De mislukte levitatie van de beeld-bel-boeddha

Hoe een eerste online yogales maar niet van de grond kwam.

De vriendin liet een schermfoto zien van zichzelf in kleermakerszit. Ze was de eerste die zich had aangemeld voor de videobijeenkomst. Een nieuwe ervaring voor zowel de yogalerares als de deelnemers. De vriendin oogde fris en verwachtingsvol. Buiten was het kil en miezerig maar vandaag kon zij zich de fietstocht naar het andere dorp besparen. Ideaal. Als alles werkte tenminste.

Haar foto prijkte in het midden van het scherm. Daar zouden vast en zeker nog andere gezichten bijkomen. Zes deelnemers hadden geopteerd voor yoga op afstand. Tien anderen prefereerden een les als vanouds. Dat mocht ook natuurlijk. Er was nog geen totale lockdown afgekondigd. Waar de lessen normaal werden gegeven, waren een paar technische veranderingen doorgevoerd, die de verbinding met de thuisblijvers tot stand moest brengen.

Verwachtingsvol wachtend tot zich andere yogi’s zouden melden voor de yoga ‘vergadering’ bleef het helaas angstvallig stil.

De lerares had een computerjongen uit het dorp in de hand genomen. Zijzelf wist naar eigen zeggen ‘net iets meer van internet dan een digibeet’. Ze zag al weken de noodzaak in van online gaan met haar lessen, maar had er ‘tegenaan gehikt’ en het almaar uitgesteld. De slimme jongen verzekerde haar dat het absoluut niet ging om ‘rocket science’. Gewoon een kwestie van een paar webcams ophangen en een videobelprogramma installeren dat ook alle deelnemers thuis op hun pc, tablet of mobieltje moesten ‘hebben’.

De vriendin stuurde een foto van zichzelf. Ik kon hieruit niet afleiden om welk programma het ging. Zij wist ook niet meer wat ze had moeten installeren voor deze ‘vergadering’. We moesten beiden lachen om dat woord. En wat dat programma betrof: ‘Hangouts’ zou wel leuk zijn ivm de associatie met zweven, bedacht ik me. Je leerling hoopvol laten hangen in het luchtledige. Maar het ging waarschijnlijk om Microsoft Teams. ‘Wat maakt het uit’, schreef ze terecht, ‘van mijn kant werkt het en ik zit er helemaal klaar voor.’

Het zou een eenzame contemplatieoefening worden. Deze zelfmeditatie werd lang na aanvang van de normale lestijd onderbroken door de lerares die appte dat ze er niet uitkwam. Was de handige jongen dan niet aanwezig? Nee, die zat rond deze tijd gewoon op school. Het bleek trouwens om een neefje van haar te gaan. Hij had wel een paar instructies voor haar opgeschreven, voor het geval het onverhoopt toch niet zou lukken allemaal, maar die kon ze, bij nader inzien, niet ontcijferen.

‘Volgende week nog maar eens proberen’ schreef ze onvermurwbaar. Ze moest nu door met de ‘echte deelnemers’. De mensen van vlees en bloed zeg maar.