We gaan ijskoud door met ons verwoestende leven.

Hoe kun je jezelf nog met andere dingen bezighouden dan met datgene dat je direct bedreigt? Ik kan me dat moeilijk voorstellen. Onder een zwaard van Damocles dat elk moment je hoofd kan doorklieven – om dat aloude beeld maar weer eens op te roepen – is het moeilijk feestvieren. Of kunst bedrijven. Of op vakantie gaan. Of over ditjes en datjes praten.

In 2019 verloor de Groenlandse ijskap 532 miljard ton aan massa. Het is een record sinds het begin van de metingen in 1972. Omgerekend stijgt de zeespiegel er wereldwijd met 1,5 mm door.

Wat er gebeurt heeft te maken met de bijzondere topografie die veel fjorden in Groenland hebben. Vanaf zee loopt de bodem richting land namelijk af – de zee wordt dieper. Denk aan een badkuip. Als een gletsjertong zich terugtrekt, komt zijn voorkant in contact met steeds dieper water. En juist in deze fjorden is de onderstroom warmer dan het oppervlakkige water. Daardoor worden gletsjertongen aan de onderkant sneller ‘weggevreten’ en versnelt de smelt en het massaverlies.

Het record werd bereikt omdat er relatief weinig sneeuw (sneeuw voegt massa toe) viel in de eerste en laatste maanden van het jaar. Terwijl er tussen mei en september erg veel ijs verdween, mede door een hittegolf eind juli. Het oude record stamt uit 2012, toen de ijskap 464 miljard ton aan massa verloor.

De Groenlandse ijskap, die op plekken drie kilometer dik is, krimpt sinds de jaren 80. Oorzaak is de opwarming van de aarde – het Arctisch gebied warmt twee tot drie keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. Er smelt meer ijs, dat afwatert naar zee. En in zee eindigende gletsjers brokkelen sneller af. Toch waren er nog periodes dat de ijskap aangroeide, bijvoorbeeld in ’92-’93 en in ’96-’97. Maar sinds ongeveer 2000 is het massaverlies versneld. Op jaarbasis is er alleen nog sprake van krimp, het ene jaar meer dan het andere. Zelfs in 2017 en 2018, jaren die zich kenmerkten door opvallend koude zomers en veel sneeuwval in herfst en winter. Door deze ontwikkeling is het aandeel van Groenland in de wereldwijde zeespiegelstijging (die momenteel gemiddeld iets meer dan 3 mm per jaar bedraagt) toegenomen tot inmiddels zo’n 25 procent.
De ijskap is sinds ongeveer 2000 in een nieuwe toestand terecht gekomen. De kans dat er de komende decennia nog een jaar komt waarin de ijskap aangroeit, is gekrompen tot 1 procent.

De verandering vanaf 2000 betreft vooral de gletsjers. Vele lopen uit in zee. Deze zogeheten gletsjertongen kunnen aan de voorkant nog steeds enkele honderden meters dik zijn. Maar door de opwarming zijn ze aan het front snel dunner geworden, waardoor de voorkant sneller afbrokkelt. De gletsjertongen zijn zich richting land gaan terugtrekken, in de ene regio sneller dan in de andere.

We zien eerst de gletsjertongen dunner worden en zich terugtrekken, en dat wordt na een paar jaar gevolgd door versneld massaverlies van de gletsjers. Wat er gebeurt heeft te maken met de bijzondere topografie die veel fjorden in Groenland hebben. Vanaf zee loopt de bodem richting land namelijk af – de zee wordt dieper. Denk aan een badkuip. Als een gletsjertong zich terugtrekt, komt zijn voorkant in contact met steeds dieper water. En juist in deze fjorden is de onderstroom warmer dan het oppervlakkige water. Daardoor worden gletsjertongen aan de onderkant sneller ‘weggevreten’ en versnelt de smelt en het massaverlies.

De onderzoekers zien grote regionale verschillen in de reacties van de gletsjers. Tot voor kort was het de Jakobshavn-gletsjer, in het middenwesten van Groenland, die het meest bijdroeg aan het massaverlies van de ijskap. Maar sinds 2016 is dat opeens sterk afgenomen. In het noordwesten van Groenland is sinds enkele jaren juist sprake van versneld massaverlies. Toch zien de onderzoekers ook een gemeenschappelijk patroon. Bij elke kilometer dat de gletsjers zich in een regio gemiddeld terugtrekken, neemt de smelt en de waterafvoer met 4 tot 5 procent toe.

Sommige media meldden al dat de ijskap het ‘point of no return’ zou zijn gepasseerd. Ook al zou de mens zijn uitstoot van broeikasgassen per direct naar nul weten terug te brengen, dan nog zou de ijskap afsmelten. Het is een voorbarige conclusie. De ijskap is nog niet reddeloos verloren. Wel zal hij nog jaren blijven smelten, ook al stoot de mens geen broeikasgassen meer uit. Dat komt omdat de ijskap en de oceaan eromheen vertraagd reageren op opwarming. Maar hoe lang de krimp dan nog aanhoudt, weten we niet.