Verdwaalde


Opeens herkende hij zijn buurt niet meer.
Hij dacht dat de verkeerde tram
hem te ver van huis had gebracht;
hij stapte uit en alles was hem vreemd.

Hij liep zichzelf teruggekeerd voorbij,
zag vreemde voeten onder zich verdwijnen.
Aan wie vroeg hij de weg dat hij een
kamer in dit huis kreeg naast de mijne?

Hier was het goed, hij werd meteen begrepen.
Maar hij verdwaalde dieper in zichzelf.
Er staken, zei hij, ogen in zijn rug;
hij moest en zou naar huis terug.

Daar is hij ook beland. Gehaald door iemand
die hem vreemd was, werd hij met foto’s
van zichzelf bedrogen; hij kreeg het ware
nooit zo waar meer onder ogen.

Maar hij mocht opgaan in andermans
verleden, en kon, al had hij het te leen,
wel instaan voor het leven van een
man die ooit gelukkig scheen.


Schrijver: Ronald van Noorden © 2012 Cum Suis

Taal is niets anders dan herleiding

De herleiding van gedachten tot hun simpelste vorm.

Het is alleen niet altijd makkelijk om die juiste vorm te vinden. Als de woorden op hun plaats vallen komt een tekst vaak verrassend eenvoudig over. Maar zo ogenschijnlijk simpel als het resultaat ook schijnt, zo moeizaam is de zoektocht naar de juiste woorden. Al was het alleen maar om de vele mogelijkheden die de taal biedt. De keuze is reuze. Je kunt letterlijk alle kanten op wat stijl en woordgebruik betreft. Hoe moet je kiezen uit zoveel varianten?

Taal is, zeg maar, ook echt mijn ding, mevrouw Cornelisse. Met meneer Van Dale – die over de ‘bewerkingsvolgorde in wiskundige expressies’ schijnt te gaan – heb ik minder. Terwijl de Dikke Van Dale zo’n beetje mijn bijbel is. Ik noem mij Taaljongen. Ik wacht op antwoord.

Daarnaast kan taal ook technisch complex zijn. Ken je alle grammaticaregels om foutloos te schrijven? Weet je voldoende van syntaxis, semantiek en interpunctie? Vergeleken met de taal is zelfs de computer een eenvoudig dingetje. Niet verwonderlijk dus dat er fouten worden gemaakt bij het gebruik van dat ingewikkelde instrument.

De wetten, de regels en de normen van de taal worden constant overschreden. Je zou kunnen zeggen dat taal springlevend is, juist door die afwijkingen. Dat taal dus leeft van haar fouten. Sommige onvolmaaktheden in het gebruik van taal worden met de tijd inderdaad als welkome veranderingen gezien. Andere groeien uit tot regelrechte taalkwesties waarover lang wordt gesteggeld.

Laten we niet te lang steggelen maar iets moois creëren volgens de bestaande regels en binnen de beschikbare mogelijkheden.

Taalfout in het waarschuwingsfilmpje tegen phishing

Sorry maar dat wekt geen vertrouwen kpn.

Wat is phishing? Een goedbedoelende meneer van de kpn legt het uit. Tja, ik zal wel weer een pietlut zijn maar hij zegt letterlijk:

‘Fishing is niet meer dan dat ze proberen je gegevens achter halen. Je kan op een bepaalde manier wel checken of het phishing is hè. Vaak zie je slecht taalgebruik.’

En ik als taaljongen.nl maar wachten op een leuke reclameopdracht. Zie: https://taaljongen.nl/category/taalkwesties/

Het is natuurlijk echt een aardige, goedbedoelende medewerker van kpn, daar gaat het niet om. Ook goed dat ze geen acteur hebben ingehuurd maar gebruik maken van iemand binnen het bedrijf die zich echt bezig houdt met fraudepreventie (‘Medewerker Abusedesk KPN’). Maar als zo’n persoon zich verspreekt, dan doe je het toch gewoon even over? Het bedrijf is nota bene een leverancier van telecommunicatie– en ICT-diensten!

Taal is constant in transitie

Een stijlboek biedt tijdelijke strengheid.

Stijlboeken ogen streng. Maar ja, wel begrijpelijk dat de krant met één smoel naar buiten wil treden. In eerste instantie hebben journalisten een eigen verantwoordelijkheid voor wat ze schrijven. Zo’n naslagwerk is dus wel handig. “Kan het nieuwe stijlboek worden geïnstalleerd als update van de spellingcontrole in mijn tekstverwerker?” wil een zelfverklaard opinieschrijver weten. Zo niet, dan moet hij de cosmetische controle van zijn stukken aan de redactie overlaten. (Die werkt trouwens ook zonder automatische spelling-, grammatica- en stijlcontrole).

Het stijlboek van de NRC heeft een herziening gekregen. Naast actualiseren was het doel om enige uniformiteit en consistentie aan te brengen ‘in een liberaal-organische taaljungle.’ Men heeft de operatie niet te stringent benaderd. Sinds de spellinghervorming van 2006 volgt het blad de ‘witte spelling’ en wijkt daarmee af van het ‘officiële’ Groene Boekje. Ook die ‘witte spelling’ is niet heilig voor de krant, getuige enkele afwijkingen op de daarin gepresenteerde voorschriften.

Een greep uit de stijlboeken die de afgelopen jaren zijn verschenen.

In een bepaald opzicht lijken de opstellers van stijlboeken eerder relativerend van aard dan streng. Zij weten als geen ander dat taal leeft. Taalwetten bezitten geen eeuwigheidswaarde. Het kan met taal alle kanten op, dat kunnen we dagelijks lezen en horen. Er zijn schitterende voorbeelden van dichterlijke vrijheid en taalkundige originaliteit. Vaker echter lijkt het persoonlijke tintje dat men aan zijn taal geeft op een tekort aan kennis, interesse of creativiteit. Dat vraagt om bewaking.

Het eigen taalgebruik kan een grote charme en originaliteit bezitten. Maar het bevat ook een beperking tegenover de werkelijkheid van de taal als geheel: de taal dus die door gebruikers tezamen in stand wordt gehouden. Als je te veel afwijkt van die norm verlies je de aansluiting. In het uiterste geval word je niet meer begrepen.

De één wat meer dan de ander, maar we maken allemaal subjectief gebruik van de taal. Wie kent haar wetten, haar regels en haar normen uit z’n hoofd of wil zich er steeds aan houden? De taaltuin is een te groot en mistig gebied voor zelfs een taalpurist om niet zo af en toe in te verdwalen. Soms raken we serieus de weg kwijt. Of we permitteren ons een slingerpaadje juist uit liefde voor verboden – maar fascinerende – terreinen.

Taalwetenschappers laten zien dat je ook objectief over taal kunt nadenken. Met de bestudering van het fenomeen bereik je meer dan met het opleggen van regels. Met andere woorden: taalbewustzijn doet betere diensten dan taalbescherming. Regels en voorschriften hebben zo hun nut als eigen taalgebruik en eigen voorkeur de communicatie van de taalgemeenschap dreigen aan te tasten. Maar wanneer gebeurt zoiets?

Het is goed om te weten dat er getrainde bewakers zijn. Het is fijn om te beseffen dat deze toezichthouders niet snel ingrijpen. Over het algemeen laten ze ons en ons taalgebruik met rust. Ze zien wel waar het heen gaat. Als iemand de taal iets te persoonlijk neemt, maakt hij zichzelf, zoals gezegd, onverstaanbaar. Die zelfregulerende werking lijkt afdoende.

Wanneer wordt het afwijkende geaccepteerd en kan men zeggen dat het incorrecte correct is geworden? De fouten van nu worden niet snel de grammatica van de toekomst maar taal is een open systeem dat nooit voor eens en voor altijd wordt ingesteld; het kan radicale kanten opgaan als de machtige stem van de massa dat wil. Maar alles is tijdelijk.

Taal is een verschijnsel, onderworpen aan de tijd en aan de mensen, dus verandering is onontkoombaar. Wijziging van een aantal stijlregels blijft een beetje een cosmetische operatie. Het verbaast mij altijd dat dit zoveel commotie teweegbrengt. Als het nou over ideologische taalkeuzes ging waaruit een maatschappijvisie en -kritiek van de krant zouden blijken.

Die journalistieke principes heeft de NRC apart opgetekend. Ze staan in de NRC Code (https://nrccode.nrc.nl/). Daarin is te lezen hoe de krant met meer controversiële, maatschappelijke of ideologische taalkwesties omgaat. Men streeft ernaar een beschrijvende krant te zijn, geen voorschrijvende, maar een verandering in de maatschappelijke praktijk zie je altijd terug in het taalgebruik, aldus de hoofdredacteur. Het is goed dat de NRC eenieder oproept om daarop alert te blijven.

De toon van een sollicitatiebrief

Hoe kritisch kun je zijn in je vacature?

Zou onderstaande sollicitatiebrief aanslaan denk je? De sollicitant voelt zich verplicht te melden dat hij, in het recente verleden, kritisch stond tegenover zijn potentiële werkgever. De manier waarop Natuurmonumenten zijn kritiek heeft behandeld vindt hij echter een compliment waard. Ook komt hij naar aanleiding hiervan tot het aanstippen van zijn eigen kwaliteiten.

Het Fort bij Spijkerboor staat onder beheer van Natuurmonumenten.

Deze sollicitatie op de door u geboden functie van ‘Boswachter Natuurbeheer’ zou incompleet zijn als ik hier niet vermeldde dat ik uw organisatie heb veroordeeld om haar kapbeleid. Ja, ik ben zo’n kritisch lid dat boze brieven schreef. Ik deed fanatiek mee aan de publieke discussie over bomenkap die begin dit jaar losbarstte.

Ik wist natuurlijk dat ik niet veel invloed had op uw beslissingen. Opgeteld bij de protesten van vele andere ontevredenen kreeg ik echter toch het gevoel dat mijn stem is gehoord. Ik vernam dat u minder bomen gaat kappen. U heeft dat besloten na raadpleging onder leden en donateurs. Dat strekt de natuurbeheerder tot eer.

De communicatie binnen uw organisatie blijkt goed te werken. U legt uw oor daadwerkelijk te luisteren bij wat er leeft in de samenleving. Hier zie ik een verband met één van de belangrijkste vereisten van de door u geboden functie. Ik begrijp dat die ook verbinding en communicatie vergt, het onderhouden van contacten, een goede klantgerichtheid en sociale vaardigheid.

Ik denk dat ik dat kan; goede relaties opbouwen en onderhouden, dus werken aan een gedegen verstandhouding met alle betrokkenen. Het lijkt mij van nut voor elke organisatie om kritische leden binnen haar gelederen te hebben. Ik zou het erg fijn vinden als ik mijn betrokkenheid als lid met mijn toewijding als werknemer mocht uitbreiden.

Mijn kracht is gelegen in het opbouwen en onderhouden van netwerken en in het coördineren van – binnen de organisatie aanwezige – kennis en kunde. Met name in mijn functie van treindienstleider en omroeper heb ik mezelf communicatieve vaardigheden, organisatievermogen en ervaring als coördinator eigen gemaakt die ik graag weer zou benutten in de door u geboden functie.

Ook wat betreft de wat meer specifieke vereiste voor deze baan – vastlegging van gegevens in datasystemen, het verrichten van uitvoerende werkzaamheden – denk ik u positief te kunnen verrassen. Ik weet de weg op internet. Fysieke arbeid in de natuur zie ik als een welkome en gezonde afwisseling.

Wat ik u daarnaast kan bieden is: Iemand met een goede algemene ontwikkeling (hbo-denkniveau) die hij creatief weet in te zetten. Iemand met zorg om de milieuproblematiek en met liefde voor de natuur. Een vrolijke, gedisciplineerd werkende collega.

Voor de rest verwijs ik u naar mijn C.V. die ik u bijgaand toestuur. Ik zou het bijzonder op prijs stellen indien u mij uitnodigt voor een nadere kennismaking.