Schrijven over ’t schrijven zelf en over zeespiegelstijging

Dichten of dijkverzwaren, dat is de kwestie’

Zo heette het gedicht dat Ronald van Noorden in 2016 instuurde voor Turings Nationale Gedichtenwedstrijd. De onafhankelijke jury vond het goed, maar de schrijver won er geen prijs mee. Geen probleem. Op de lof die hem werd toegezwaaid kon hij maandenlang teren. De jury schreef:

Vooral op het gebied van muzikaliteit en ritme een ijzersterk gedicht. Die hele eerste strofe met enkel eenlettergrepige woorden werkt echt fantastisch. Tijdens het lezen kun je het gedicht ook meteen horen. Woordspel kan al snel te veel aandacht vragen binnen een gedicht en daardoor geforceerd aandoen, maar het waterwoordspel in dit gedicht met spoelen, drijven, wassen, lekken etcetera, blijft mooi in balans. Het is aanwezig, maar het wordt nooit teveel.
Naast een fantastisch ritme, bevat het gedicht ook nog eens een aantal geweldige regels zoals ‘Je kunt de vindingrijkheid van water nauwelijks overdrijven’ en de slotzin ‘Hij moet nog zoveel kwijt van zijn gemoedstoestand’.

Commentaar van de jury van De Nationale Gedichtenwedstrijd 2016.
Felipe IV a Caballo (1635-36), Diego Velázquez. (Museo del Prado / WWF). Het Prado Museum en het WWF plaatsten een nieuwe voorstelling van een klassiek schilderij naast het oude om ons op een originele manier op de ernst van klimaatopwarming (en dus van zeespiegelstijging) te wijzen. Over elkaar heen geprojecteerd is het effect zo mogelijk nog dramatischer, vind ik. (Met permissie) Ik zou kunst die esthetisch blijft maar ook begaan is met maatschappelijke vraagstukken, als de hoogste vorm van artistieke expressie willen bestempelen.

Later kreeg Van Noorden twijfels over het gedicht. Had het misschien aan de titel gelegen dat zijn inzending, ondanks die geweldige beoordeling, zelfs niet in de wedstrijdbundel belandde met de 100 beste gedichten? Was de verwijzing naar Shakespeare toch een beetje te flauw geweest?

Je zou er bijna van gaan drinken!

Om antwoord op die vraag te krijgen stuurde hij het gedicht het volgende jaar opnieuw in, maar nu genaamd ‘Verdronken Land’. De inhoud liet hij ongemoeid. Ook nu mocht zijn bijdrage op een goede beoordeling rekenen. De dichter viel echter alweer niet in de prijzen. De misgelopen cheque vormde geen probleem, maar hoe zat het met zijn eeuwige roem?

Helaas, hij moest er kennelijk in berusten een ‘ijzersterke’ dichter te blijven voor een zeer beperkte kring van fijnproevers. Je zou er bijna van gaan drinken (ware het niet dat hij dat al deed). Gelukkig had de jury weer enorm genoten. Men schreef:

Het geweldige aan dit gedicht is dat het heel erg grappig is terwijl het zichzelf doodserieus neemt. Ondertussen toon je hier een sterk taalgevoel en slaag je erin om die taal heel beheerst en vindingrijk te spinnen rond de centrale thematiek van het waarom van het schrijven. Sterk gedicht, waarvoor dank!’

Commentaar van de jury van De Nationale Gedichtenwedstrijd 2017.

Van Noorden is dus niet onopgemerkt gebleven. We gunnen hem zijn klaagzang, maar nu hij kiezen moet tussen een bestaan als miskend poëet of ‘niet zijn’, blijkt de keuze snel gemaakt. To be or not to be? Maak het vooral niet hoogdravender dan nodig, zou ik zeggen. Er is geen sprake van een vraag, laat staan van een dilemma; zolang het water hem niet aan de lippen staat, valt er goed te leven in dit kikkerland.

Een semi-geëngageerd schrijver in een neoliberale rechtstaat kan opstandig van de daken schreeuwen hoe erg hij het vindt dat de wereld wegkwijnt door klimaatopwarming. (Het is nog erger dan buiten de prijzen vallen op een schrijfwedstrijd.) Er zelf tegen strijden, dat komt in het geval van Van Noorden neer op: erover schrijven. Hij maakt onze slappe houding t.a.v. de milieuproblematiek tot thema van zijn kunst, maar neemt gelukkig ook zichzelf de maat.

Er moet meer gelachen worden in de poëzie.

Voor dit doel lijkt dichten misschien niet het aangewezen middel, maar dat is nou eenmaal wat Van Noorden doet. Ik houd van zijn zelfspot, van zijn tot thema gemaakte schrijven en van zijn gespeelde verongelijktheid over de ondraaglijkheid van het bestaan (dat hij desondanks tot de laatste druppel wil ervaren). Voordat het optrekkend vocht hem het land uit jaagt, laat hij hopelijk nog wat gedichten na die de juiste ironische toon bevatten om de humor ervan te waarderen. Dat is fijn, er moet meer gelachen worden in de poëzie.

De zee zal vast niet voor hem wijken, maar een verademing vormt het onderstaande vers van deze schrijver wel!

Verdronken Land

Hoor hoe de dichter dicht dat vocht maar kracht onder
een kurk is, zee wat macht achter de duinen. Maar
lees de krant; één ramp spoelt alles aan de kant.

Je kunt de vindingrijkheid van water nauwelijks overdrijven.
Noch die van zuipers. Dus wij gebruiken ons verstand. Wie
voelt zich niet ontmand door de wassende waarheid?

Een hooggebergte vlijt zich lekkend neer in onze boezem,
terwijl de kust – die vervaarlijk oprukkende rand – haar
zilte lippen aan ‘t fronsend voorhoofd brandt.

‘Vaarwel mijn strand’. Shakespeare schijnt ons te verlaten.
Maar voordat groente brak smaakt en rivieren in zijn
verzen schijten, verhogen wij de scheidingswand.

Waar het ons tegenzat was hij wel vaker dissonant.
Als ‘de vis aardt naar de zee’, dan de dronkaard naar zijn
drank. Leg hem niet uit hoe hij aan lager wal belandt.

‘Onder water worden tranen onzichtbaar.’ O ja, hij laat vast
iets pathetisch na. Maar dood door verdrinking ligt niet voor
de hand. Hij moet nog zoveel kwijt van zijn gemoedstoestand.

Schrijver: Ronald van Noorden ©Cum Suis 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s