Een leven in eenvoud is mooi

Maar met god als grondslag? Onnodig complex!

Ik ben erg geïnteresseerd in leefgemeenschappen die zich teweer stellen tegen de verleidingen van het ‘moderne’ leven. Dat heb ik gemeen met bijvoorbeeld doopsgezinden. Zij praten met vertedering en verbroedering over de Amish en andere, meer conservatieve mennonieten die over de wereld zijn uitgezworven.

Het wel ‘in’ maar niet ‘van’ de wereld zijn wordt bij deze doperse geloofsgenoten voortvarend toegepast. Soberheid en een vorm van verzaking van het jachtige, commerciële deel van een op economische welvaart gerichte consumptiemaatschappij. Een ascetische vlucht uit het alledaagse bestaan en/of een zich richten op concrete zelfonderhoudende arbeid. Het zich afkeren van materieel verlangen en kortstondige begeerten. Dat soort van ‘er buiten staan’, die interesse in een meer contemplatieve wereld van de geest, of de geoliede samenwerking binnen een leefgroep van geestverwanten, spreekt ook mij aan.

De Manitoba kolonie in Bolivia. Mennonieten bidden tijdens het meest dramatische deel van de mis.

Maar daarnaast zijn er dingen die te maken hebben met fanatisme en dogmatische fixaties. Die nemen het gevoel van vrijheid eigenlijk weer weg. Wat te denken van het naar de letter belijden van de grondtekst uit de Korintiërsbrief van Paulus: ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan er ligt – Jezus Christus zelf’. Dat komt er in de praktijk op neer dat men geen overheidsinmenging wenst en dus een uitzonderingspositie tegenover de wet bepleit.

Daar ben ik niet voor. Ik weet dat er in democratische landen een traditie heerst van scheiding van kerk en staat en van godsdienstvrijheid. Maar de vraag is: wanneer gaat een beroep op dat principe botsen met maatschappelijke verantwoordelijkheid? Want die hebben geloofsgemeenschappen ook. Ik denk dat het heel onverstandig is de marges van de wetgeving op te zoeken en jezelf te permitteren wat andere maatschappelijke groepen in de samenleving niet mogen.

De Altkoliniër Mennonieten hebben hun oorsprong in de Nederlanden van de zestiende eeuw, een tijd waarin men hier nog niet erg tolerant was. Door te breken met de staatskerk stelden zij zich buiten de toenmalige maatschappij en haar structuur. Vanaf 1534 vertrokken ze richting Polen en migreerden, om op eigen voorwaarden te kunnen leven, vervolgens naar Rusland, Canada en Mexico.

Sinds 1962 lijden velen van hen in Bolivia een leven dat gekenmerkt wordt door eenvoud en traditie – naar de principes van Menno Simons – met de bijbel als grondslag en richtsnoer. Waarom is het vestigingsgebied Bolivia geworden? Uiteindelijk werden in dit Zuid-Amerikaanse land de rechten en specifieke uitzonderingen voor de mennonieten, het Privilegium genaamd, het beste gegarandeerd.

Als wereldlijke rechtbanken worden ingeperkt en men zich nog enkel ondergeschikt acht aan een ‘hemels’ oordeel, stelt men zich feitelijk buiten iedere wet. Het is namelijk een kenmerk van God – ‘aka’ de Alziende, de Rechter, de Vergelder, de Gids naar het Juiste Pad – dat hij nooit iets van zich laat horen. Niet in woorden en niet in daden.