Dit noem ik geen ironie meer

Eerder een vorm van sarcasme.

De oliemaatschappij ConocoPhillips had een probleem. Ze wilde 160.000 extra vaten olie per dag oppompen uit een nieuw project op de Noorderlijke Flank van Alaska. Maar aangezien het poolgebied smelt door klimaatopwarming (onder andere als gevolg van het winnen van fossiele brandstoffen) werd de permafrostbodem te onstabiel. De infrastructuur van de boorinstallatie dreigde daardoor verloren te gaan.

Een recent milieuverslag van het project beschrijft de oplossing die de firma daarvoor heeft bedacht: een vriesinstallatie die de grond onder de machines voldoende afkoelt en afschermt voor de effecten van de klimaatcrisis! Schiet mij maar lek. Ik weet het nu echt zeker: de wereldeconomie moet eerst volledig instorten, willen we ons gedrag veranderen.

Antwoord van oliemaatschappijen op de smeltende poolgebieden: de grond afkoelen zodat ze door kunnen gaan met boren!

Het mooiste college van het jaar

Met een prachtig speculatief laatste deel.

Vanuit de Royal Institution in London geeft Sean Carroll een geweldige voordracht die de huidige stand van Quatum Mechanics heel inzichtelijk maakt. Sean Carroll lijkt de pedagogische perfectie te bereiken in Quantum lezingen. Hij bewijst studenten, onderzoekers en amateurzoekers zoals ik een grote dienst met dergelijke overtuigende lessen.

Ri is onder andere bekend door het werk van Michael Faraday, waaraan professor Carroll refereert, en door de traditionele kerstlezingen, die ook op televisie worden uitgezonden en waarvan iedereen er natuurlijk al eens één heeft gezien.

Faradays kerstlezing van 1856.

We gaan ijskoud door met ons verwoestende leven.

Hoe kun je jezelf nog met andere dingen bezighouden dan met datgene dat je direct bedreigt? Ik kan me dat moeilijk voorstellen. Onder een zwaard van Damocles dat elk moment je hoofd kan doorklieven – om dat aloude beeld maar weer eens op te roepen – is het moeilijk feestvieren. Of kunst bedrijven. Of op vakantie gaan. Of over ditjes en datjes praten.

In 2019 verloor de Groenlandse ijskap 532 miljard ton aan massa. Het is een record sinds het begin van de metingen in 1972. Omgerekend stijgt de zeespiegel er wereldwijd met 1,5 mm door.

Wat er gebeurt heeft te maken met de bijzondere topografie die veel fjorden in Groenland hebben. Vanaf zee loopt de bodem richting land namelijk af – de zee wordt dieper. Denk aan een badkuip. Als een gletsjertong zich terugtrekt, komt zijn voorkant in contact met steeds dieper water. En juist in deze fjorden is de onderstroom warmer dan het oppervlakkige water. Daardoor worden gletsjertongen aan de onderkant sneller ‘weggevreten’ en versnelt de smelt en het massaverlies.

Het record werd bereikt omdat er relatief weinig sneeuw (sneeuw voegt massa toe) viel in de eerste en laatste maanden van het jaar. Terwijl er tussen mei en september erg veel ijs verdween, mede door een hittegolf eind juli. Het oude record stamt uit 2012, toen de ijskap 464 miljard ton aan massa verloor.

De Groenlandse ijskap, die op plekken drie kilometer dik is, krimpt sinds de jaren 80. Oorzaak is de opwarming van de aarde – het Arctisch gebied warmt twee tot drie keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. Er smelt meer ijs, dat afwatert naar zee. En in zee eindigende gletsjers brokkelen sneller af. Toch waren er nog periodes dat de ijskap aangroeide, bijvoorbeeld in ’92-’93 en in ’96-’97. Maar sinds ongeveer 2000 is het massaverlies versneld. Op jaarbasis is er alleen nog sprake van krimp, het ene jaar meer dan het andere. Zelfs in 2017 en 2018, jaren die zich kenmerkten door opvallend koude zomers en veel sneeuwval in herfst en winter. Door deze ontwikkeling is het aandeel van Groenland in de wereldwijde zeespiegelstijging (die momenteel gemiddeld iets meer dan 3 mm per jaar bedraagt) toegenomen tot inmiddels zo’n 25 procent.
De ijskap is sinds ongeveer 2000 in een nieuwe toestand terecht gekomen. De kans dat er de komende decennia nog een jaar komt waarin de ijskap aangroeit, is gekrompen tot 1 procent.

De verandering vanaf 2000 betreft vooral de gletsjers. Vele lopen uit in zee. Deze zogeheten gletsjertongen kunnen aan de voorkant nog steeds enkele honderden meters dik zijn. Maar door de opwarming zijn ze aan het front snel dunner geworden, waardoor de voorkant sneller afbrokkelt. De gletsjertongen zijn zich richting land gaan terugtrekken, in de ene regio sneller dan in de andere.

We zien eerst de gletsjertongen dunner worden en zich terugtrekken, en dat wordt na een paar jaar gevolgd door versneld massaverlies van de gletsjers. Wat er gebeurt heeft te maken met de bijzondere topografie die veel fjorden in Groenland hebben. Vanaf zee loopt de bodem richting land namelijk af – de zee wordt dieper. Denk aan een badkuip. Als een gletsjertong zich terugtrekt, komt zijn voorkant in contact met steeds dieper water. En juist in deze fjorden is de onderstroom warmer dan het oppervlakkige water. Daardoor worden gletsjertongen aan de onderkant sneller ‘weggevreten’ en versnelt de smelt en het massaverlies.

De onderzoekers zien grote regionale verschillen in de reacties van de gletsjers. Tot voor kort was het de Jakobshavn-gletsjer, in het middenwesten van Groenland, die het meest bijdroeg aan het massaverlies van de ijskap. Maar sinds 2016 is dat opeens sterk afgenomen. In het noordwesten van Groenland is sinds enkele jaren juist sprake van versneld massaverlies. Toch zien de onderzoekers ook een gemeenschappelijk patroon. Bij elke kilometer dat de gletsjers zich in een regio gemiddeld terugtrekken, neemt de smelt en de waterafvoer met 4 tot 5 procent toe.

Sommige media meldden al dat de ijskap het ‘point of no return’ zou zijn gepasseerd. Ook al zou de mens zijn uitstoot van broeikasgassen per direct naar nul weten terug te brengen, dan nog zou de ijskap afsmelten. Het is een voorbarige conclusie. De ijskap is nog niet reddeloos verloren. Wel zal hij nog jaren blijven smelten, ook al stoot de mens geen broeikasgassen meer uit. Dat komt omdat de ijskap en de oceaan eromheen vertraagd reageren op opwarming. Maar hoe lang de krimp dan nog aanhoudt, weten we niet.

Zij die het weten kunnen zeggen het met zoveel woorden.

Wetenschappers wagen zich niet snel aan voorspellingen. Je moet geen onzekerheden in je onderzoek willen introduceren, je bent tenslotte geen politicus, klimaatontkenner of complotdenker, die zomaar wat kan roepen. Soms laten wetenschappers zich echter wel erg voorzichtig uit. Dan zeggen ze bijvoorbeeld dat de toekomst van de ijsplaten afhankelijk is van het klimaatpad dat we gaan volgen. En dat het niet zeker is welk pad dat zal zijn.

Ik vind die voorzichtigheid een verademing. In een wereld waarin velen zomaar wat roepen, zijn wetenschappers onze rotsen in de branding. En toch, met alle respect voor deze zorgvuldigheid – die onderzoekers van de werkelijkheid nu eenmaal moeten betrachten – mag ik, als bezorgde burger, toch wel voorzichtig naar voren brengen dat, mijn tijdgenoten inschattende, en in het licht van wat klimaatonderzoekers inmiddels boven water hebben gekregen, het volkomen duidelijk is waar het heengaat met de wereld?

We weten nu dat 60 procent van de ijsplaten kwetsbaar is en als gevolg van de opwarming van de aarde op de lange termijn een grotere kans heeft om te verdwijnen.

De politiek trekt zich te weinig aan van de gevolgen van klimaatopwarming (eigen waarneming) en de gemiddelde mens in mijn omgeving (zelf opgedane ergernis) interesseert het zo mogelijk nog minder.

Wat heeft de wetenschap tot nu toe ontdekt? Dat meer dan de helft van de in zee drijvende Antarctische ijsplaten het risico loopt om gedeeltelijk af te breken. Als dit gebeurt, kan het landijs sneller naar zee stromen en zal de zeespiegel stijgen.

Door grote aantallen satellietbeelden te combineren met slimme algoritmen brachten de onderzoekers nauwkeurig in kaart waar zich spleten in het ijs bevinden. Als zich daarin genoeg smeltwater verzamelt, kan dit leiden tot verdieping van de scheuren en uiteindelijk tot het afbreken van de ijsplaten. Deze platen remmen het naar zee stromen van het landijs af. Als ze wegdrijven of in kleine stukken uiteenvallen verdwijnt hun remmende werking en kan het landijs sneller naar zee stromen. Als meer landijs de zee instroomt leidt dit tot verhoging van de zeespiegel.

We weten nu dat 60 procent van de ijsplaten kwetsbaar is en als gevolg van de opwarming van de aarde op de lange termijn een grotere kans heeft om te verdwijnen. Het is nog niet duidelijk in hoeverre ijsplaten op dit moment al aan het smelten zijn.

Hoeveel smeltwater op de ijsplaten ligt, wordt nog onderzocht. Het lijkt te gaan om een klein percentage van het oppervlak. In het oostelijk, koudere deel van Antarctica is dat 0,6 procent. Dit zal meer zijn in het westelijk deel van het continent, dat gevoeliger is voor opwarming van oceaan en atmosfeer.
Men heeft nu een indicatie welke ijsplaten kwetsbaar zijn en waar we onze aandacht op moeten richten.

Dit wetende zou ik bijna zeggen: ik weet genoeg. Dat doe ik natuurlijk niet, want hoe meer kennis van zaken, hoe beter. Wat ik bedoel is, dat ik geen groter inzicht nodig heb om in te zien, dat als zich smeltwater in spleten in het ijs verzamelt, de scheuren zo zullen verdiepen dat de ijsplaten op een zeker moment afbreken en dat we dan de moord zullen stikken. Afbreken zullen ze. En de zeespiegel zal zodanig stijgen dat we het in dit kikkerlandje niet langer droog houden.

We zijn gewaarschuwd. Door mensen die ervoor hebben doorgeleerd.