In iedere taaluiting zingt een gedachte

Elke gedachte speelt met de taal.

Je hebt een tekst geschreven en je wilt er van af zijn, het schrijven van teksten. Je lichaam wil het ook. Je rug doet zeer. Je hebt geen zitvlees meer. Dat zoeken naar de juiste woorden heeft nu wel lang genoeg geduurd. Je hebt een halve dag besteed aan wat een eenvoudig stukje moest worden.

Helaas kun je de tijd niet dwingen. Je schijnt ook niet in staat te zijn – althans niet vandaag – om je wil op te leggen aan de zinnen. Je leest je werk nog eens na en je weet dat er iets aan schort. De tekst heeft het niet. Je voelt het, je hoort het, het stukje kraakt in z’n voegen. Jammer maar waar: er loopt iets niet.

De tegenzin die je bekruipt en andere emoties, omdat het schrijven maar niet wil lukken, zijn slechte raadgevers. Haast biedt niet de juiste spanning om het werk naar tevredenheid te voltooien. Waar een wil is, kan toch de mogelijkheid ontbreken om er iets moois van te maken.

Misschien is het dan tijd om de zaak uit handen te geven. Wellicht dat een ander, met meer schrijfervaring, je kan ondersteunen. Laat niet alle hoop varen, maar zoek op het juiste moment de juiste persoon om jou te helpen.

Wat ik kan:

Schrijven, vertalen, redigeren. Iets leesbaars creëren en dat ook publiceren. Nasynchronisatie en voice-over werk. Ik houd van taal en ik weet er iets van. Ik doe er iets mee omdat ik wat kan. Ik wek een tekst tot leven. Ik geef een film mijn klank. Ik acteer met mijn stem. Ik corrigeer met mijn pen. Ziedaar de dingen waar ik goed in ben.

Het voormalige gedicht R/r

Op de rug van vuile zwanen is het moeizaam vliegen.

Voordat René Stoute een verhalenbundel schreef met een meeslepende titel, scheen hij een onverschillig stuk vreten dat bietsend en gappend door de hoofdstad zwierf. Dit vertelde mij een oud klasgenoot uit de provincie die ook naar Mokum was verhuisd. De mannen waren geen vrienden, wel lotgenoten, twee grachtengordeljunks met schrijfaspiraties. (De klasgenoot beweert te zijn afgekickt. Zijn writersblock bleek onherstelbaar.)

Ik leefde in Amsterdam in dezelfde periode als zij. Ik verbleef ook veel op straat. Mijn klasgenoot kwam ik regelmatig tegen. Hij versperde mij de weg omdat hij iets belangrijks had te melden. Het kwam er altijd op neer dat hij geld van mij wilde. Stoute zag ik nooit. Hij ziet er bleek uit op een foto uit die tijd die ik op internet vond. In levende lijve is hij voor mij onzichtbaar gebleven. ‘Maar is dat laatste niet juist het kenmerk van zulke jongens?’ probeert de klasgenoot.

Het gedicht R/r is ontstaan nadat ik had gelezen van de geslachtsverandering van schrijver en dichter René Stoute. Renate is op 19 maart 2000 op negenenveertigjarige leeftijd overleden.

Het leven van Stoute is in mijn ogen één van de meest tragische Nederlandse schrijverslevens in de literaire geschiedenis van ons taalgebied.

De tweede regel van mijn gedicht bevat een verwijzing naar de titel van haar debuut; de verhalenbundel ‘Op de rug van vuile zwanen’. Het werk kwam uit in 1982. De schrijfster zou vanaf toen nog ruim tien jaar als man door het leven moeten.

Niet alleen de titel sprak me aan, ook het boek deed me veel indertijd, mede omdat ik in de beschreven periode zelf nogal zieltogend door Amsterdam zwierf. Ik voelde verwantschap met de junk die al schrijvend probeert zijn verslaving te boven te komen. Het vervolg is voorspelbaar en dramatisch.

In 1991 bracht de schrijver zijn behoefte aan travestie aan het licht achter een, bewust transparant gehouden, façade van fictie. Terzelfdertijd kwam Maarten ‘t Hart met een soortgelijke boodschap. Die was niet zozeer in literatuur vervat maar werd veel openlijker uitgedragen. Ik vroeg mij af of diens belijdenis eerder een provocatie was dan een daadwerkelijk verlangen om gekleed te gaan als lid van de andere sekse. Het antwoord doet er niet toe. Feit is dat alle media-aandacht zich richtte op de in, weinig modieuze, vrouwenkleding uitgedoste ‘t Hart. Waarschijnlijk vanwege zijn grotere bekendheid als publieksschrijver. Ik gun hem die aandacht. Hij is een groot schrijver. Zijn uitdossing was allesbehalve glamoureus. Een dragqueen leek hij zeker niet. Maar ook dat doet niet ter zake. Wat ik mij nu afvraag is of een soortgelijke aandacht iets voor Stoute had kunnen betekenen. Waardering kan zo belangrijk zijn. Zou het hem een opleving hebben gegeven?

De gendertransformatie die Renate niet lang daarna onderging verliep allesbehalve gemakkelijk. Het schrijven wilde ook niet meer zo. Het lichaam van de schrijfster werd herinnerd aan een slopend drugsverleden middels opspelende leverkwalen. Ook stress was een constante factor. Een combinatie van problemen werd de schrijfster fataal. René heeft een veel te kort bestaan als Renate mogen doorbrengen.

Het leven van Stoute is in mijn ogen één van de meest tragische Nederlandse schrijverslevens in de literaire geschiedenis van ons taalgebied. Zij verdient dan ook meer dan mijn ene gedichtje.

Soms is het triest dat je werk niet wordt opgepikt zoals je voor ogen stond. Vaker is zo’n misverstand alleen maar lachwekkend. Doorgaans ook best wel begrijpelijk. Ik heb onderstaand gedicht indertijd opgestuurd om mee te doen aan Turings Nationale Gedichtenwedstrijd. Ik was blij dat ik met mijn bescheiden eerbetoon de eerste ronde haalde en minder opgetogen dat het niet terechtkwam in de selectie van de laatste 100 (dan wordt het opgenomen in een verzamelbundel). Mijn uitverkoring voor althans die eerste schifting had als voordeel dat het gedicht van een kort commentaar werd voorzien door een vakjury. Men had er het volgende over te zeggen:

‘Het begin is sterk, met de Niels Holgersson-achtige beschrijving, daarna wordt het cryptisch en onhelder. Concentreer je op een beeld en werk dat uit.’

Ik had een tamelijk helder beeld van de door Amsterdam zwervende junk toen ik het schreef. Zoals ik boven al suggereerde heeft het indertijd niet veel gescheeld of ik was zelf in het drugscircuit terecht gekomen. Het moet een worsteling geweest zijn voor Stoute om daarvan afgekickt verslag uit te brengen. De verhalen die hij bij De Arbeiderspers inleverde dienden dan ook ingrijpend geredigeerd te worden.

Ook ik kon wel wat redactieadviezen gebruiken indertijd. Zo had ik wat mannelijke persoonsvormen door vrouwelijke moeten vervangen. Ik had ieder misverstand over mijn onderwerp kunnen wegnemen door in de titel gewoon de man en de vrouw bij naam te noemen. Die veranderingen heb ik onderstaand doorgevoerd:

René / Renate (over R. Stoute)


Haar neus nog vol van wat hij had gedaan
– hij had op zwanenruggen meegevlogen –
werden de uren gram voor gram gewogen
waarin zij leerde op zichzelf te staan.

Zijn laatste boek ging over spijt
van wonden die tot bloedens toe genezen,
verdriet dat hangt rond ieder afscheid
en ‘t heft in eigen hand dat zich laat vrezen.

Zoveel uitleg deed de geest geen goed.
‘t Verleden dat zij trachtte te verdrijven
kon hij zo nuchter niet beschrijven
of ‘t kroop haar toch weer in het bloed.


Schrijver: Ronald van Noorden © 2012 Cum Suis

Naschrift:
Zoals wij weten speelt Nils Holgersson de hoofdrol in een kinderboek van Selma Lagerlöf. Ik wist van dit jochie alleen maar dat hij voor straf was omgetoverd in een duimgroot wezen. Ik geloof wel dat ik het kinderboek vroeger bezat maar verhalen over kleine mensen schoof ik altijd meteen aan de kant.

Op wikipedia leerde ik dat Nils zijn lot een beetje had verdiend. Hij had namelijk een kabouter gevangen genomen en geweigerd hem vrij te laten. Nils was sowieso een nogal naar wezentje voordat hij uitvloog. Bijna alle wezens op de boerderij waar hij woonde maakten kennis met zijn sadistische trekjes. Toen hij er in slaagde om mee te vliegen op de rug van zwanen en hij zijn woonplaats dus achter zich kon laten leek iedereen blij dat hij weg was. Voor hem begon er een leerzaam en louterend avontuur.

Toen ik op zoek ging naar wat meer informatie over de titel van Stoutes’ boek, en dan met name het feit dat ‘zijn’ zwanen vuil zijn, werd er, ter verklaring, op sommige plaatsen ook naar een versregel van Paul van Ostaijen verwezen. ‘t Is grappig om te lezen dat veel mediabronnen elkaar wat dit betreft napraten maar dat niemand de gewraakte regel ook daadwerkelijk kan citeren. Die is er dan ook niet.

Wij hebben, volgens mij, geen sprookjes nodig, noch citaten uit het werk van Ostaijen, om ‘Op de rug van vuile zwanen’ te verklaren. De titel verwijst naar het bestaan als heroïne-junk dat Stoute tot zijn 27ste heeft geleid. Zowel de ‘zwanen’ als het ‘vuile’ ervan worden met dat gegeven afdoende verklaard.

Leugen na leugen na leugen

Hoe konden meer dan 70 miljoen mensen stemmen op zo’n idioot?

In zijn meest recente speech in het Witte Huis – gisteren rond 23:00u – liet Donald Trump een stroom aan desinformatie los op zijn toehoorders, waarmee hij de legitimiteit van de verkiezingen probeerde te ondermijnen. Ik heb nog nooit zo’n gênante vertoning gezien van een president van Amerika. Iedere keer denk je dat je het ergste wel gehad hebt met die man, maar dan overtreft hij zichzelf weer in stupiditeit en vooral ook in valsheid. De ene ongefundeerde beschuldiging na de andere kwam uit zijn mond, waaronder beweringen dat ambtenaren in Pennsylvania en Detroit zouden hebben geprobeerd om verkiezingswaarnemers van stembureaus te weren. Journalisten wilden achteraf natuurlijk graag bewijzen zien, maar de president verklaarde zichzelf niet nader en vertrok zonder één vraag te beantwoorden.

Sommige persbureaus braken de toespraak tussentijds af omdat die gewoon teveel leugens bevatte. CNN liet deze vuilspuiterij aan onterechte beschuldigingen wel integraal zien. Het was een begrijpelijke journalistieke afweging maar naderhand waren de doorgaans welbespraakte analisten voor het eerst even verstomd van pure ontsteltenis en ongeloof. Zoveel regelrechte leugens. Zoveel bewust verkondigde verzinsels die de democratie ondermijnen en dus heel schadelijk zijn voor het land. In feite was er sprake van opruiing onder de kiezers. Ik vraag mij eens te meer af hoe bijna 68 miljoen mensen op zo’n idioot konden stemmen. Zijn zij ziende blind? Lezen zij geen kranten? Kunnen zij dan echt totaal geen zin van onzin onderscheiden? Het was eng om te zien hoe Amerikaanse burgers met geweren, in wezen aangespoord door hun president, zich rond sommige telbureaus verzamelden en daar leuzen schreeuwden als ‘Stop The Counting’ of erger.

CNN besloot de stuitende speech wel integraal uit te zenden. Daarna waren de journalisten zichtbaar aangedaan. Citaat van de talkhost: ‘You see him like an obese turttle on his back, frailing in the hot sun.’

Hier een opsomming van wat de president beweerde en wat er feitelijk van waar is:

TRUMP: “We’re hearing stories that are horror stories. We think there is going to be a lot of litigation because we have so much evidence and so much proof.”

DE FEITEN: Trump heeft geen bewijs geleverd van systematische problemen bij het stemmen en het tellen van de stemmen. De ‘mailed-in ballot-counting’ (het tellen van met de post binnengekomen stemmen) verloopt juist opvallend probleemloos door het hele land, zelfs nu de VS te kampen heeft met de coronapandemie.

Eén van Trumps belangrijkste bezwaren – dat het tellen de verkiezingsdag overschrijdt – mist elke grond. Op geen enkele presidentsverkiezing ooit, zijn al de stemmen op dezelfde dag geteld en er bestaat geen wet die zegt dat zoiets moet. Het grote aantal stemmen per post en de hoge opkomst hebben het telproces in sommige, maar niet in alle gevallen, vertraagd.

Pennsylvania

TRUMP: “In Pennsylvania partisan Democrats have allowed ballots in the state to be received three days after the election and we think much more than that and they are counting those without any postmarks or any identification whatsoever.”

DE FEITEN: Het hoogste gerecht van de staat, dus niet ‘partisan Democrats’, heeft bepaald dat stembiljetten die waren ingevuld voor het eind van de verkiezingsdag, drie dagen later nog konden worden ontvangen en meegeteld. De hoogste rechter onderzocht de zaak en stemde toe in die tijdspanne. Andere staten hebben ook aanpassingen goedgekeurd voor stembiljetten die wat later arriveren in de post.

TRUMP: “Pennsylvania Democrats have gone to the state supreme court to try and ban our election observers … They don’t want anybody in there. They don’t want anybody watching them while they are counting the ballots.”

DE FEITEN: Dat is een leugen. De president geeft een valse weergave van de rechtszaak. Niemand heeft geprobeerd om verkiezingswaarnemers te weren. Democraten hebben absoluut geen poging gedaan om republikeinse vertegenwoordigers de waarneming van het verkiezingsproces onmogelijk te maken. Het ging voornamelijk om de afstand waarmee waarnemers bij de verkiezingsmedewerkers konden komen, die de per post ontvangen stemmen aan het verwerken waren. Het Trumpkamp heeft een proces aangespannen om deze waarnemers dichterbij te laten komen dan in de bestaande richtlijnen was voorgeschreven. De rechter besliste in het voordeel van dit verzoek. Dat was werkelijk alles.

Michigan

TRUMP: “Our campaign has been denied access to observe any counting in Detroit.”

DE FEITEN: Dat is onwaar. Schriftelijke stemmen (absentee ballots) werden geteld in een stembureau (convention centre) in de binnenstad waar 134 telborden waren geïnstalleerd. Iedere partij mocht een verkiezingswaarnemer per bord laten meekijken.

Ontluisterend. Trump’s hypocrisie komt hier op neer. Enerzijds zegt hij: STOP THE COUNTING IN PA & GA CAUSE I’M IN THE LEAD! En anderzijds: DON’T STOP THE COUNTING IN NV & AZ CAUSE I’M BEHIND!
Georgia

TRUMP: “The election apparatus in Georgia is run by Democrats.”

DE FEITENDit is onwaar. Aan het hoofd van de verkiezingen van deze staat is een republikein: staatssecretaris Brad Raffensperger.

TRUMP: “The 11th Circuit ruled that in Georgia the votes have to be in by election day, that they should be in by election day. And they weren’t. Votes are coming in after election day.”

DE FEITEN: Hoewel de rechtbank had bepaald dat de stemmen om 19:00u op de dag van de verkiezingen binnen moesten zijn om mee te kunnen tellen, was er een uitzondering gemaakt voor de stemmen van Amerikaanse militairen die overzee dienen. Deze konden nog ingenomen worden tot vrijdag 17:00u. De stemmen die de verkiezingsambtenaren in Georgia aan het tellen waren na verkiezingsdag zijn stuk voor stuk rechtmatig want op tijd ontvangen.

Rechtmatigheid van de stemmen

TRUMP: “If you count the legal votes, I easily win. If you count the illegal votes, they can try to steal the election from us.”

DE FEITEN: Dit is ongefundeerd. Noch Trumps campagnemedewerkers, noch verkiezingsambtenaren zijn substantiële hoeveelheden ‘illegale’ stemmen tegengekomen, laat staande hoeveelheden die de verkiezingsoverwinning van Trump in de weg zouden kunnen staan. Hij doet regelmatig voorkomen alsof de stemmen per post onrechtmatig zijn. Maar alles verloopt in overeenstemming met de stemregels, die in sommige gevallen zijn aangepast door gezagdragers vanwege de coronapandemie, dus om het stemmen voor de kiezers zo veilig mogelijk te houden.

TRUMP: “We were winning all the key locations, by a lot actually.” (Klagend dat onderhandse activiteiten zijn voorsprong zou hebben tenietgedaan.)

DE FEITEN: De omslag in het succes waarover hij spreekt wordt verklaard door de manier van stemmen in de staten, niet door één of andere malversatie. Grote steden geven hun nummers vaak langzamer door en deze stedelingen zijn doorgaans in meerderheid democratisch.
Ook stemmen per post worden meestal pas geteld aan het einde van het verkiezingsproces. Dat gedeelte van de stemmen viel niet toevallig ten gunste van Biden uit. Trump had zijn electoraat immers aangeraden om af te zien van stemmen per post, dus om in eigen persoon en op verkiezingsdag te gaan stemmen. Dit verklaart waarom Trump deze dag afsloot met winst in bijvoorbeeld Pennsylvania, Michigan, Wisconsin en Georgia maar z’n voorsprong zag wegslinken vanaf de woensdag daarna.

De mislukte levitatie van de beeld-bel-boeddha

Hoe een eerste online yogales maar niet van de grond kwam.

De vriendin liet een schermfoto zien van zichzelf in kleermakerszit. Ze was de eerste die zich had aangemeld voor de videobijeenkomst. Een nieuwe ervaring voor zowel de yogalerares als de deelnemers. De vriendin oogde fris en verwachtingsvol. Buiten was het kil en miezerig maar vandaag kon zij zich de fietstocht naar het andere dorp besparen. Ideaal. Als alles werkte tenminste.

Haar foto prijkte in het midden van het scherm. Daar zouden vast en zeker nog andere gezichten bijkomen. Zes deelnemers hadden geopteerd voor yoga op afstand. Tien anderen prefereerden een les als vanouds. Dat mocht ook natuurlijk. Er was nog geen totale lockdown afgekondigd. Waar de lessen normaal werden gegeven, waren een paar technische veranderingen doorgevoerd, die de verbinding met de thuisblijvers tot stand moest brengen.

Verwachtingsvol wachtend tot zich andere yogi’s zouden melden voor de yoga ‘vergadering’ bleef het helaas angstvallig stil.

De lerares had een computerjongen uit het dorp in de hand genomen. Zijzelf wist naar eigen zeggen ‘net iets meer van internet dan een digibeet’. Ze zag al weken de noodzaak in van online gaan met haar lessen, maar had er ‘tegenaan gehikt’ en het almaar uitgesteld. De slimme jongen verzekerde haar dat het absoluut niet ging om ‘rocket science’. Gewoon een kwestie van een paar webcams ophangen en een videobelprogramma installeren dat ook alle deelnemers thuis op hun pc, tablet of mobieltje moesten ‘hebben’.

De vriendin stuurde een foto van zichzelf. Ik kon hieruit niet afleiden om welk programma het ging. Zij wist ook niet meer wat ze had moeten installeren voor deze ‘vergadering’. We moesten beiden lachen om dat woord. En wat dat programma betrof: ‘Hangouts’ zou wel leuk zijn ivm de associatie met zweven, bedacht ik me. Je leerling hoopvol laten hangen in het luchtledige. Maar het ging waarschijnlijk om Microsoft Teams. ‘Wat maakt het uit’, schreef ze terecht, ‘van mijn kant werkt het en ik zit er helemaal klaar voor.’

Het zou een eenzame contemplatieoefening worden. Deze zelfmeditatie werd lang na aanvang van de normale lestijd onderbroken door de lerares die appte dat ze er niet uitkwam. Was de handige jongen dan niet aanwezig? Nee, die zat rond deze tijd gewoon op school. Het bleek trouwens om een neefje van haar te gaan. Hij had wel een paar instructies voor haar opgeschreven, voor het geval het onverhoopt toch niet zou lukken allemaal, maar die kon ze, bij nader inzien, niet ontcijferen.

‘Volgende week nog maar eens proberen’ schreef ze onvermurwbaar. Ze moest nu door met de ‘echte deelnemers’. De mensen van vlees en bloed zeg maar.


De winterconciërge is weer in het land

Helaas kun je een film maar één keer op die ene manier beleven.

Welke film, dat deed er niet toe. Het ging om onze prille, wederzijdse gevoelens. Inez en ik hadden eigenlijk alleen de beschutting nodig van een bioscoopzaal. Een goed verhaal was mooi meegenomen. Toch konden we een hoop verdragen. Als ze ons maar met rust lieten.

Nou ja, zo klef waren we nu ook weer niet dat een zitplaats op de achterste rij, een beker popcorn en het schemerdonker, volstonden. Op een doordeweekse avond in een provinciestadje had je helaas slechts de keuze uit een film of drie. Dus legden we ons neer bij The Shining. Horror was niet echt ons ‘ding’.

Het hielp dat de leuningen van de stoelen in de bioscoop konden worden opgeklapt en dat de film al vanaf de negende minuut enge passages bevatte. Eng voor Inez althans, dat wilde zeggen: gunstig voor mij. De schoolvriendin kroop bij die eerste onheilspellende scènes wat dichter tegen mij aan. Het griezelige plot zou zich daarna gestadig ontspinnen. Voor mij was de film al geslaagd.

Met wie was het zoontje Danny aan het praten in z’n eentje? Met zijn imaginaire vriendje? Zijn ongecontroleerd bewegende vinger leek bezield. Er stak een zware grafstem in. Een geest uit het verleden? Zijn Likkepot klonk akelig bezeten. Kinderen met ingebeelde spookverschijnselen, het zou een bekend horrormotief worden.

De familie Torrance moest zich toen nog begeven naar het leegstaande Overlook Hotel, waar ze in de winter de egards gingen waarnemen en waar vader Jack zou proberen de rust te vinden om als schrijver zijn writersblock te overwinnen. Dat zou nog moeilijk worden.

Voordat Jack de klus van conciërge aanvaardde, legde de eigenaar uit wat er met de vorige beheerders was gebeurd. Dat mocht je opvatten als een bloederige vooruitwijzing. We begrepen als kijkers dat de vorige bewoners onze wintergasten, over hun graf heen, nog vaak gingen lastigvallen.

De telepathische gave van het zoontje Danny viel bij mij, als overtuigd niet-spiritueel, bijzonder slecht. Een jongetje dat beelden van gebeurtenissen uit het verleden kan oproepen en die met anderen communiceert die ook ‘The Shine’ hebben? Ik had er slechts een afkeurend gesis voor over. Uitgerekend Inez, die van angst hele stukken van het verhaal zou gaan missen, legde mij het zwijgen op.

“Stil nou, het is maar een verhaal.”

Dat bleek een uitstekend argument. Ik moest juist blij zijn dat de film, door gebruikmaking van welke middelen dan ook, volledig slaagde in z’n opzet. Inez leek er volkomen in op te gaan, al durfde ze regelmatig niet te kijken.

“Wat gebeurt er nu?” zou ze – met haar gezicht in mijn kraag of daaromtrent- nog vaak aan mij vragen. Ik werd een soort van beeldvertaler voor een blinde:

“Er klotst nu bloed uit de deuren van de hotellift.”

De (inmiddels beruchte) identiek geklede tweelingzusjes kwamen ook al vroeg in beeld, plotseling opduikend maar roerloos stilstaand in perfecte slagorde. In de labyrintische hotelgangen van het desolate hotel, met op de achtergrond dat snerpende synthesizergeluid van Wendy Carlos, bleken ze een probaat middel om kijkers de stuipen op het lijf te jagen. Maar ik had mijn plicht te vervullen. Ik had Inez’ angsten op mijn revers geprikt als een medaille voor onverschrokkenheid. Ik mocht me niet te druk maken.

Ik merkte aan haar hoe een mens binnen een mum van tijd klassiek geconditioneerd raakt. Het volstond om de camera heel langzaam door de gangen te bewegen zonder dat er feitelijk iets gebeurde. Die muziek alleen al. Ik zat op het puntje van m’n stoel terwijl Inez haar gezicht verder in mijn borst begroef. Ter hoogte van mijn hart zeg maar, dat nog nooit zo hard had geklopt om zoveel opwindende redenen.

Graag werd ik door haar angst en beven tot het einde toe in mijn mannelijkheid bevestigd. Die traditionele rol van onaangeroerde beschermer werd me bijna te machtig. Toen de getormenteerde Jack met zijn bijl op de deur van de badkamer begon te beuken, waar zijn vrouw zich doodsbenauwd voor hem verschool (‘Here is Johnny’), moest ik zelf even wegkijken.

Het was duidelijk, in z’n genre deed de film het beter dan voorbeeldig. Schrijver Stephen King mocht het dan niks vinden, omdat het verhaal wat al te losjes omging met zijn oorspronkelijke roman, maar The Shining kon – aangepast op essentiële punten om nog meer te ‘shinen’ – niet anders dan één van de beroemdste horrorklassiekers worden.

Ik had het voordeel ontdekt van huiveringwekkende verhaallijnen. De bijna ondraaglijke spanning in gruwelvoorstellingen was een uitstekend middel om meisjes te troosten. Niet dat die situatie zich na Inez nog eenmaal voordeed in mijn leven. Jammer maar helaas. In al de veertig jaar sinds de première heb ik deze film alleen nog in m’n eentje bekeken.

The Shining bestaat inderdaad veertig jaar en om dat te gedenken draaien de bioscopen momenteel de ‘extended edition’. Deze duurt 23 minuten langer dan de indertijd voor de internationale markt gemonteerde versie van bijna twee uur. Drie-en-twintig minuten langer met een kalverliefje aan mijn zijde, het zou me absoluut niet gaan vervelen. Maar inmiddels zijn we allemaal ouder en filmwijzer geworden.

Ik heb de film gedurende al die decennia een paar keer bekeken en begrijp er inmiddels iets meer van. Het is mij verder duidelijk dat verschillende uitleggers er verschillende dingen in willen zien en dat er dus controverse bestaat over de verklaring van scènes die inmiddels zo’n beetje museumstukken zijn geworden. Er is dus ook de nodige verwarring bijgekomen.

Sommigen wijzen op de cryptische boodschappen die regisseur Kubrick in deze film heeft gestopt uit schuldbesef over het feit dat hij het publiek zou hebben bedot met nepbeelden die hij maakte in opdracht van de NASA. Verborgen lagen, je kunt er een hele documentaire aan wijden, en dat is dan ook gedaan (zie Room 237 van Jay Weidner).

Heeft Kubrick het niet eigenlijk over de Holocaust, vragen sommigen zich af. Of worden we stiekem bestookt met subliminale reclametechnieken? Subteksten, vergaande veronderstellingen, academische hypotheses. Vaak diepere betekenissen dan wat de regisseur heeft willen zeggen. Eenmaal in roulatie gebracht, schijnt een film al niet meer van de maker te zijn.

Ook ik heb mij The Shining een beetje toegeëigend. Maar niet om er eigen speculaties op los te laten. Ik koester er de hierboven beschreven herinnering aan. Ben ik één van de weinigen die, bij de eerste keer kijken, niet heeft gerild van angst maar van begeerte? De speling van het lot wil dat Inez nu in Amerika woont alwaar ze een B&B runt met Troy, haar derde man. Ze bezitten drie kinderen en een hond genaamd Jack.

Yoann Bourgeois: Celui qui tombe

Want van de ene dans kwam de andere.

En toen bleef ik dus dansen. Althans: ernaar kijken. Ik kwam geen moment uit mijn stoel. Mijn rug deed nog zeer van het sjouwen met boeken. Ernstige titels, zware onderwerpen; dat is een ander verhaal. Het werd tijd voor luchtigheid. En ook, vermoed ik, voor een ander soort van schoonheid. Toen zat ik plotseling naar filmpjes te kijken van zwierige twintigers. Ze trotseerden een draaischijf. Ik zag afgetrainde lijven, tastend, maar evenwichtig. De symboliek droop er van af, voor mij althans, op een manier die me zeldzaam leek.

Ik weet inmiddels dat een recensente met veel danservaring – nou ja, ook zij is tot kijken bedaard – dit optreden met eerdere, originelere, dansvoorstellingen heeft vergeleken. Ze sprak van een metafoor die de bocht uit dreigde te vliegen (of woorden van die strekking). Het zat ‘m ook in de muziekkeuze, gaf ze toe. Ik dacht: het bezit van kennis is belangrijk. Het biedt een afgewogen oordeel. Vergelijkingsmateriaal. Maar kan deskundigheid niet ook een belasting vormen?

Ik had een achterstand van achterdocht voor deze kunstvorm, maar ook het voordeel van onervarenheid. Ik bleek plotseling van deze bewegingen te kunnen houden. Het is te zeggen, ik zou nog steeds niet zo snel naar een zaalvoorstelling gaan – als dat al kon in coronatijd – maar je weet hoe dat gaat: YouTube doet suggesties in de trant van je eerdere zoekopdracht. Voor je het weet ‘draai’ je het ene na het andere filmpje. En dan gebeurt het: je raakt ‘verslingerd’ aan iets dat voorheen je aandacht ‘niet kon vasthouden’ (pun intended).

Wat mij ‘aantrekt’ in deze dansuitvoering is het spel met de middelpuntvliedende kracht, dat ik een interessant natuurkundig fenomeen vind. Misschien spreekt het, sinds Einstein, iets minder tot de verbeelding dan zwaartekracht, maar laten we de centrifugale kracht in ere houden. Ik maal gemakkelijk door over beide fenomenen. Het zijn verschijnselen waar ik inmiddels wel goed mee uit de voeten kan.

Eerst gravitatie. Einstein heeft aangetoond dat zwaartekracht ‘slechts’ een vervorming is van het ruimte-tijd-continuüm, het weefsel van de lege ruimte, veroorzaakt door de aanwezigheid van een massa. We zijn met en op onze aarde gewoon constant aan het ‘vallen’, om de zon heen, en volgen de vervorming die de massa daarvan in het omringende ruimte-tijdweefsel maakt. We gaan dus langs het pad dat in die ruimte-tijd het kortst is.

Daarnaast zorgt rotatie van de aarde om haar as ervoor dat op voorwerpen op aarde, behalve de zwaartekracht, ook een middelpuntvliedende kracht werkt, min of meer tegen de richting van de zwaartekracht in. Hoe verder van de aardas af, hoe groter deze middelpuntvliedende kracht. Op de evenaar is deze werking het grootst, aan de polen is ze nul. De niet-gecorrigeerde, gemeten zwaartekracht is daarom op hogere breedtegraden groter dan op lagere.

Centrifugale kracht is een niet-bestaande of schijnkracht volgens de zuiver natuurkundige omschrijving. Met ‘schijn’ wordt dan bedoeld dat deze kracht alleen maar bestaat ten opzichte van het voorwerp dat meedraait. Neem een auto die een bocht neemt. Ten opzichte van de vaste grond waarop deze auto zijn draai maakt is er geen sprake van middelpuntvliedende kracht. Dit is slechts fysische preciesheid, maar zowel zwaartekracht als centrifugale kracht hebben de overeenkomst dat ze in nauwe relatie staan tot de omgeving.

Ik keer terug naar het dansoptreden. Je zou je, heel flauw, van deze uitvoering kunnen afvragen: waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Een dergelijke gedachte had ik vroeger regelmatig. Dan waren ze mij alweer kwijt, die pathetische springers. Dat is absoluut niet de kritiek die ervaren kijkers op dans hebben. Voor de recensente kan het juist niet ontoegankelijk en extreem genoeg zijn. Originaliteit is een hoog goed bij kunstminnaars. Juist als er platitudes op de planken prijken, gaan er haren overeind staan.

Ik zei: “Ik zag dit nog nergens. Voor mij is dit heel origineel.”
Zij zei: “Dat begrijp ik, maar ik moest het indertijd beoordelen. Dat was in 2014. Zelfs toen had ik al heel wat draaiplateaus voorbij zien komen.”

Ik bracht mijn liefde voor natuurkunde in. Ik opperde: “Wist je dat er bij middelpuntvliedende krachten ook middelpuntzoekende krachten horen?”
“En?” reageerde zij. Welk punt was ik van plan te maken? Met de geïrriteerdheid van iemand wiens pas gecreëerde passie iets te snel wordt gedoofd – nota bene door iets dat ik eigenlijk bewonder – vervolgde ik:

“De zogenaamde vertegenwoordigers van de hogere cultuur, ze zoeken de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Ze verlangen steeds weer nieuwe exceptionele ervaringen. Een unieke plek in het centrum van de draaischijf, zeg maar. Natuurkrachten volgen hun eeuwenoude wetten maar mensen, met gevoel voor esthetiek, willen op alle mogelijke manieren afwijken van gebaande paden. Dat is een soort van cultuurkracht waarvoor ik doorgaans waardering heb, maar die ik opeens zo vermoeiend vind. Gewoon eens lekker genieten van het overbekende, dat moet toch kunnen? En voor mij was het dat dus niet, een gemeenplaats bedoel ik. Ik vond dit speciaal en vreemd en wonderbaarlijk. Zoals gezegd, ik was erg onder de indruk. En dan kom jij langs. Jij met je beredeneerde smaak. Jij met je alles overstijgende beschouwing. Die vindt dat kunst moet provoceren, of wakker schudden, of aanzetten tot nieuwe gedachten maar vooral geen herhaling van zetten mag zijn.”

Ze keek me ongenaakbaar en geamuseerd aan. “Nou, nou, dat moest er even uit, is het niet? Ik heb je vroegtijdig beroofd van je enthousiasme. Tjonge, jonge. Ik heb je wakker geschud en nu moet je weer op zoek naar iets anders moois. Alsof we dat niet allemaal doen. Omdat we geen cultuurbarbaren willen zijn. Omdat we door moeten. Danskunst is geen plaatje dat je grijs kunt draaien. Zal ik je eens wat vertellen, die titel van deze voorstelling, die slaat op jou. ‘Celui qui tombe’, dat ben jij, ten voete uit. Maar nu moet je opstaan en weer doorgaan. De betovering van deze draaischijf is voorbij.”

Een recensent vergeleek de voorstelling met een vlot. Hij schreef: ‘There’s a point in most French performance pieces when you suspect that Géricault’s famous 19th-century painting The Raft of the Medusa is being referenced, and He Who Falls is no exception. In addition to spinning like a disc on a turntable, the platform acquires a vertiginous tilt. Soon it’s lurching like a ship, or indeed a raft in a storm, and human balances and counterbalances become critical. The individual survives only if the group survives. Bourgeois’s six dancers are, he says, “a mankind in miniature”. These philosophical underpinnings, if weightless, are deftly conveyed. But the performers rarely display anything approaching three-dimensional character; they’re at once hyper-skilled and remote – in this sense more like acrobats than dancers – and in consequence we don’t really engage with them.’ De recensente die ik ken had deze kritiek misschien gelezen. Zij plakte er in haar stuk nog een andere vergelijking aan vast. Het tableaux vivant van The Raft of the Medusa door Adad Hannah, dat Yoann Bourgeois misschien ook wel kende. En zo associëren we er lekker op los met al onze kennis van zaken.

Yoann Bourgeois: performance au Panthéon

Met als thema: vallen en weer doorgaan (neem ik aan).

De oorspronkelijke titel van dit optreden is: La mécanique de l’Histoire. Noem het Performance Art of een kunstzinnige balletvoorstelling, maar je zou er volgens mij ook een Art Installation in kunnen zien met levende en dus variërende elementen op een prachtige, veelzeggende, locatie. Na een tijdje dringt het besef door dat geen van de vier dansers goed in staat is de top van de trap te bereiken en zich daar te handhaven. Ziedaar het historische mechanisme?

Een metafoor voor de mensheid als geheel? Een kinetisch essay over de volharding van carrièrejagers en andere strebers? Ik word er vrolijk van. Verder voel ik verwondering opkomen en een verlangen naar het vroegere apenkooien. Je ziet een prachtig vertolkt, vergeefs lijkend, vooruitgangsstreven. Maar ook een tragisch soort van grap zonder duidelijke pointe. Is de moraal dat je de klimmer er niet onder kunt houden? Dat de loop van de geschiedenis nu eenmaal zo in elkaar zit dat hij steeds blijft verlangen naar het hoogste? Op de één of andere manier lijkt Icarus hier te worden herboren als Iron Man.

Een deel van de betovering zit ‘m in de fysische eloquentie. Het is ongelooflijk dansachtig allemaal. De mannen vallen niet, ze zweven, ze komen steeds weer bovendrijven en weten elkaar wonderwel uit de weg te blijven. Als de trampoline hen heeft terug gelanceerd op de trap, bewegen ze verder op halve snelheid. Een soort van slaapwandelstijl, en dan vallen ze weer uiterst gracieus. Geen verwarring, alleen maar onvermijdelijkheid.

De Franse ‘nouveau-cirque’ acrobaat Yoann Bourgeois is een zeer onderhoudende slapstick komediant in de lijn van Charlie Chaplin en Buster Keaton en een ongeëvenaarde meester van de trampoline als een poëtisch instrument. Na de verbijsterende nieuwsbeelden uit Frankrijk, dat geteisterd wordt door Moslimextremisten die de vrije expressie (eufemistisch gezegd) niet altijd begrijpen of kunnen waarderen, had ik even zin om naar iets moois uit Parijs te kijken. Iets dat zowel macht als onmacht in zich lijkt te bergen.

De Nationale Conventie (Frans: Convention nationale) was de constituante en wetgevende assemblee die onder de Franse Revolutie zetelde van 20 september 1792 tot 26 oktober 1795. Haar voornaamste taak was een nieuwe grondwet aan te nemen na de schorsing van koning Lodewijk XVI. De Conventie, verkozen zonder standenonderscheid, besliste onmiddellijk om de monarchie definitief af te schaffen en vestigde zo de Eerste Franse Republiek. (Bron: Wikipedia)

Friedliche Annexion nach der Flut

Hoe we alsnog worden ingelijfd door de oosterburen.

Het wordt misschien tijd om met Duitsland te onderhandelen over de vrijwillige afdracht van ons land in ruil voor opname en bescherming van miljoenen ecologische vluchtelingen. Het zal gaan om inlijving van ongeveer de helft van de vaste grond van ons koninkrijkje. De andere helft zal in de zee verdwijnen. Ook dat gedeelte hoort natuurlijk bij de deal. De oosterburen krijgen er vooral veel territoriale wateren bij.

Nederlandse vluchtelingen zouden met name uit de Randstad komen. De Duitsers krijgen voor hun gastvrijheid een kilometerlange kuststrook en een zee vol strandjutmaterialen. Er zal in de eerstkomende tijd van alles aanspoelen op het, nieuw ontstane, strand van Neu West-Deutschland. Het verzamelen daarvan kan een heuse rage ontketenen waarvoor vast een lang Duits woord wordt verzonnen (‘Niederstrandkämrestmaterialsammlung’?)

Nou goed, ik wil geen complottheorie verspreiden of een zoveelste dystopie de wereld in helpen – daar stelt deze site zich nu juist tegen teweer – maar de kans dat de Lage Landen eerder dan verwacht in zee verdwijnen is, vrees ik, weer een beetje groter geworden. Het laatste nieuws over de gevolgen van klimaatopwarming stemt namelijk niet vrolijk.

Voor het eerst sinds men begon met het bijhouden van metingen, is de Arctische Zee zo laat in oktober nog ijsvrij. De uitgestelde jaarlijkse bevriezing is het gevolg van een zorgwekkende ophoping van warmte in Noord Rusland en de indringing van Atlantisch water in de Laptev-zee (normaal gesproken bekend als de geboorteplek van ijs). Dit kan een domino-effect tot gevolg hebben, zeggen de wetenschappers.

Oceaantemperaturen in het gebied stegen recentelijk met meer dan 5 graden boven het gemiddelde. Als gevolg daarvan is er nu een recordhoeveelheid open zee in het Arctische gebied. De kans op een eerste ijsvrije zomer van het volledige Noordpoolgebied is weer een aantal jaren dichterbij gekomen. Het is geen kwestie meer van ‘of’, maar van ‘wanneer’.

Nu weet ik wel dat ijs op de Noordpool op water drijft en dat het verdwijnen daarvan de totale hoeveelheid water niet vergroot, dus niet kan bijdragen aan de zeespiegelstijging. Het gevaar is echter dat het verdwijnen van ijs bepaalde feedbackmechanismen zal versterken. Minder of dunnere ijslagen betekent een kleinere hoeveelheid aan wit aardoppervlak. Het reflectievermogen van de aarde (albedo-effect) neemt daarom af waardoor de totale opwarming van de aarde stijgt en dus ook elders landijs doet smelten.

In de lange relatie tussen Duitsland en Nederland werd gebiedsuitbreiding ooit juist door ‘ons’ overwogen:

‘Nach dem Zweiten Weltkrieg planten die Niederlande ab 1945, große Gebietsteile entlang der deutsch-niederländischen Grenze zu annektieren. Dies wurde als eine Möglichkeit der Kriegsreparation neben Geldzahlungen und dem Überlassen von Arbeitskräften in Betracht gezogen. Der Verlauf der Staatsgrenze zwischen den Niederlanden und Deutschland ist im Verlauf der Außenems nach wie vor ungeklärt. Siehe dazu den Hauptartikel Deutsch-Niederländische Grenzfrage.’ (Bron: Wikipedia)

Kerk en wetenschap in kortstondige verstrengeling

Een sterk staaltje zwarte kousen opportunistisme.

Zoals wij weten raakte de Hersteld Hervormde Kerk in Staphorst in opspraak omdat er drie diensten werden gehouden met elk maximaal 600 mensen.

Die kritiek van buiten werd het landelijke bureau van de Hersteld Hervormde Kerk te groot. Zij kwam daarom met het advies om het aantal bezoekers flink te verlagen en ook opnieuw te kijken naar het zingen van liederen. Verder zei het landelijk bureau dat bij het in- en uitgaan van de kerk mondkapjes moesten worden gedragen.

De kerk in Staphorst belegde een vergadering en besloot dit advies niet over te nemen. De reden? “Aangezien er geen wetenschappelijk bewijs is over het nut van mondkapjes, is het de verantwoordelijkheid van de kerkgangers zelf of ze deze bij het in- en uitgaan willen dragen.”

Geen wetenschappelijk bewijs? Uit de ‘koker’ van een kerk? Eigenlijk biedt deze reactie hoop. Tenminste, als er voortaan vaker een wetenschappelijke meetlat wordt gelegd naast hetgeen deze herstelde of vrijgemaakte gemeenschap van hogerhand krijgt opgelegd.

Aanschouw het tweespletenexperiment

En raak verslingerd aan de kwantummechanica.

Althans, dat zou je hopen. De waarheid is dat de meesten het allemaal te moeilijk vinden en hun heil zoeken bij gemakkelijke oplossingen. Ze willen snelle antwoorden op hun vragen. Die verschaffen de leveranciers van Desinformatie, Onzin en Misleiding hen graag.

Mag er geen ruimte zijn voor twijfel? Moet alles meteen worden verklaard? Kan, zolang de wetenschap nog geen eensluidende, afdoende verklaring heeft gevonden, de vraag niet openblijven en terugkomen in talloze hypothesen die zorgvuldig getest worden aan en in de werkelijkheid?

Voor ongeduldige betweters zijn er talloze sites beschikbaar waar ‘blaters’ vanuit hun benauwende bubbels met veel aplomb quasi bevredigende schijnoplossingen bieden. Ik schaar ze onder het anagram ‘DOM’ en schrijf rustig verder op dit blog dat door een handjevol mensen wordt gelezen.

Zie hieronder hoe het staat met de staat van het wetenschappelijk onderzoek in de kwantummechanica. Fysici zijn niet eenduidig in hun voorspellingen ten aanzien van de realiteit die zij onderzoeken. Dat pleit voor hun vasthouden aan de wetenschappelijke methode waarin het gebruikelijk is om te proberen de bestaande hypothese te weerleggen en die door nieuwe onderzoeksvragen te vervangen.

Dat noem ik de bescheidenheid van de wetenschap. Een stelling die (nog) niet bewezen is, dient als uitgangspunt voor een experiment of voor een gerichte waarneming. Ongeacht de hoeveelheid aanwijzingen die de hypothese steunen, is één, reproduceerbaar, negatief uitvallend experiment voldoende om de hypothese te falsifiëren (onderuit te halen).

Dat is de bedoeling. Een wetenschappelijke hypothese moet falsifieerbaar zijn: er moeten experimenten of gerichte waarnemingen denkbaar zijn die de hypothese zouden falsifiëren als de uitkomsten van dat experiment de hypothese weerspreken. Voor diverse hypothesen is de wetenschap niet ver genoeg gevorderd om experimenteel volledig uitsluitsel te kunnen geven over het wetenschappelijke waarheidsgehalte van de hypothesen.

In dat geval zal de wetenschapper zich extra bescheiden opstellen. Zijn ‘hypothese’ komt dan het meest in de buurt van wat in het dagelijks spraakgebruik gebezigd wordt in de zin van ‘veronderstelling, aanname’. Nooit zal een echte wetenschapper beweren dat hij de waarheid in pacht heeft als die niet kan worden aangetoond. Daarom bestaan er in de kwantummechanica juist zoveel voorstellen van mogelijke verklaringen voor de fenomenen die worden waargenomen.

Met deze professionele opstelling staat het aplomb van de meute in schril contrast. Een algemene theorie ontstaat niet zomaar, die moet consistent zijn met alle beschikbare data en met andere al bestaande theorieën. Geen enkele wetenschapper houdt vast aan wat door de werkelijkheid wordt weersproken.

Opbouw van het interferentiepatroon in de tijd bij het tweespletenexperiment uitgevoerd met elektronen.