Tijd om de HR-ballon door te prikken

Of willen we straks gewoon weer charlatans als trainers en coaches?

Human Resource Management houdt zich bezig met de vraag op welke manier men in de bedrijfswereld het best ‘menselijke middelen’ kan inzetten. Deze HR-wereld wordt geplaagd door nogal wat pseudowetenschappelijke nonsens. HR-praktijken die ondanks hun bedenkelijke wetenschappelijke waarde erg populair zijn in de bedrijfswereld zijn bijvoorbeeld de dubieuze theorieën van Maslow, Meyers-Briggs, Berne en Hermann, tot veelgebruikte methodes als de Transactionele Analyse en het Neurolinguïstisch Programmeren (NLP). Voorbeeld: schizofrenie zou volgens transactionele analyse een eigen keuze, een levensscript zou zijn.

Zijn de mensen in de HR-wereld die deze gebakken lucht verkopen overwegend naïef en te goeder trouw, of zitten er ook regelrechte charlatans bij? De meeste mensen, ook van de kant van de aanbieders (de consulenten, de trainers en coaches) zijn echt naïef. Niet gespeend van enige kennis over de werking van het brein en de huidige stand van de wetenschap inzake psychologisch onderzoek, vallen zij gemakkelijk ten prooi aan verkooppraatjes en allerhande marketingtechnieken. Zij weten niet aan welke effecten zij allemaal bloot staan – zoals pakweg het Barnumeffect – en denken dat hun ‘gezond’ verstand hen in staat stelt te oordelen zonder wetenschappelijke artikelen te raadplegen. De meesten hebben geen opleiding in de psychologie genoten, maar zijn mensen met een achtergrond in de rechten, economie, tolk-vertaling enzovoort, die op een bepaald moment hun carrière moe zijn en kiezen voor het trainersvak.

Er zitten absoluut ook charlatans tussen. Sommige aanbieders schrikken er niet voor terug valse referenties in te roepen of op zijn minst medewerking te suggereren van bekende personen. Zij beseffen dat hun test niet wetenschappelijk is. Ze stellen tegenover kritiek dat het niet om een meetinstrument maar om een methode gaat, terwijl ze dit tegenover hun goedgelovige slachtoffers verzwijgen en integendeel inroepen dat de test hoogst betrouwbaar en valide is, en diegenen die een licentie willen verwerven hiervan zelfs overtuigen door hen juridische clausules te laten ondertekenen.

Het ontbreekt de HR-wereld aan de openheid die het normale wetenschapsbedrijf kenmerkt. Een kritische houding wordt door pseudowetenschappers juist vaak als een ‘gebrek aan openheid’ beschouwd. Het is een immunisatietechniek om critici de mond te snoeren. Men verwijt de wetenschap te rationeel te willen zijn. De wetenschap zou volgens hen moeten beseffen dat er meer is dan de ratio kan bevatten; er is volgens hen het terrein van de emoties, de intuïtie, het spirituele en volgens sommigen ook het universum (alles is met alles verbonden; de kennis dwarrelt ergens rond in het universum). De wetenschap kan trouwens ook niet alles verklaren, en daar dichten zij de bres… Wie dus een pseudowetenschappelijke bewering nagaat en bekritiseert op basis van feitelijke onjuistheden
of van wetenschappelijk onderzoek dat bewijzen heeft geleverd dat de beweringen niet kloppen of de methodes niet werken (zoals voor vele bijzondere beweringen bij NLP – neurolinguïstisch programmeren – het geval is), krijgt als verweer dus ondermeer deze klassieker (“je staat niet open”) te horen. Dat is niet de enige klassieke verdediging. De meest gebruikte techniek is de stelling dat er in de wetenschap ook geen unanimiteit bestaat, dat men elkaar voortdurend tegenspreekt, en dat dus niemand de waarheid in pacht heeft. Dat er op veel terreinen een grote consensus is (zoals bijvoorbeeld over de grote lijnen van de evolutietheorie) wordt gemakshalve doodgezwegen.

De populaire praktijken kunnen ronduit schadelijk zijn. Er zijn twee aspecten: economische en menselijke. Nemen we eerst de economische. Dergelijke praktijken met valse claims leveren oneerlijke concurrentie op. Wie ernstige opleidingen wil geven, moet opboksen tegen reclame en valse beweringen die erg aantrekkelijk klinken in de oren van leken. Wie op een eerlijke manier tweedehandswagens probeert te verkopen, kan niet op tegen diegenen die de kilometerstand van een auto terugdraaien en daardoor een wagen van hetzelfde jaartal veel goedkoper kunnen verkopen. Ze houden er bovendien nog ruimere marges aan over, waardoor ze nog meer reclame kunnen maken en zo een dominantie positie verwerven. Sommige pseudomodellen zijn al zo lang op de markt en hebben al zoveel geld opgebracht dat je er marketinggewijs niet tegen opkan; ze beschikken over gigantische budgetten. Het is een vicieuze cirkel: wie veel geld heeft kan nog meer reclame maken en zo een dominante marktpositie verwerven.
Het menselijke aspect ten slotte: of de aanbieders nu naïevelingen of charlatans zijn, het probleem is dat de goedgelovigen er het slachtoffer van worden en dat dat niet zo onschuldig is als sommigen beweren. Je betaalt niet alleen vaak veel nutteloos geld, mensen krijgen ook een label opgekleefd dat het zelfbeeld ernstig kan aantasten. Daarnaast worden er carrièrebeslissingen op gebaseerd: mensen zetten hun “type” op hun CV, of omgekeerd, mensen worden op basis van hun “typologie” ongeschikt bevonden voor bepaalde functies. Nog erger dan het nutteloos bestede geld zijn dan de potentieel negatieve gevolgen op psychologisch of economisch vlak voor die mensen en hun gezin.

Het is een gebrek aan kritische zin die consultants en hun klanten vatbaar maakt voor het geloof in en de enthousiaste verspreiding van pseudowetenschappelijke theorieën en tests. Sommige promotors van pseudowetenschap maken misbruik van de naïeviteit en luiheid van mensen (om iets op te zoeken bijvoorbeeld) om hen zo in te lijven in hun kringen van “believers” en “geaccrediteerden”. Dat kom je tegen op alle niveaus: je ziet in de boekenkast van directeurs meer boeken van zelfverklaarde succesvolle ex-CEO’s als Jack Welch en Lee Iacocca staan dan degelijke boeken over leiderschap of een map met wetenschappelijke artikelen. Wie consulteert nog wetenschappelijke artikelen? Liever een populair boek of tijdschrift bol van meningen maar wars van feiten en wetenschap. De meeste HR-professionals zijn geen psychologen. Van diegenen die het wel zijn gaan er veel te weinig te rade bij academische literatuur.

Er bestaat een intuïtieve aantrekkingskracht van stereotypering. Die neiging is diepgeworteld. Psychologen noemen dit het aangeboren categorisatiesysteem. Om de wereld voor onszelf gemakkelijk en begrijpbaar te maken, delen we dingen en mensen liever op in categorieën. Het is bijvoorbeeld handig om te spreken van een categorie “vriendelijke” mensen en “onvriendelijke” mensen. Dat mensen naargelang de situatie vriendelijk of onvriendelijk kunnen zijn, weten we wel als we ons de moeite getroosten om even na te denken, maar het is wat te complex en dus kiezen we voor de eenvoudiger categorisatie.
Evolutionair psychologen menen dat dit systeem zijn nut had om de wereld beter te beheersen, vandaar dat volgens hen deze neiging zo diepgeworteld zit in ons brein. Overigens blijkt uit ander onderzoek dat stereotypen ergens wel een kern van waarheid bevatten, maar dat ze uitvergrotingen zijn van kleine verschillen. Zijn Nederlanders bijvoorbeeld echt zoveel arroganter dan Vlamingen? Zijn vrouwen echt zoveel empathischer dan mannen? Uit wetenschappelijk onderzoek zou je dit alvast niet kunnen concluderen.

Hoe kun je mensen weerbaar maken tegen onbetrouwbare onzin in de bedrijfswereld? Als we rekening houden met onze natuurlijke neiging tot stereotypering, moeten we ons niet te veel illusies maken. Marketing, verkooppraatjes en misleiding winnen het van de wetenschap. Hoe meer men weet over deze natuurlijke neigingen, hoe meer handige jongens daarop inspelen. We hebben gewoon niet de middelen en zijn met te weinig. Hun geroep overstemt de redelijkheid.

We mogen ons niet lijdzaam laten inpakken. Te hopen valt dat er een voldoende grote groep skeptisch denkende mensen blijft bestaan. Een ander strijdpunt vormt de wondere wereld van de coaching, nog steeds een groeimarkt waarin pseudowetenschap flink gedijt. Mensen laten zich ook fors betalen voor een goed gesprek, zogezegd gebaseerd op de Rogeriaanse aanpak en de humanistische filosofie. Dit goed gesprek leidt er dan toe dat je zelf bevalt van je eigen oplossing. Zou je hetzelfde vertrouwen hebben in je dokter als hij of zij dit met jou doet: “beste patiënt, wat is volgens u het probleem? En welke medicatie denkt u dat goed is voor u?”

Er zijn meer believers dan sceptici. Bizarre praktijken en overtuigingen van één top-HR-manager kunnen een heel bedrijf verzieken. Het is uiterst moeilijk om believers te bekeren. Heel begrijpelijk ook als je ziet hoeveel HR-verantwoordelijken en consultants aan licentierechten hebben betaald voor een opleiding. Als er geld mee gemoeid is, zijn er weinig mensen die een methode of bron van inkomsten afzweren. Vaak is het zo dat het kadermanagement erin gelooft en dat ze de HR-afdeling bijna dwingen om met een bepaald (pseudo)model te werken. Je zou hopen dat werknemers wat kritischer worden ten aanzien van wat hun interne opleidingsafdeling hen voorschotelt. Helaas is het erg moeilijk om mensen nog warm te maken voor een meer wetenschappelijk-kritische benadering.