Leugen na leugen na leugen

Hoe konden meer dan 70 miljoen mensen stemmen op zo’n idioot?

In zijn meest recente speech in het Witte Huis – gisteren rond 23:00u – liet Donald Trump een stroom aan desinformatie los op zijn toehoorders, waarmee hij de legitimiteit van de verkiezingen probeerde te ondermijnen. Ik heb nog nooit zo’n gênante vertoning gezien van een president van Amerika. Iedere keer denk je dat je het ergste wel gehad hebt met die man, maar dan overtreft hij zichzelf weer in stupiditeit en vooral ook in valsheid. De ene ongefundeerde beschuldiging na de andere kwam uit zijn mond, waaronder beweringen dat ambtenaren in Pennsylvania en Detroit zouden hebben geprobeerd om verkiezingswaarnemers van stembureaus te weren. Journalisten wilden achteraf natuurlijk graag bewijzen zien, maar de president verklaarde zichzelf niet nader en vertrok zonder één vraag te beantwoorden.

Sommige persbureaus braken de toespraak tussentijds af omdat die gewoon teveel leugens bevatte. CNN liet deze vuilspuiterij aan onterechte beschuldigingen wel integraal zien. Het was een begrijpelijke journalistieke afweging maar naderhand waren de doorgaans welbespraakte analisten voor het eerst even verstomd van pure ontsteltenis en ongeloof. Zoveel regelrechte leugens. Zoveel bewust verkondigde verzinsels die de democratie ondermijnen en dus heel schadelijk zijn voor het land. In feite was er sprake van opruiing onder de kiezers. Ik vraag mij eens te meer af hoe bijna 68 miljoen mensen op zo’n idioot konden stemmen. Zijn zij ziende blind? Lezen zij geen kranten? Kunnen zij dan echt totaal geen zin van onzin onderscheiden? Het was eng om te zien hoe Amerikaanse burgers met geweren, in wezen aangespoord door hun president, zich rond sommige telbureaus verzamelden en daar leuzen schreeuwden als ‘Stop The Counting’ of erger.

CNN besloot de stuitende speech wel integraal uit te zenden. Daarna waren de journalisten zichtbaar aangedaan. Citaat van de talkhost: ‘You see him like an obese turttle on his back, frailing in the hot sun.’

Hier een opsomming van wat de president beweerde en wat er feitelijk van waar is:

TRUMP: “We’re hearing stories that are horror stories. We think there is going to be a lot of litigation because we have so much evidence and so much proof.”

DE FEITEN: Trump heeft geen bewijs geleverd van systematische problemen bij het stemmen en het tellen van de stemmen. De ‘mailed-in ballot-counting’ (het tellen van met de post binnengekomen stemmen) verloopt juist opvallend probleemloos door het hele land, zelfs nu de VS te kampen heeft met de coronapandemie.

Eén van Trumps belangrijkste bezwaren – dat het tellen de verkiezingsdag overschrijdt – mist elke grond. Op geen enkele presidentsverkiezing ooit, zijn al de stemmen op dezelfde dag geteld en er bestaat geen wet die zegt dat zoiets moet. Het grote aantal stemmen per post en de hoge opkomst hebben het telproces in sommige, maar niet in alle gevallen, vertraagd.

Pennsylvania

TRUMP: “In Pennsylvania partisan Democrats have allowed ballots in the state to be received three days after the election and we think much more than that and they are counting those without any postmarks or any identification whatsoever.”

DE FEITEN: Het hoogste gerecht van de staat, dus niet ‘partisan Democrats’, heeft bepaald dat stembiljetten die waren ingevuld voor het eind van de verkiezingsdag, drie dagen later nog konden worden ontvangen en meegeteld. De hoogste rechter onderzocht de zaak en stemde toe in die tijdspanne. Andere staten hebben ook aanpassingen goedgekeurd voor stembiljetten die wat later arriveren in de post.

TRUMP: “Pennsylvania Democrats have gone to the state supreme court to try and ban our election observers … They don’t want anybody in there. They don’t want anybody watching them while they are counting the ballots.”

DE FEITEN: Dat is een leugen. De president geeft een valse weergave van de rechtszaak. Niemand heeft geprobeerd om verkiezingswaarnemers te weren. Democraten hebben absoluut geen poging gedaan om republikeinse vertegenwoordigers de waarneming van het verkiezingsproces onmogelijk te maken. Het ging voornamelijk om de afstand waarmee waarnemers bij de verkiezingsmedewerkers konden komen, die de per post ontvangen stemmen aan het verwerken waren. Het Trumpkamp heeft een proces aangespannen om deze waarnemers dichterbij te laten komen dan in de bestaande richtlijnen was voorgeschreven. De rechter besliste in het voordeel van dit verzoek. Dat was werkelijk alles.

Michigan

TRUMP: “Our campaign has been denied access to observe any counting in Detroit.”

DE FEITEN: Dat is onwaar. Schriftelijke stemmen (absentee ballots) werden geteld in een stembureau (convention centre) in de binnenstad waar 134 telborden waren geïnstalleerd. Iedere partij mocht een verkiezingswaarnemer per bord laten meekijken.

Ontluisterend. Trump’s hypocrisie komt hier op neer. Enerzijds zegt hij: STOP THE COUNTING IN PA & GA CAUSE I’M IN THE LEAD! En anderzijds: DON’T STOP THE COUNTING IN NV & AZ CAUSE I’M BEHIND!
Georgia

TRUMP: “The election apparatus in Georgia is run by Democrats.”

DE FEITENDit is onwaar. Aan het hoofd van de verkiezingen van deze staat is een republikein: staatssecretaris Brad Raffensperger.

TRUMP: “The 11th Circuit ruled that in Georgia the votes have to be in by election day, that they should be in by election day. And they weren’t. Votes are coming in after election day.”

DE FEITEN: Hoewel de rechtbank had bepaald dat de stemmen om 19:00u op de dag van de verkiezingen binnen moesten zijn om mee te kunnen tellen, was er een uitzondering gemaakt voor de stemmen van Amerikaanse militairen die overzee dienen. Deze konden nog ingenomen worden tot vrijdag 17:00u. De stemmen die de verkiezingsambtenaren in Georgia aan het tellen waren na verkiezingsdag zijn stuk voor stuk rechtmatig want op tijd ontvangen.

Rechtmatigheid van de stemmen

TRUMP: “If you count the legal votes, I easily win. If you count the illegal votes, they can try to steal the election from us.”

DE FEITEN: Dit is ongefundeerd. Noch Trumps campagnemedewerkers, noch verkiezingsambtenaren zijn substantiële hoeveelheden ‘illegale’ stemmen tegengekomen, laat staande hoeveelheden die de verkiezingsoverwinning van Trump in de weg zouden kunnen staan. Hij doet regelmatig voorkomen alsof de stemmen per post onrechtmatig zijn. Maar alles verloopt in overeenstemming met de stemregels, die in sommige gevallen zijn aangepast door gezagdragers vanwege de coronapandemie, dus om het stemmen voor de kiezers zo veilig mogelijk te houden.

TRUMP: “We were winning all the key locations, by a lot actually.” (Klagend dat onderhandse activiteiten zijn voorsprong zou hebben tenietgedaan.)

DE FEITEN: De omslag in het succes waarover hij spreekt wordt verklaard door de manier van stemmen in de staten, niet door één of andere malversatie. Grote steden geven hun nummers vaak langzamer door en deze stedelingen zijn doorgaans in meerderheid democratisch.
Ook stemmen per post worden meestal pas geteld aan het einde van het verkiezingsproces. Dat gedeelte van de stemmen viel niet toevallig ten gunste van Biden uit. Trump had zijn electoraat immers aangeraden om af te zien van stemmen per post, dus om in eigen persoon en op verkiezingsdag te gaan stemmen. Dit verklaart waarom Trump deze dag afsloot met winst in bijvoorbeeld Pennsylvania, Michigan, Wisconsin en Georgia maar z’n voorsprong zag wegslinken vanaf de woensdag daarna.

Jihadisten bespotten mag ook al niet meer?

Een docent van het Emmauscollege in Rotterdam zit ondergedoken.

Hij legde nog uit dat het niet over een spotprent van Allah of Mohammed ging maar over een jihadist. Een islamitische extremist dus. Het mocht niet baten. Drie schoolmeisjes beschuldigden de docent van godslastering. Er verschenen foto’s op Instagram en Facebook van het prikbord in het klaslokaal met daarop de gewraakte cartoon, waarna de leraar online werd bedreigd.

De docent zit inmiddels ondergedoken. De betreffende leerlingen kunnen gewoon naar school. Wat een groot gebrek aan consideratie met de slachtoffers van aanslagen door moslimterroristen – en hun rouwende nabestaanden – om juist in deze tijd een punt te maken van een cartoon die alleen maar ingaat en commentarieert op iets dat evident verschrikkelijk is.


In de afgesloten leefwereld van de geïndoctrineerde meisjes was misschien alleen een leraar van een openbare middelbare school nog enigszins in staat om hen iets bij te brengen over diversiteit en vrijheid van meningsuiting, maar deze man hebben zij het lesgeven nu onmogelijk gemaakt. Ik vrees dat de enggeestige omgeving van de meisjes verder voornamelijk uit Nederlandse moslims bestaat. Een initiatief om beledigen van de profeet strafbaar te stellen vindt daar ondertussen brede steun.

Ik onderga het knarsetandend, maar denk: ok, goed, laat dat zo zijn, dan zal ik Allah of Mohammed hier sparen. Deze site wordt gelezen door vijf man en een paardenkop maar toch; je mag je eigen veiligheid toch enigszins bewaken? Dat de meisjes zich keerden tegen mensen die spotprenten van NIET-heiligen afbeelden, zal wel een vergissing zijn. Hun ouders leggen hen hopelijk uit dat ze zich niet ‘roomser dan de Paus’ hoeven te gedragen. En verder dat een welgemeend sorry nu misschien op z’n plaats is?

Aanvulling 6 november 2020 (bron:NRC):
De Rotterdamse politie heeft vrijdagochtend een 18-jarige vrouw aangehouden op verdenking van opruiing. Een post van haar op sociale media zou anderen hebben aangezet tot „het plegen van strafbare feiten richting het Emmauscollege en een docent.”

Kerk en wetenschap in kortstondige verstrengeling

Een sterk staaltje zwarte kousen opportunistisme.

Zoals wij weten raakte de Hersteld Hervormde Kerk in Staphorst in opspraak omdat er drie diensten werden gehouden met elk maximaal 600 mensen.

Die kritiek van buiten werd het landelijke bureau van de Hersteld Hervormde Kerk te groot. Zij kwam daarom met het advies om het aantal bezoekers flink te verlagen en ook opnieuw te kijken naar het zingen van liederen. Verder zei het landelijk bureau dat bij het in- en uitgaan van de kerk mondkapjes moesten worden gedragen.

De kerk in Staphorst belegde een vergadering en besloot dit advies niet over te nemen. De reden? “Aangezien er geen wetenschappelijk bewijs is over het nut van mondkapjes, is het de verantwoordelijkheid van de kerkgangers zelf of ze deze bij het in- en uitgaan willen dragen.”

Geen wetenschappelijk bewijs? Uit de ‘koker’ van een kerk? Eigenlijk biedt deze reactie hoop. Tenminste, als er voortaan vaker een wetenschappelijke meetlat wordt gelegd naast hetgeen deze herstelde of vrijgemaakte gemeenschap van hogerhand krijgt opgelegd.

Beste boer, een beetje respect graag

De wetenschap werkt al jaren in je voordeel.

We schijnen als klein land een relatief grote bijdrage te leveren aan de gezamenlijke geldpot van Europa. Alleen al daarom lijkt het mij verstandig om goed bij te houden wat er in Brussel wordt besproken en besloten. Neem de European Environment Agency. Die hebben onlangs een rapport uitgebracht, genaamd ‘State of nature in Europe’, dat de milieuproblemen weer eens opsomt.

Ik vat samen:
1: Het overgrote deel van de natuur in Europa is in arme of slechte conditie.
2: Deze situatie wordt alleen maar erger.
3: De belangrijkste oorzaak voor deze achteruitgang ligt bij de intensieve landbouw.

Het tegenstrijdige is dat de ‘Common Agricultural Policy’ (CAP) van de EU de intensieve landbouw nog steeds bevoordeelt. Dit komt voornamelijk omdat hervormingen, als het belonen van agrariërs die zich wel inspannen voor een gezond milieu (onder andere dmv de ‘Farm for Fork’ strategie of de ‘European Green Deal’), weerstand ondervinden van boerengroeperingen in sommige lidstaten.

Daartoe behoort Nederland. Zoals wij weten gaat het er in ons land nogal hectisch aan toe als gevolg van ‘trekkerterroristen’. Mechanische paardenkrachten compenseren wat het boerenbrein aan intelligentie moet ontberen. Zo forceerde Farmers Defence Force zich een weg naar Den Haag waar het haar alternatieve waarheden onder veel bedreiging door de strot wrong van bestuurders. Sommigen van hen zagen zich genoodzaakt aangifte te doen bij de politie wegens intimidatie of erger. Anderen dansen (inmiddels) naar de pijpen van deze landbouwcriminelen.

Ondertussen blijft het een wetenschappelijk feit dat de agrarische sector in Nederland verantwoordelijk is voor 47% van de CO2-uitstoot. Je kunt een grote bek opzetten en met boerenverbolgenheid de gier van je eigen gelijk rondstrooien tot de stank van de domheid ondraaglijk wordt en ons als medeburgers naar de keel grijpt, maar de werkelijkheid ploeg je niet zomaar onder de zoden.

Bind je in, boer, laat het denken aan denkers over en gebruik je tractor waarvoor hij gemaakt is. (Zo’n werktuig van meer dan 500 pk kon trouwens ook alleen maar ontstaan dankzij de wetenschap.)

Aanschouw het tweespletenexperiment

En raak verslingerd aan de kwantummechanica.

Althans, dat zou je hopen. De waarheid is dat de meesten het allemaal te moeilijk vinden en hun heil zoeken bij gemakkelijke oplossingen. Ze willen snelle antwoorden op hun vragen. Die verschaffen de leveranciers van Desinformatie, Onzin en Misleiding hen graag.

Mag er geen ruimte zijn voor twijfel? Moet alles meteen worden verklaard? Kan, zolang de wetenschap nog geen eensluidende, afdoende verklaring heeft gevonden, de vraag niet openblijven en terugkomen in talloze hypothesen die zorgvuldig getest worden aan en in de werkelijkheid?

Voor ongeduldige betweters zijn er talloze sites beschikbaar waar ‘blaters’ vanuit hun benauwende bubbels met veel aplomb quasi bevredigende schijnoplossingen bieden. Ik schaar ze onder het anagram ‘DOM’ en schrijf rustig verder op dit blog dat door een handjevol mensen wordt gelezen.

Zie hieronder hoe het staat met de staat van het wetenschappelijk onderzoek in de kwantummechanica. Fysici zijn niet eenduidig in hun voorspellingen ten aanzien van de realiteit die zij onderzoeken. Dat pleit voor hun vasthouden aan de wetenschappelijke methode waarin het gebruikelijk is om te proberen de bestaande hypothese te weerleggen en die door nieuwe onderzoeksvragen te vervangen.

Dat noem ik de bescheidenheid van de wetenschap. Een stelling die (nog) niet bewezen is, dient als uitgangspunt voor een experiment of voor een gerichte waarneming. Ongeacht de hoeveelheid aanwijzingen die de hypothese steunen, is één, reproduceerbaar, negatief uitvallend experiment voldoende om de hypothese te falsifiëren (onderuit te halen).

Dat is de bedoeling. Een wetenschappelijke hypothese moet falsifieerbaar zijn: er moeten experimenten of gerichte waarnemingen denkbaar zijn die de hypothese zouden falsifiëren als de uitkomsten van dat experiment de hypothese weerspreken. Voor diverse hypothesen is de wetenschap niet ver genoeg gevorderd om experimenteel volledig uitsluitsel te kunnen geven over het wetenschappelijke waarheidsgehalte van de hypothesen.

In dat geval zal de wetenschapper zich extra bescheiden opstellen. Zijn ‘hypothese’ komt dan het meest in de buurt van wat in het dagelijks spraakgebruik gebezigd wordt in de zin van ‘veronderstelling, aanname’. Nooit zal een echte wetenschapper beweren dat hij de waarheid in pacht heeft als die niet kan worden aangetoond. Daarom bestaan er in de kwantummechanica juist zoveel voorstellen van mogelijke verklaringen voor de fenomenen die worden waargenomen.

Met deze professionele opstelling staat het aplomb van de meute in schril contrast. Een algemene theorie ontstaat niet zomaar, die moet consistent zijn met alle beschikbare data en met andere al bestaande theorieën. Geen enkele wetenschapper houdt vast aan wat door de werkelijkheid wordt weersproken.

Opbouw van het interferentiepatroon in de tijd bij het tweespletenexperiment uitgevoerd met elektronen.

Het gelijksoortigheidsbeginsel:

Behandel Homeopathie als alle andere vormen van kwakzalverij.

Sommige mensen geloven alleen al in homeopathie omdat de behandelmethode zo enorm lang bestaat. Dan moet het wel werken, schijnt hun voorbarige redenering te zijn. Homeopathie is een tweehonderd jaar oude therapie gebaseerd op pseudowetenschappelijke ideeën, ontworpen door de Duitse arts Samuel Hahnemann (1755 – 1843).

Hahnemann formuleerde drie onzinnige ‘natuurwetten’. Zo veronderstelde hij dat ziekten worden veroorzaakt door een verstoring van de ‘levenskracht’ in de mens, een gedateerd en vaag begrip. Zijn behandeling vatte hij samen in de Latijnse slagzin similia similibus curentur, of wel: men moet het gelijkende met het gelijksoortige behandelen (het gelijksoortigheidsbeginsel). In de woorden van Hahnemann: “Kies om snel en zeker te genezen een middel dat een soortgelijke aandoening kan veroorzaken als die het genezen moet.”

Hahnemann slikte allerlei stoffen (vaak merkwaardige, zoals fijngewreven honingbijen, gemalen oesterschelp en geroosterde badspons voor de luchtwegen). In zijn zogenaamde geneesmiddelenproeven bracht hij de optredende verschijnselen in kaart. Hij hield van al die middelen de symptomen bij. Van sommigen, zoals kamille, wolfskers, zwavel en inktvis tekende hij honderden verschillende symptomen op waar hij last van kreeg. Vertoon je één van die ziektesymptomen, redeneerde hij, dan is direct duidelijk welke stof moet worden ingenomen om te genezen.

Van suggestie of placeboverschijnselen, laat staan van dubbelblind gecontroleerd onderzoek, had men in Hahnemanns tijd nog niet gehoord. Homeopaten maken bij het zoeken naar het juiste, gelijkende middel nog altijd gebruik van Hahnemanns beeldenbijbel De Organon, een verzameling van tien dikke boekdelen waarvan de eerste editie dateert van 1810. Deze bijbel is later in eigen homeopatenkring in Duitsland fel bekritiseerd en onderuit gehaald.

De Duitse homeopathische arts Fritz Donner werkte lang als chef-‘arts’ in de homeopathische universiteitskliniek in Berlijn. Hij deed in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw vergelijkbare ‘symptomen’-observaties als Hahnemann en concludeerde op basis daarvan – met pijn in het hart, liet hij later weten – dat vermeende resultaten vooral aan een placebo-effect moeten worden toegeschreven. “Uiteindelijk was het resultaat dat de geneesmiddelleer in werkelijkheid in hoge mate dubieus is, hetgeen de vooraanstaande homeopaten niet weten of eenvoudigweg niet tot zich kunnen of willen laten doordringen”, schrijft Donner in een van zijn beroemd geworden brieven aan collega-homeopaten. 

De grote homeopathische hersenkronkel is verdunning. Het genezende vermogen van een stof berust niet op een materieel (chemisch of fysisch) proces, maar op een immateriële, geestelijke kracht, aldus het homeopathische gedachtegoed. Deze kracht moet door schudden worden vrijgemaakt waarbij het middel tegelijkertijd wordt verdund. Hoe vaker geschud en verdund des te sterker de geneeskracht zou zijn.

Verdunnen gebeurt met behulp van alcohol, meestal in stappen van 1 : 10, of 1 : 100. Bij elke stap wordt het middel een voorgeschreven aantal malen zodanig geschud dat het glas telkens tegen een enigszins elastische ondergrond stoot, waarbij dus een schok door de vloeistof gaat. Onoplosbare stoffen worden in de verhouding 1 : 10 of 1 : 100 langdurig gemengd met melksuiker. Dit verdunningsproces – waarbij de geneeskracht dus toeneemt met het afnemen van de hoeveelheid stof – noemt men potentiëren; door deze homeopathische bereiding ontstaan zogeheten potenties.

De verdunningsgraad wordt aangegeven met een letter en een getal. Chamomilla D6 staat bijvoorbeeld voor zes keer geschud en in stappen van 1 : 10 verdund kamille-sap; omgerekend een miljoen maal verdunning. Pyrogenium C12 is 12 keer geschud, een verdunning eindigend in talloze nullen. In hogere potenties (D24 of C12 en hoger) zitten er bijna tot geen moleculen van de oorspronkelijke stof meer in het middel. C30 is een veel gebruikte verdunning in de homeopathie: daar zit dus geen enkele molecuul meer van de oorspronkelijke stof in. Voor homeopaten is dit geen reden om aan de geneeskracht te twijfelen omdat aan ‘genezen’ immers geen materie te pas komt, geloven ze. Moderne homeopaten hebben moeite met dit concept van ‘geestelijke geneeskracht’ en spreken liever van ‘energetische processen’ die overigens ook niet met conventionele middelen zijn te meten.

Veel homeopaten vinden vaccinatie van besmettelijke (kinder)ziekten, zoals opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), vaak niet nodig. Met name klassiek homeopaten haten vaccins. Eén van de homeopathische stokpaardjes is het gebruik van sterk verdunde en geschudde middelen voor of na vaccinatie ter preventie van het zogeheten ‘post-vaccinaal syndroom’. Sommige homeopaten duiden hiermee een verzameling uiteenlopende acute en chronische klachten aan, die voorkomen na een vaccinatie. Een kind zal echter vrijwel altijd één van deze klachten vertonen, of het nu gevaccineerd is of niet. Het wetenschappelijke bewijs voor het bestaan van het post-vaccinaal syndroom is nooit geleverd.

Er zijn meer homeopathische excessen. Zo zijn er therapeuten die menen met homeopathische spoelmiddelen (Cease-therapie genoemd) autisme te kunnen bestrijden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft in 2013 deze artsen gewaarschuwd. In 2016 heeft de Reclame Code Commissie (RCC) gezondheidsclaims van enkele Cease-therapeuten verboden.  

Homeopathie lijkt – na 200 jaar – zijn langste tijd te hebben gehad. Het aantal homeopathische artsen neemt de laatste jaren geleidelijk af. Ook het gebruik van homeopathische middelen en deelname aan homeopathische cursussen/opleidingen zijn op hun retour. De wetenschap heeft de afgelopen jaren een duit in het zakje gedaan. Er zijn dikke rapporten verschenen met als belangrijkste conclusie dat homeopathische middelen niet werken. De Australische National Health and Medical Research Council (NHMRC), tegenhanger van de Nederlandse Gezondheidsraad, heeft een uitgebreide literatuuranalyse gepubliceerd met als belangrijkste finale conclusie dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is dat homeopathie werkt.

De Australische instanties hebben zich met hun rapport aangesloten bij eerdere bevindingen in Engeland. Een wetenschappelijke commissie van het Britse House of Commons concludeerde na een uitgebreide literatuuranalyse, dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is voor de werking van homeopathische middelen. Reviewonderzoeken en meta-analyses geven aan dat homeopathische middelen niet beter werken dan placebo’s. De wetenschappelijke basis hierachter is simpel, schrijft de commissie: ‘Er kan geen wetenschappelijke verklaring zijn voor de homeopathische bewering dat ultraverdunde oplossingen zouden werken’.

Gezien de enorme commerciële belangen die de homeopathische illusie mede in stand houden, is het niet waarschijnlijk dat de homeopaten door welk onderzoek dan ook ooit zullen terugkomen op hun dwalingen. Tegen geldzucht helpt geen enkel middel.

Ruim 20.000 leugens uit de mond van een gek

Maar de ‘deplorables’ hangen aan z’n lippen.

Wie zijn de mensen die een persoon aanhangen die overduidelijk lijdt aan een psychische stoornis en die op dit moment al meer dan 20.000 aantoonbare leugens heeft verspreid sinds zijn aantreden als president van Amerika?

Dit zijn zelf natuurlijk ook mensen die het niet erg nauw nemen met de waarheid en waarvan sommigen waarschijnlijk zelf last hebben van een persoonlijkheidsstoornis, al valt dit niet snel op, omdat hun aantal groot is.

Wat als je van huis uit bent geïndoctrineerd met het idee van de traditionele verzoeningsleer? Die leer gaat zo: Jezus’ dood bracht genoegdoening voor de schuld van de mensen. Hij betaalde de prijs voor onze zonden. Met deze uitruil zorgde God ervoor dat de mensen met hem verzoend en daardoor gered konden worden. Dit staat bekend als de satisfactieleer en vormt een kernelement van het christelijk geloof.

Verzoening door voldoening; dit overduidelijk idiote verhaal is wat veel Amerikaanse ‘evangelicals’ nog steeds letterlijk geloven. Zij verdedigen het traditionele leerstuk met klem. Nooit kwam bij hen de vraag naar boven: waarom moest Jezus nou eigenlijk sterven? Waarom wilde God dat?

Als je de verzoeningsleer nooit als achterhaald en volkomen onwaarschijnlijk hebt afgewezen, dan sta je per definitie open voor nog meer onzin, ook in je huidige leven. Je bent bovendien gepokt en gemazeld in het aanvaarden van gezag van iemand die zomaar wat uitkraamt.

Als je als kind dagelijks bent geconfronteerd met bekende theologische uitspraken als ‘Christus droeg onze straf’, ‘Met zijn bloed betaalde Christus onze schuld’, dan is je brein op z’n minst geprepareerd om lariekoek als werkelijk te aanvaarden. Degene die deze onzin verspreiden zijn gezaghebbende figuren in je leven, te weten je eigen vader en moeder, en verder de leidende personen in hun omgeving die zij zelf als belangrijk zien.

Een buurjongetje van mij was in zijn jeugd orgeltrapper voor meneer pastoor en zijn kudde kritiekloze toehoorders. Aan de andere kant woonden buurjongetjes die lid waren van een evangelische gemeente. Al deze vriendjes – die ik aanvankelijk benijdde – kregen de leer van het bloedig kruisoffer nogal nadrukkelijk mee, vooral via de liedcultuur. In zekere zin was het elke zondag van het jaar voor hen ‘Goede Vrijdag’. Ze zongen steevast over het bloed van Jezus dat hen zou redden. Het leek net of ze meer belang hadden bij een dode Jezus dan bij een levende. En inderdaad, als je de obsessie met bloed en Jezus’ gewelddadige dood in de opwekkingsliederen bekijkt, is de kerk soms net een slachthuis.

Van die al te strakke orthodoxie namen mijn buurjongens op een gegeven moment afscheid. Zij begonnen in te zien dat Jezus meer was dan iemand die voor hun zonden was gestorven. Hij vertelde gelijkenissen en gaf wondertekens die juist over het leven gingen. Zij hebben het oude geloof in het kruis als het ware gekruisigd, zoals veel mensen in Nederland deden onder invloed van de secularisatie en het humanisme.

Maar het geloof in wonderen en andere onwaarschijnlijkheden werd in essentie niet aangetast! Ook voor de blinde aanvaarding van gezag – een krachtig figuur wiens woord niet in twijfel wordt getrokken – bleven ze een zwak houden. Hun predispositie voor onzin en de kritiekloze aanvaarding daarvan, bleef een hardnekkig overblijfsel van een christelijk-autoritaire opvoeding. De vrije geest kan onder zulke omstandigheden maar moeilijk worden opgewekt. In wezen raakten zij, al vroeg in hun bestaan, gehandicapt voor het leven.

Kortom: een gek vindt altijd wel een grotere gek die hem bewonderd. Het zou me niets verbazen als Trump toch weer gewoon de verkiezingen won. Dit ondanks z’n valse geblaat in het verkiezingsdebat van vannacht.

Het werkt niet, maar het helpt wel

Zolang je de patiënt om de tuin leidt.

Hoe kunnen we verklaren dat alternatieve therapieën die geen biologische basis hebben, toch tot tevredenheid bij de gebruikers leiden?

Een benadering is de redenering die Steven Rose gebruikt in zijn boek The Concious Brain. Rose wijst op het feit dat er verschillende niveaus zijn waarop men een (biologisch) verschijnsel kan beschrijven en verklaren. Hij schetst een model waarin hij acht niveaus onderscheidt:

1. natuurkundig;
2. chemisch;
3. anatomisch-biochemisch;
4. fysiologisch (eenheden);
5. fysiologisch (systemen);
6. psychologisch;
7. sociaal-psychologisch;
8. maatschappelijk.


Een voorbeeld. Muziek kan beschreven worden door een natuurkundige in termen van trilling en toonhoogte, maar een muziekliefhebber zal muziek beschrijven zoals hij die ervaart, de ontroering die de muziek bij hem teweeg brengt. De natuurkundige en de muziekliefhebber beschrijven hetzelfde verschijnsel en hoewel de beschrijvingen niet van elkaar afgeleid kunnen worden, zijn beide legitiem.

Een voorbeeld uit het boek. Men evalueert het effect van behandelingen traditioneel op het anatomische-biochemisch niveau. In het geval van kanker kijkt men naar de uitkomst van een behandeling op de ontwikkeling van de tumor. Neem een vrouw met uitzaaiingen van borstkanker die behandeld wordt voor pijnklachten door botmetastasen. Een mogelijke behandeling is die met bifosfonaten. Daar wordt mee beoogd de osteoclasten te remmen. Het uiteindelijke doel van de behandeling is symptomatisch, pijnbestrijding. In termen van Rose: de behandeling is op niveau 3 (anatomisch-biochemisch), het effect is enerzijds ook op niveau 3, remming van osteoclasten, maar het uiteindelijk beoogde doel is minder pijn, en daarmee een beter welzijn, niveau 6, psychologisch. Er zijn nu drie mogelijkheden: (1) de osteoclasten worden geremd, de patiënt heeft minder pijn; (2) de remming van de osteoclasten is niet succesvol en de patient merkt ook verder geen effect van de behandeling; (3) er is geen remming van de osteoclasten – zoals blijkt uit een botscan – maar de patiënt heeft toch minder pijn en daarbij een wat beter welzijn.

De eerste situatie is uiteraard medisch gezien de meest wenselijke, maar het bewijs hiervoor is lastig en alleen mogelijk via dubbelblind gerandomiseerd onderzoek. De derde situatie is er een die omschreven kan worden als: ‘het werkt niet (op niveau 3, er is immers geen effect op anatomisch-biochemisch niveau), maar het helpt wel’ (de patiënt geeft aan minder pijn te voelen, voelt zich energieker, het psychologisch niveau 6). Het is aannemelijk dat in de reguliere geneeskunde deze situatie zich nogal eens voor zal doen. In dit verband wordt van een placebo-effect gesproken. Met een placebo-effect wordt meestal bedoeld dat de interventie gericht op niveau 3, maar daar niet werkzaam, een effect heeft op niveau 6, de patiënt rapporteert minder pijn en voelt zich beter.

Het debat over alternatieve behandelingen zou aan helderheid winnen als duidelijk wordt afgebakend over welk niveau de discussie gaat. Het is aan de hand van het model van Rose makkelijk in te zien dat met name veel van de discussies over het effect van alternatieve behandelwijzen heen en weer zwalken tussen verschillende niveaus.

Een ander voorbeeld uit het boek. Haaienkraakbeen is een belangrijk bestanddeel van het houtsmullerdieet. Er wordt een effect beoogd op het biochemisch niveau, haaienkraakbeen als angiogeneseremmer. Maar de werking is nog nooit aangetoond. De conclusie kan niet anders zijn dan dat er op het biochemisch niveau geen effect is. Er is wellicht een effect op het zesde niveau, de patiënt voelt zich wat beter, bijvoorbeeld doordat hij minder angstig is. Uiteraard is het daarbij voor de alternatieve arts nodig om de patiënt wijs te maken dat hij een middel in handen heeft dat een effect op de tumor heeft. Want zou hij zeggen wat hij eigenlijk zou moeten doen: ‘Van mijn behandeling met haaienkraakbeen is nog nooit aangetoond dat het een effect heeft op de tumor. Maar omdat u denkt dat het misschien wel zo is voelt u zich wellicht wat beter’, dan helpt deze alternatieve arts zijn eigen behandeling om zeep.

Geen wetenschappelijk aannemelijk werkingsmechanisme

Het placebo-effect wordt duur betaald.

Laat deze zin even goed tot je doordringen: ‘Geen wetenschappelijk aannemelijk werkingsmechanisme dat verder gaat dan het placebo-effect is aangetoond voor alternatieve medische therapieën.’

Deze bewering, op deze manier geformuleerd, is terug te vinden in de volgende wetenschappelijke uitgaven:

  1. Edzard Ernst, Alternative Medicine: A Critical Assessment of 150 Modalities. Springer (2019), “Chapter 2: Why evidence?”. ISBN 9783030126018.
  2. Moyad MA. (2002). The placebo effect and randomized trials: analysis of alternative medicine.. Urol Clin North Am. 29 (1): 135–x. DOI: 10.1016/s0094-0143(02)00039-3

Woorden van gelijke strekking zijn door talloze wetenschappers nog talloze malen herhaald. Zij kwamen tot deze conclusie na gedegen onderzoek.

Alternatieve geneeswijzen worden ook wel complementaire geneeswijzen genoemd. Ik vind dat als taaljongen een veel te verzachtende term. ‘Geneeswijzen’ bevalt me ook niet. De termen “alternatief”, “complementair” en “geneeswijze” kunnen maar beter niet worden gebruikt, omdat deze de indruk kunnen geven dat deze behandelwijzen een alternatief of aanvulling kunnen vormen of ook werkelijk tot genezing kunnen leiden. Dat is bewezen niet zo. De KNMG, de Nederlandse artsenfederatie, spreekt van niet-reguliere behandelwijzen. Dat lijkt me een betere aanduiding.

De Nederlandse regering heeft in 1983 de Gezondheidsraad om advies gevraagd over gebruik van de termen. De daarvoor door de Gezondheidsraad geïnstalleerde commissie volgde de Commissie Muntendam in het gebruik van de termen “regulier” en “alternatief”. De commissie wilde echter niet spreken over “alternatieve geneeswijzen”, maar koos voor de neutralere aanduiding alternatieve behandelwijzen, vanwege het ontbreken van bewijs voor “genezing”. Dat was wat mij betreft een gezond besluit.

Na invoering van de Wet Uitoefening Geneeskunst (1865), die het domein van de reguliere geneeskunde afbakende en voorbehield aan artsen, werd er pas een onderscheid gemaakt tussen reguliere en alternatieve behandelingen. Ook na invoering van de wet werden naast de reguliere geneeskunde alternatieve behandelingen toegepast. In deze periode bestonden deze alternatieve behandelingen uit bijvoorbeeld fytotherapie en homeopathie, en aan het eind van de negentiende eeuw ontstond er een hausse aan de later verboden patentmiddelen.

In 1973 kwam in Nederland de Staatscommissie Medische Beroepsuitoefening (‘Commissie Muntendam’) met het voorstel van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, de Wet BIG. Deze werd uiteindelijk in 1999 van kracht. De Wet BIG komt erop neer dat sinds de vervanging van de Wet Uitoefening Geneeskunst (1865) door de Wet BIG iedereen geneeskunde mag bedrijven. Er zijn wel zgn. voorbehouden handelingen, die alleen door medisch geschoold personeel mogen worden gedaan. Voor Nederland zijn deze “voorbehouden handelingen”: heelkundige handelingen, verloskundige handelingen, endoscopieën, katheterisaties, injecties, puncties; narcose, het gebruik van radioactieve stoffen en ioniserende straling, cardioversie, defibrillatie, elektroconvulsietherapie, niersteenvergruizing en kunstmatige fertilisatie.

Alternatieve therapeuten kunnen in Nederland lid worden van een beroepsorganisatie, en bij elke beroepsvereniging is er de verplichting om lid te zijn van een organisatie die een klachtenregeling en/of tuchtrecht kan verzorgen. De overheid laat de beroepsverenigingen van alternatieve geneeswijzen vrij in het bepalen van hun opleidings- en kwaliteitseisen. Dat vind ik jammer.

In 2016 is in Nederland daarnaast de Wet op de Kwaliteit en Geschillen in de Zorg (Wkkgz) van kracht geworden, op grond waarvan de positie van alternatieve zorgverleners is veranderd, indien zij voldoen aan de door de wet gestelde kwaliteitscriteria, die ook gelden voor reguliere zorgverleners en behandelaars. De wet beoogt onder andere een betere en snellere aanpak van klachten, het overhevelen van de klachtenprocedures naar een externe Klachtenfunctionaris en een Geschillencommissie, en het veilig kunnen melden van incidenten. Dat vind ik een goede ontwikkeling.

In de Europese Unie wordt het Europees Parlement geconfronteerd met een tegenstrijdige toestand, waarin een behandelaar die in het ene land officieel erkend wordt, in een ander land van de Europese Gemeenschap aangeklaagd kan worden voor het onwettig uitoefenen van geneeskunde. Dit is in strijd met het Verdrag van Rome. In 1997 is ‘Het Statuut van de niet-conventionele Geneeswijzen’ aangenomen. Het Europees Parlement vraagt daarin aan de Commissie zich in te spannen voor de verdere erkenning van de niet-conventionele geneeswijzen. Dat vind ik jammer. Er staat ook in dat erkenning pas komt als de werking bewezen is. Gelukkig maar. Dat zou logischerwijze moeten betekenen dat verdere erkenning er nooit van komt.

Op initiatief van de Europese Unie hebben onderzoekers in de COST (European Cooperation in the field of Science and Technology) B4 samenwerking het wetenschappelijk werk omtrent de niet-conventionele geneeswijzen verzameld. Het eindrapport van COST B4 zegt dat er onvoldoende bewijs van werking is, maar ook dat het mogelijk is om de al dan niet optredende werking van alternatieve geneeswijzen te testen met wetenschappelijk gangbare methodes. Dat sprak de beweringen tegen dat “conventionele wetenschap” voor alternatieve geneeswijzen niet toepasbaar is. Ik zeg: laat conventionele wetenschap maar los op alternatieve geneeswijzen. De conclusie zal altijd zijn (en ik herhaal de bovenstande zin):

‘Geen wetenschappelijk aannemelijk werkingsmechanisme dat verder gaat dan het placebo-effect is aangetoond voor alternatieve medische therapieën.’

Alternatieve geneeswijzen worden soms, en vooral door skeptici, afgedaan als onwetenschappelijk en benoemd als ‘kwakzalverij’. Ik sluit mij aan bij deze benaming. De Hoge Raad der Nederlanden stelde in 2009 vast dat de medische wereld een behandeling als kwakzalverij beschouwt wanneer, zonder dat daar wetenschappelijk bewijs voor is, gesteld wordt dat iets kan genezen. Iemand die behandelt met alternatieve geneeswijzen, mag in Nederland een kwakzalver genoemd worden, maar dat kan juridische gevolgen hebben. De rechter kan dus ingrijpen als je iemand ten onrechte voor kwakzalver en leugenaar uitmaakt. Dat is bij mijn weten nog maar één keer gebeurd. Ik ben erg benieuwd naar de juriprudentie van de toekomst. Misschien had De Vereniging tegen Kwakzalverij in 2002, in de zaak van Hans Houtsmuller niet in één adem de woorden kwakzalver en leugenaar moeten gebruiken. Wat mij betreft zijn ze ten onrechte veroordeeld.

Gelukkig blijft BIG-registratie voorbehouden aan beoefenaren die een daartoe aangewezen medisch, zoals artsen, of een paramedisch beroep beoefenen. Negentig procent van de beoefenaars die bij een beroepsvereniging voor alternatieve geneeswijzen staat ingeschreven, heeft geen arts-diploma.

Een klein deel van de reguliere artsen in Nederland studeert verder in alternatieve richtingen zoals homeopathie, chiropraxie, manuele therapie, antroposofie, osteopathie of acupunctuur. Dat acht ik een slechte ontwikkeling. Zo’n huisarts zou ik niet willen hebben. In Nederland vertegenwoordigen de alternatieve artsenverenigingen ongeveer 1000 artsen (1,2 % van het aantal in Nederland geregistreerde artsen). Het aantal therapeuten zonder artsenopleiding ligt hoger.

Ik vind dat het handelen van artsen een wetenschappelijk fundament moet hebben en dat artsen dienen te handelen volgens de evidence-based richtlijnen. Ik onderschrijf de KNMG in een gedragsregel dat “de arts zich moet richten naar het best beschikbare wetenschappelijke bewijs, gecombineerd met klinische ervaring en rekening houdend met de wensen, verwachtingen en ervaringen van de patiënt”. De arts zal niet voorbij gaan aan reguliere behandelingen, mag geen valse hoop op genezing geven en moet zorgen dat de patiënt geen schade oploopt. Ook dient de arts oog te hebben voor het bredere welzijn van de patiënt.

Ik vind het bijzonder prettig dat in de Nederlandse verplichte basiszorgverzekering geen dekking van alternatieve geneeskunde is opgenomen. Dat vrijwel alle zorgverzekeraars dit wel aanbieden in hun aanvullende verzekeringen is dan wel weer spijtig. De eerste verzekeraar die niet meedoet aan deze onzin mag op mij als klant rekenen.