Mijn meer dan meewarige meedenkster

Aan het eind van de hondenlijn loopt altijd een baasje

In het parkje achter mijn huis word ik bestormd door een chihuahua. Ik voel de liefde. Aan het eind van de rollijn loopt het baasje. Ook zij heeft het goed met me voor.
“Ik weet een baan voor je” zegt ze en frommelt een A4-tje uit haar zak. 
Het blijkt te gaan om een vacature in de zaak van haar schoonzoon. Ik lees: ‘Medewerker klantcontact gezocht.’ 

Een andere hond heeft het uitlaatveld betreden. Een golden retriever die totaal geen aandacht heeft voor onaanzienlijke soortgenoten. Omgekeerd is er wel interesse. Ons keffertje vergeet dat hij vastzit. In zijn kippendrift draait hij een paar keer om mij heen zodat ik word vastgeketend aan mijn baanbegeleidster.

Respectvolle bezoekers bij een plaats delict. Waarom doodde Thijs H. onlangs drie hondenuitlaters?

Haar commando’s om het beest tegendraads terug te sturen halen weinig uit. Als een boeienkoning moet ik mezelf zien te bevrijden. Dat lukt mij net voordat ik stik.

“Wat die baan betreft: dank voor het meedenken”, laat ik mij onmerkbaar ongemeend ontvallen. “Je bent begaan met mijn lot en zoekt daarom mee naar functies waarvan je denkt dat ze mij bevallen. Toch ben ik niet wanhopig, moet je weten. Juist deze baanloze periode maakt het mogelijk om mij te oriënteren op wat ik het liefste zou willen.”

Meteen nadat ik deze woorden heb uitgesproken vraag ik mij af waarom ik mezelf sta te verklaren.  
“Maar je hebt natuurlijk niet eeuwig de tijd” reageert ze. “Op een gegeven moment moet je wel aan de slag.”

Dan komt er een man aan met een buldog. Hiervoor rolt ze de lijn wel op tijd in. 

Vier zwanen en een vlinder

Plus een fabeldier dat wauwelt over wilskracht.

Op de vleugels van het toeval bereikten mij in deze eerste zomerweek een viertal berichten over zwanen.

Eén
Een man daalde af in een gracht in Amsterdam om een zwanenjong te bevrijden. Het diertje was verstrikt geraakt in een hekwerk in het water. Arme dierenactivist. Het ouderpaar bleek niet gecharmeerd van zijn actie. Het verdedigingsinstinct van zwanen had geen boodschap aan de intenties van een levensredder. Hoe overtuig je als mens het dierlijk instinct van je goede bedoelingen? Niet dus. Geblaas en vleugelklappen is wat de dierenvriend kon krijgen. De communicatie tussen mens en dier verloopt vaak nogal moeizaam.

Twee
Een vriendin die werkt voor Codarts in Rotterdam vertelde me van de moord op een oud leerling van deze dansacademie. Na zijn opleiding ging Kirvan Fortuin terug naar zijn geboorteland om daar een creatieve danscommunity op te richten. Afgelopen weekend overleed de 28-jarige lhbti-activist ten zuidoosten van Kaapstad door messteken. De verdachte van de moord is een 14-jarig meisje. Was deze dood te voorkomen geweest? Communicatie tussen mensen mondt minder vaak in moord uit dan in onbegrip.
De vriendin, die meer dan duizend dansers kent, moest ook aan Monique Duurvoort denken. Even voor de eeuwwisseling vond er een ongemakkelijk incident plaats bij Het Nationale Ballet. De creatieve staf had corps de ballet lid Duurvoort regelmatig verzocht haar donkere huid te bleken omdat ze zou disharmonieren tussen de andere ballerina’s in Het Zwanenmeer. Ze weigerde categorisch om de witpoederkwast te hanteren. Toen men dreigde met ontslag wegens werkweigering diende ze een klacht in bij de directie en de ondernemingsraad.
Boosheid van beide kanten resulteerde gelukkig in een groter begrip voor haar standpunt. Zwanenmeren werden niet langer in beton gegoten. Men liet klassieke balletwaarden varen en bood ruimte aan diversiteit.

Trouble in paradise. Typisch voorbeeld van een misgelopen verstandhouding tussen mens en dier.

Drie
Aan de Anthony Fokkersingel in de Haagse wijk Ypenburg stierf eerst de bekende buurtzwaan Anthon en korte tijd daarna de hele rest van zijn familie. De zwanen waren de lievelingetjes bij omwonenden. Wat ging er mis? Over de oorzaak van de plotselinge dood werd druk gepraat en gespeculeerd op de buurtpreventieapp. De zwanenfamilie kwam er niet door terug, maar mensen wisten elkaar te vinden in hun rouw, woede en verbijstering. De reacties op een inzamelingsactie voor een herdenkingsbeeld waren overweldigend. Communicatie in optima forma zou je zeggen. Het onderwerp was er dan ook wel naar. De groepsapp diende voornamelijk als rouwcentrum maar men begon er ook te wijzen in de richting van mogelijke moordenaars. Ik verbeeldde mij dat die – als ze al bestonden – gewoon aan de geanimeerde troostgesprekken deelnamen.

Vier
Later liep ik een buurvrouw tegen het lijf. Hoe wij over de onvermijdelijkheid van het lot kwamen te spreken weet ik niet – ik had het met haar nog niet over de zwanenberichten gehad – maar zij sprak mij tegen en verwees naar een verhaal uit een boekje van Tellegen. Het gaat over een zwaan en een vlinder. Ik heb het even opgezocht, het boek heet ‘Langzaam, zo snel als zij konden’ en ik ga er nu – met de nodige weglatingen – uit citeren:

‘Fladderen,’ vroeg de zwaan aan de vlinder, ‘hoe doe je dat toch? Dat probeer ik nou zo vaak.’
[…]
‘Je moet eerst je gedachten laten fladderen, zwaan,’ zei de vlinder. ‘Dan pas jezelf.’
[…]
‘Dan kan ik niet,’ zei de zwaan, wiens gedachten altijd statig waren alsof zij langs lange lanen schreden en slechts met vaste tussenpozen minzaam knikten naar oude herinneringen.
‘Nee,’ zei de vlinder. ‘Maar je kunt het wel leren.’
En zo, op die warme, wolkeloze dag, aan de oever van de rivier, kreeg de zwaan les van de vlinder. Hij leerde van de hak op de tak te springen, rommelig te zijn, nooit iets zeker te willen weten, maar ook nooit iets over te slaan.
‘Iets is niets,’ zei de vlinder. ‘Dát wel. Maar alles is wel alles.’
[…]
Er vielen gaten in de gedachten van de zwaan, flarden raakten er los en woeien weg, en tegen het eind van de middag was niet een van zijn gedachten meer statig of recht. Met grote ogen keek hij om zich heen, zijn hart bonsde, en toen de vlinder hem opeens een duw gaf sprong hij op en fladderde hij rond, totdat hij op de grond viel.
‘Au,’ zei hij. Maar hij lachte.
‘Zie je wel!’ zei de vlinder. ‘Nu kun je misschien nooit meer over de horizon verdwijnen of boven de wolken opstijgen, en ook zul je misschien nooit meer urenlang kunnen doorvliegen. Maar je kunt fladderen!’

Eerlijk gezegd was ik nooit echt gecharmeerd van de gesprekken tussen dieren in fabels, sprookjes of andere verhalen met fauna in de hoofdrol. Mijn brein is, vrees ik, niet tot dergelijke abstracties bij machte. Er staan me teveel echte, noodlijdende dieren voor ogen, om me over te kunnen geven aan het idee dat verschillende soorten elkaar zo makkelijk begrijpen in symbolische vertellingen. Veel mensen zouden het misschien fantastisch vinden als alle wezens één taal spraken. Ik vind het al fijn als leden van de menselijke soort hun geschillen in gesprekken weten op te lossen.

Veel-bullshit-belovende reclame

Maar de ene vorm van communicatie leidt tot de andere.

De verwarring komt steeds op hetzelfde neer. Communicatie heeft niet te maken met wat mensen letterlijk zeggen, maar met de intentie van hun boodschap. Mensen hebben een bedoeling, hun woorden ‘slechts’ een betekenis.

Soms proberen taalgebruikers hun bedoeling te verbergen. Dan hoeft er niet perse sprake te zijn van een leugen. Iets anders zeggen dan je bedoelt, kan een commercieel belang dienen. In dat geval hebben we op z’n minst met misleiding te maken. Helaas is valsheid in reclame zo geaccepteerd dat we het als een legitieme vorm van zakendoen zijn gaan zien.

Tijdens de lange reis leren vader en zoon elkaar pas echt kennen.

De film Nebraska uit 2013 toont vormen van communicatie op verschillende niveaus. Een oude man ontvangt een brief van een bedrijf waarin staat dat hij een miljoen heeft gewonnen. Hij ziet niet in dat dit slechts een wervende tekst is, bedoeld om hem iets aan te smeren. Hij kan het niet uit zijn hoofd zetten en blijft er steeds op terugkomen dat er ergens een prijs op hem ligt te wachten. Daar wil hij naartoe.

Zijn huisgenoten worden ongedurig van zijn dwaling, zoals je geagiteerd kunt raken van constante commercials. Op een gegeven moment besluit de zoon des huizes om zijn vader dan in godsnaam maar mee te nemen naar het bedrijf in Nebraska om die zogenaamde prijs op te gaan halen. Het wordt een interessante road movie waarbij de communicatie van de zoon richting vader steeds meer de kenmerken krijgt van berusting en respect.

Boodschappen letterlijk nemen? Beter van niet, als het uit de richting komt van marketing types. Maar een lichtdementerende vader die een onhaalbaar verlangen koestert? Waarom niet tenminste de moeite nemen om die wens zo goed als mogelijk te vervullen? Vooral als het een interessante tocht oplevert en een nieuwe benadering van iemand die je dreigt te verliezen.

Tegen een wrede ziekte is helaas niet veel te doen. Maar misverstanden en ergernissen in de communicatie laten zich gelukkig nog wel ‘genezen’.