Aanschouw het tweespletenexperiment

En raak verslingerd aan de kwantummechanica.

Althans, dat zou je hopen. De waarheid is dat de meesten het allemaal te moeilijk vinden en hun heil zoeken bij gemakkelijke oplossingen. Ze willen snelle antwoorden op hun vragen. Die verschaffen de leveranciers van Desinformatie, Onzin en Misleiding hen graag.

Mag er geen ruimte zijn voor twijfel? Moet alles meteen worden verklaard? Kan, zolang de wetenschap nog geen eensluidende, afdoende verklaring heeft gevonden, de vraag niet openblijven en terugkomen in talloze hypothesen die zorgvuldig getest worden aan en in de werkelijkheid?

Voor ongeduldige betweters zijn er talloze sites beschikbaar waar ‘blaters’ vanuit hun benauwende bubbels met veel aplomb quasi bevredigende schijnoplossingen bieden. Ik schaar ze onder het anagram ‘DOM’ en schrijf rustig verder op dit blog dat door een handjevol mensen wordt gelezen.

Zie hieronder hoe het staat met de staat van het wetenschappelijk onderzoek in de kwantummechanica. Fysici zijn niet eenduidig in hun voorspellingen ten aanzien van de realiteit die zij onderzoeken. Dat pleit voor hun vasthouden aan de wetenschappelijke methode waarin het gebruikelijk is om te proberen de bestaande hypothese te weerleggen en die door nieuwe onderzoeksvragen te vervangen.

Dat noem ik de bescheidenheid van de wetenschap. Een stelling die (nog) niet bewezen is, dient als uitgangspunt voor een experiment of voor een gerichte waarneming. Ongeacht de hoeveelheid aanwijzingen die de hypothese steunen, is één, reproduceerbaar, negatief uitvallend experiment voldoende om de hypothese te falsifiëren (onderuit te halen).

Dat is de bedoeling. Een wetenschappelijke hypothese moet falsifieerbaar zijn: er moeten experimenten of gerichte waarnemingen denkbaar zijn die de hypothese zouden falsifiëren als de uitkomsten van dat experiment de hypothese weerspreken. Voor diverse hypothesen is de wetenschap niet ver genoeg gevorderd om experimenteel volledig uitsluitsel te kunnen geven over het wetenschappelijke waarheidsgehalte van de hypothesen.

In dat geval zal de wetenschapper zich extra bescheiden opstellen. Zijn ‘hypothese’ komt dan het meest in de buurt van wat in het dagelijks spraakgebruik gebezigd wordt in de zin van ‘veronderstelling, aanname’. Nooit zal een echte wetenschapper beweren dat hij de waarheid in pacht heeft als die niet kan worden aangetoond. Daarom bestaan er in de kwantummechanica juist zoveel voorstellen van mogelijke verklaringen voor de fenomenen die worden waargenomen.

Met deze professionele opstelling staat het aplomb van de meute in schril contrast. Een algemene theorie ontstaat niet zomaar, die moet consistent zijn met alle beschikbare data en met andere al bestaande theorieën. Geen enkele wetenschapper houdt vast aan wat door de werkelijkheid wordt weersproken.

Opbouw van het interferentiepatroon in de tijd bij het tweespletenexperiment uitgevoerd met elektronen.