Leve het laïcisme, in Nederland en daarbuiten!

Ik ben voor afschaffing van Artikel 23 lid 7 van de grondwet. Kerk en staat dienen strikt gescheiden te zijn. De overheid dient geen religieuze of levensbeschouwelijke instellingen te subsidiëren of te bevoorrechten. Alle kinderen hebben het recht om gevrijwaard te blijven van irrationele, religieuze indoctrinatie. Ouders kunnen weliswaar buiten school hun kinderen proberen in een bepaalde religie groot te brengen, openbaar seculier onderwijs biedt kinderen een ontsnappingsmogelijkheid. De staat moet pal staan voor de vrijheid van godsdienstkeuze en vrijheid van meningsvorming. Deze vrije keuze is onverenigbaar met indoctrinatie van het kind met het geloof van de ouders en onderwijzers. Subsidie aan bijzondere universiteiten moet ingetrokken worden. Ook verdienen religieuze universiteiten geen wetenschappelijke status, immers als de religieuze signatuur geen inhoud heeft kan die beter worden afgeschaft om misverstanden te voorkomen; en als de religieuze signatuur wel inhoud heeft, dan dient deze sowieso te worden afgeschaft.

Ik ben voor het schrappen van artikel 6 uit de grondwet en artikel 18 uit de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Religie verdient geen bijzondere bescherming boven bijvoorbeeld sport en cultuur. Artikel 6 van de Grondwet (‘Ieder heeft recht zijn godsdienst of levensbeschouwing individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.’) is overbodig. Het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vergadering bieden genoeg ruimte voor het belijden van een religie. Op deze manier wordt voorkomen dat religie een bevoorrechte positie krijgt waardoor intolerantie en fundamentalisme binnen de constitutionele democratie mogelijk zijn.