zijn er altijd bij mensen die bevestiging zoeken voor hun vooroordelen. Identificatie met negatieve rolmodellen is zelfs het Archie Bunker-effect gaan heten.

Daarnaast zijn er natuurlijk degenen die zich beledigd kunnen voelen. Ook zij nemen de zaken naar onze mening iets te serieus. Humor gaat doorgaans over mensen. Mensen met een LGBT+ achtergrond, zwarten, arbeidsmigranten, feministen, veganisten… wie zijn er eigenlijk niet op de hak genomen door de jongens met de grote waffel? Hoe erg is dat nu eigenlijk als deze acteurs in de rol van potentaten heel duidelijk niet onze meningen vertegenwoordigen?

Potentiële slachtoffers hadden steeds het verstandige publiek op de hand. Zij hoefden zich niet in de steek gelaten te voelen en dus, wellicht, ook niet beledigd. Sitcoms zijn doorgaans gevuld met personages die het haasje zijn. Ondanks de grappen die over hen gemaakt worden komen zij als winnaars uit de bus. Omdat ze deugen. Ze ondergaan de denigrerende opmerkingen lijdzaam; ook dat kan een deugd zijn.

Verder geven verstandige scenarioschrijvers hen ruimschoots de kans om wraak te nemen. De schreeuwlelijk krijgt z’n trekken thuis. Dat is inherent aan het plot van de meeste van die afleveringen. Hypocrisie en tegenstrijdigheden komen feilloos aan het licht. Het fictionele karakter als foute meningenmachine valt nog vóór de aftiteling door de mand. Gelukkig, de democratie is gered. Laten we ons goed beseffen dat echte tirannen geen humor hebben, evenmin als hun verbeten volgelingen.