Is lozen de oplossing?

Als de herinnering aan Fukushima maar niet verwatert.

De Japanse regering gaat meer dan 1 miljoen ton verontreinigd water van de Fukushima kerncentrale in zee lozen. Daarmee komt ze in aanvaring met de lokale vissers die beweren dat deze maatregel hun toch al beschadigde bedrijfstak om zeep helpt. Buurland Zuid Korea boycot de import van vangst uit de regio van de reactor al vanaf de ramp in Maart 2011.

Milieugroepen zijn natuurlijk ook tegen deze beslissing. Wij begonnen thuis spontaan ‘De beuk erin’ te zingen van Robert Long en dat was niet omdat we vrolijk werden van het nieuws.

Toe maar jongens de beuk erin / Ja vooruit maar lui zet hem op / Gif en rotzooi in de zee / De oceaan een grote plee / De vis die gaat maar zo niet dood / De zee is zo ontzettend groot / Dit gaat het snelst en tijd is geld iets anders wordt te duur / Wij zijn de baas in de natuur.

De regering gaf al langer aan dat ze de meer dan 1000 tanks aan nucleair afvalwater in de Stille Oceaan kwijt wil. Met deze beslissing komt er een einde aan jaren van onderhandelen over wat er met het water moest gebeuren. Andere opties waren verdamping of de constructie van nog meer opslagtanks op andere plekken.

Het nu overtollige water is gebruikt om drie beschadigde reactorkernen tegen smelten te behoeden. De hoeveelheid stijgt nog steeds met 170 ton per dag want de verdunning van verontreinigd water gaat noodgedwongen door. De druk om te besluiten wat er met de inhoud van de tanks moest gebeuren nam toe omdat de opslagruimte op het terrein van de kerncentrale tegen het einde van de zomer van 2022 ontoereikend zal zijn.

Kernenergie, vriend of vijand? Het probleem is dat we meer energie nodig hebben dan andere duurzame bronnen op dit moment kunnen leveren.

Dit nieuws doet een pleidooi voor het heroverwegen van kernenergie als energiebron natuurlijk geen goed. Wat het consumentenvertrouwen sowieso niet hielp was, naast de ramp zelf, de uitleg die vaak werd gegeven van de catastrofe en van kernenergie in het algemeen. Die bleek vaak niet correct. Misschien is het goed om nog even stil te staan bij wat er precies gebeurde tijdens de tsunami van 2011. De onverdunde waarheid, zeg maar.

De Fukushimareactoren waren aardbevingsbestendig ontworpen. Toen voor de kust van Japan een zeebeving plaatsvond met een kracht van 9,0 stopten de reactoren onmiddellijk door automatisch de regelstaven te laten zakken. De reactorgebouwen waren niet beschadigd. Alles leek oké. De beving sloot de centrale wel af van het stroomnet, maar er waren meerdere back-upsystemen, waaronder accu’s, dieselgeneratoren en noodkoelingssystemen, die geen externe energie nodig hadden.

De ingenieurs hadden zelfs rekening gehouden met een tsunami, door een beschermende dijk rond de centrale te bouwen. Ze hadden echter geen rekening gehouden met een tsunami van 15 meter hoog en de gevolgen die deze kon hebben. Ze rekenden op een tsunami van hooguit 10 meter.

De dieselgeneratoren, de accu’s, de verdeelkast en de brandstoftanks bevonden zich allemaal in de kelder van de centrale, en de 15 meter hoge tsunami vernielde deze noodstroomvoorziening. De accu’s vielen uit en de dieselgeneratoren stonden onder water, net als de verdeelkast, zodat het onmogelijk was om eenvoudig nieuwe externe energiebronnen in te pluggen. Omdat een gesloten klep niet open wilde, faalde bij Unit 1 het noodkoelsysteem, dat zonder stroom zou moeten werken.

Als de ingenieurs bedacht waren geweest op een 15 meter hoge tsunami, zou de zaak in Fukushima heel anders zijn gelopen, maar vanwege een atypische natuurramp waren alle denkbare back-upsystemen op slag nutteloos.

Ok, soms doen ingenieurs aannamen die onjuist blijken. Vaak wordt de zaak gecorrigeerd voor er echt iets misgaat. Dan doet de fout zich voor in een systeem waarin genoeg speling zit om die te compenseren. Of een back-upsysteem neemt de controle over. Zo nu en dan groeien kleine misvattingen uit tot catastrofes. Maar wetenschappers leren daar onmiddellijk van. Ik acht het onwaarschijnlijk dat de hierboven omschreven fouten nogmaals worden gemaakt.

Ik durf te beweren dat iedere ramp met een kerncentrale, reactors van de toekomst veiliger maakt. Althans, wat techniek en voorzorgmaatregelen betreft. Waarmee ik mij (nog) niet voor herinvoering van kernenergie uitspreek.

Friedliche Annexion nach der Flut

Hoe we alsnog worden ingelijfd door de oosterburen.

Het wordt misschien tijd om met Duitsland te onderhandelen over de vrijwillige afdracht van ons land in ruil voor opname en bescherming van miljoenen ecologische vluchtelingen. Het zal gaan om inlijving van ongeveer de helft van de vaste grond van ons koninkrijkje. De andere helft zal in de zee verdwijnen. Ook dat gedeelte hoort natuurlijk bij de deal. De oosterburen krijgen er vooral veel territoriale wateren bij.

Nederlandse vluchtelingen zouden met name uit de Randstad komen. De Duitsers krijgen voor hun gastvrijheid een kilometerlange kuststrook en een zee vol strandjutmaterialen. Er zal in de eerstkomende tijd van alles aanspoelen op het, nieuw ontstane, strand van Neu West-Deutschland. Het verzamelen daarvan kan een heuse rage ontketenen waarvoor vast een lang Duits woord wordt verzonnen (‘Niederstrandkämrestmaterialsammlung’?)

Nou goed, ik wil geen complottheorie verspreiden of een zoveelste dystopie de wereld in helpen – daar stelt deze site zich nu juist tegen teweer – maar de kans dat de Lage Landen eerder dan verwacht in zee verdwijnen is, vrees ik, weer een beetje groter geworden. Het laatste nieuws over de gevolgen van klimaatopwarming stemt namelijk niet vrolijk.

Voor het eerst sinds men begon met het bijhouden van metingen, is de Arctische Zee zo laat in oktober nog ijsvrij. De uitgestelde jaarlijkse bevriezing is het gevolg van een zorgwekkende ophoping van warmte in Noord Rusland en de indringing van Atlantisch water in de Laptev-zee (normaal gesproken bekend als de geboorteplek van ijs). Dit kan een domino-effect tot gevolg hebben, zeggen de wetenschappers.

Oceaantemperaturen in het gebied stegen recentelijk met meer dan 5 graden boven het gemiddelde. Als gevolg daarvan is er nu een recordhoeveelheid open zee in het Arctische gebied. De kans op een eerste ijsvrije zomer van het volledige Noordpoolgebied is weer een aantal jaren dichterbij gekomen. Het is geen kwestie meer van ‘of’, maar van ‘wanneer’.

Nu weet ik wel dat ijs op de Noordpool op water drijft en dat het verdwijnen daarvan de totale hoeveelheid water niet vergroot, dus niet kan bijdragen aan de zeespiegelstijging. Het gevaar is echter dat het verdwijnen van ijs bepaalde feedbackmechanismen zal versterken. Minder of dunnere ijslagen betekent een kleinere hoeveelheid aan wit aardoppervlak. Het reflectievermogen van de aarde (albedo-effect) neemt daarom af waardoor de totale opwarming van de aarde stijgt en dus ook elders landijs doet smelten.

In de lange relatie tussen Duitsland en Nederland werd gebiedsuitbreiding ooit juist door ‘ons’ overwogen:

‘Nach dem Zweiten Weltkrieg planten die Niederlande ab 1945, große Gebietsteile entlang der deutsch-niederländischen Grenze zu annektieren. Dies wurde als eine Möglichkeit der Kriegsreparation neben Geldzahlungen und dem Überlassen von Arbeitskräften in Betracht gezogen. Der Verlauf der Staatsgrenze zwischen den Niederlanden und Deutschland ist im Verlauf der Außenems nach wie vor ungeklärt. Siehe dazu den Hauptartikel Deutsch-Niederländische Grenzfrage.’ (Bron: Wikipedia)

Zinloos vliegen van A naar A.

Naïef rondjes draaien boven een zieke wereld.

Kun je je dat voorstellen, dat er vliegtuigmaatschappijen zijn die vluchten aanbieden zonder bestemming? Dus dat je een beetje gaat rondvliegen voor de lol? Wat een zieke wereld is dit, waarin men doelloos van A naar A vliegt, met een vervuilende omweg die geen enkel ander doel dient, dan de reiziger een goed gevoel te geven. Dat moet dan wel een gewetenloos wezen zijn zonder enig milieubesef, anders begrijp ik niet hoe deze ervaring je kan bevredigen.

Je moet (vooralsnog) in Brunei, Japan, Taiwan of Australië zijn om zo’n vlucht te kunnen boeken (en daarmee te bewijzen hoe naïef en onverschillig je bent). Maak je over Europese overheden overigens geen illusies; ook in deze contreien zou menig regering zich graag bereid tonen het milieu te offeren om de paradepaardjes van hun nationale trots uit het coronaslop te helpen. De financiële steun die zij aan deze vervuilende industrie geven, zonder al te veel voorwaarden over toekomstige vergroening, zegt wat dat aangaat genoeg.

Er was een tijd dat we hieraan genoeg hadden.


De luchtvaartmaatschappijen in Australië en Azië doen er alles aan om het de passagier naar de zin te maken, zo lees ik. Passagiers van de Boeing 787 Dreamliner van Qantas krijgen onder andere een lunch, een goodiebag en een show van een bekende Australiër. De Taiwanese luchtvaartmaatschappij Starlux biedt ook een hotelovernachting aan bij de vlucht, en vertier bij het boarden. EVA Air, een andere Taiwanese maatschappij, organiseerde een Hello Kitty-vlucht.

De verantwoording is flinterdun. Er is een psychologisch argument: deze vluchten zouden een uitkomst zijn voor reizigers die normaal gesproken vaak vliegen en dat nu missen. Verder schermt men natuurlijk met werkgelegenheid: de vluchten zorgen weer voor arbeid voor het boordpersoneel.

Luchtvaart is een belangrijke bron van luchtvervuiling. Omwonenden van luchthavens hebben niet alleen geluidsoverlast, maar lopen ook gezondheidsrisico’s door het ultrafijnstof dat door vliegtuigen wordt uitgestoten. Metingen laten zien dat zelfs op vele kilometers afstand van de luchthaven gevaarlijk hoge concentraties ultrafijnstof werden gevonden.

Ultrafijnstof is een serieus probleem voor de volksgezondheid, omdat deze hele kleine deeltjes via de longen makkelijk tot diep in het lichaam kunnen doordringen. Op de korte termijn merk je daar niets van, maar langdurige blootstelling aan hoge concentraties leidt uiteindelijk tot vroegtijdige sterfte.
Het staat vast dat iedere toename van ultrafijnstof negatief uitpakt voor de gezondheid. De paniek zou toeslaan wanneer er water uit de kraan kwam dat ziek maakt, maar dat veel mensen dagelijks ongezonde lucht inademen, wordt vreemd genoeg zomaar geaccepteerd.

Ondanks de verontrustende meetresultaten, werden in Nederland geen maatregelen genomen om de vervuiling terug te dringen. Wel liet het ministerie van infrastructuur en waterstaat door het RIVM vervolgonderzoek doen naar de gezondheid van omwonenden van Schiphol. Dat onderzoek loopt nog.
Overheden moeten onze gezondheid beschermen. Dat kan onder andere door over te stappen op zwavelvrije kerosine, door accijns op kerosine te heffen en door werk te maken van een netwerk van hogesnelheidstreinen, zodat er op prijs en reistijd geconcurreerd kan worden met het vliegtuig.

In Engeland werd voor het eerst door klimaatactivisten in de rechtszaal met succes een beroep gedaan op het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Volgens het Britse Hof van Beroep mag de aanleg van een derde start- en landingsbaan voor de Londense luchthaven Heathrow niet doorgaan omdat die in strijd is met de doelen van ‘Parijs’. Dat oordeel kan grote consequenties hebben, ook buiten het Verenigd Koninkrijk. Deze uitspraak laat zien dat het Parijs-akkoord niet zomaar een intentieverklaring is. Overheden zullen moeten uitleggen hoe hun beleid aansluit bij Parijs.

Mede in het licht van deze uitspraak verwacht ik niet dat de Nederlandse regering zal toestaan dat vanaf Schiphol panoramische vluchten mogen worden gemaakt zonder bestemming. Er zou gewoon teveel verzet volgen op zo’n goedkeuring. Niet dat de economische groeidenkers er niet gek genoeg voor zijn natuurlijk.

We gaan ijskoud door met ons verwoestende leven.

Hoe kun je jezelf nog met andere dingen bezighouden dan met datgene dat je direct bedreigt? Ik kan me dat moeilijk voorstellen. Onder een zwaard van Damocles dat elk moment je hoofd kan doorklieven – om dat aloude beeld maar weer eens op te roepen – is het moeilijk feestvieren. Of kunst bedrijven. Of op vakantie gaan. Of over ditjes en datjes praten.

In 2019 verloor de Groenlandse ijskap 532 miljard ton aan massa. Het is een record sinds het begin van de metingen in 1972. Omgerekend stijgt de zeespiegel er wereldwijd met 1,5 mm door.

Wat er gebeurt heeft te maken met de bijzondere topografie die veel fjorden in Groenland hebben. Vanaf zee loopt de bodem richting land namelijk af – de zee wordt dieper. Denk aan een badkuip. Als een gletsjertong zich terugtrekt, komt zijn voorkant in contact met steeds dieper water. En juist in deze fjorden is de onderstroom warmer dan het oppervlakkige water. Daardoor worden gletsjertongen aan de onderkant sneller ‘weggevreten’ en versnelt de smelt en het massaverlies.

Het record werd bereikt omdat er relatief weinig sneeuw (sneeuw voegt massa toe) viel in de eerste en laatste maanden van het jaar. Terwijl er tussen mei en september erg veel ijs verdween, mede door een hittegolf eind juli. Het oude record stamt uit 2012, toen de ijskap 464 miljard ton aan massa verloor.

De Groenlandse ijskap, die op plekken drie kilometer dik is, krimpt sinds de jaren 80. Oorzaak is de opwarming van de aarde – het Arctisch gebied warmt twee tot drie keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. Er smelt meer ijs, dat afwatert naar zee. En in zee eindigende gletsjers brokkelen sneller af. Toch waren er nog periodes dat de ijskap aangroeide, bijvoorbeeld in ’92-’93 en in ’96-’97. Maar sinds ongeveer 2000 is het massaverlies versneld. Op jaarbasis is er alleen nog sprake van krimp, het ene jaar meer dan het andere. Zelfs in 2017 en 2018, jaren die zich kenmerkten door opvallend koude zomers en veel sneeuwval in herfst en winter. Door deze ontwikkeling is het aandeel van Groenland in de wereldwijde zeespiegelstijging (die momenteel gemiddeld iets meer dan 3 mm per jaar bedraagt) toegenomen tot inmiddels zo’n 25 procent.
De ijskap is sinds ongeveer 2000 in een nieuwe toestand terecht gekomen. De kans dat er de komende decennia nog een jaar komt waarin de ijskap aangroeit, is gekrompen tot 1 procent.

De verandering vanaf 2000 betreft vooral de gletsjers. Vele lopen uit in zee. Deze zogeheten gletsjertongen kunnen aan de voorkant nog steeds enkele honderden meters dik zijn. Maar door de opwarming zijn ze aan het front snel dunner geworden, waardoor de voorkant sneller afbrokkelt. De gletsjertongen zijn zich richting land gaan terugtrekken, in de ene regio sneller dan in de andere.

We zien eerst de gletsjertongen dunner worden en zich terugtrekken, en dat wordt na een paar jaar gevolgd door versneld massaverlies van de gletsjers. Wat er gebeurt heeft te maken met de bijzondere topografie die veel fjorden in Groenland hebben. Vanaf zee loopt de bodem richting land namelijk af – de zee wordt dieper. Denk aan een badkuip. Als een gletsjertong zich terugtrekt, komt zijn voorkant in contact met steeds dieper water. En juist in deze fjorden is de onderstroom warmer dan het oppervlakkige water. Daardoor worden gletsjertongen aan de onderkant sneller ‘weggevreten’ en versnelt de smelt en het massaverlies.

De onderzoekers zien grote regionale verschillen in de reacties van de gletsjers. Tot voor kort was het de Jakobshavn-gletsjer, in het middenwesten van Groenland, die het meest bijdroeg aan het massaverlies van de ijskap. Maar sinds 2016 is dat opeens sterk afgenomen. In het noordwesten van Groenland is sinds enkele jaren juist sprake van versneld massaverlies. Toch zien de onderzoekers ook een gemeenschappelijk patroon. Bij elke kilometer dat de gletsjers zich in een regio gemiddeld terugtrekken, neemt de smelt en de waterafvoer met 4 tot 5 procent toe.

Sommige media meldden al dat de ijskap het ‘point of no return’ zou zijn gepasseerd. Ook al zou de mens zijn uitstoot van broeikasgassen per direct naar nul weten terug te brengen, dan nog zou de ijskap afsmelten. Het is een voorbarige conclusie. De ijskap is nog niet reddeloos verloren. Wel zal hij nog jaren blijven smelten, ook al stoot de mens geen broeikasgassen meer uit. Dat komt omdat de ijskap en de oceaan eromheen vertraagd reageren op opwarming. Maar hoe lang de krimp dan nog aanhoudt, weten we niet.

Zij die het weten kunnen zeggen het met zoveel woorden.

Wetenschappers wagen zich niet snel aan voorspellingen. Je moet geen onzekerheden in je onderzoek willen introduceren, je bent tenslotte geen politicus, klimaatontkenner of complotdenker, die zomaar wat kan roepen. Soms laten wetenschappers zich echter wel erg voorzichtig uit. Dan zeggen ze bijvoorbeeld dat de toekomst van de ijsplaten afhankelijk is van het klimaatpad dat we gaan volgen. En dat het niet zeker is welk pad dat zal zijn.

Ik vind die voorzichtigheid een verademing. In een wereld waarin velen zomaar wat roepen, zijn wetenschappers onze rotsen in de branding. En toch, met alle respect voor deze zorgvuldigheid – die onderzoekers van de werkelijkheid nu eenmaal moeten betrachten – mag ik, als bezorgde burger, toch wel voorzichtig naar voren brengen dat, mijn tijdgenoten inschattende, en in het licht van wat klimaatonderzoekers inmiddels boven water hebben gekregen, het volkomen duidelijk is waar het heengaat met de wereld?

We weten nu dat 60 procent van de ijsplaten kwetsbaar is en als gevolg van de opwarming van de aarde op de lange termijn een grotere kans heeft om te verdwijnen.

De politiek trekt zich te weinig aan van de gevolgen van klimaatopwarming (eigen waarneming) en de gemiddelde mens in mijn omgeving (zelf opgedane ergernis) interesseert het zo mogelijk nog minder.

Wat heeft de wetenschap tot nu toe ontdekt? Dat meer dan de helft van de in zee drijvende Antarctische ijsplaten het risico loopt om gedeeltelijk af te breken. Als dit gebeurt, kan het landijs sneller naar zee stromen en zal de zeespiegel stijgen.

Door grote aantallen satellietbeelden te combineren met slimme algoritmen brachten de onderzoekers nauwkeurig in kaart waar zich spleten in het ijs bevinden. Als zich daarin genoeg smeltwater verzamelt, kan dit leiden tot verdieping van de scheuren en uiteindelijk tot het afbreken van de ijsplaten. Deze platen remmen het naar zee stromen van het landijs af. Als ze wegdrijven of in kleine stukken uiteenvallen verdwijnt hun remmende werking en kan het landijs sneller naar zee stromen. Als meer landijs de zee instroomt leidt dit tot verhoging van de zeespiegel.

We weten nu dat 60 procent van de ijsplaten kwetsbaar is en als gevolg van de opwarming van de aarde op de lange termijn een grotere kans heeft om te verdwijnen. Het is nog niet duidelijk in hoeverre ijsplaten op dit moment al aan het smelten zijn.

Hoeveel smeltwater op de ijsplaten ligt, wordt nog onderzocht. Het lijkt te gaan om een klein percentage van het oppervlak. In het oostelijk, koudere deel van Antarctica is dat 0,6 procent. Dit zal meer zijn in het westelijk deel van het continent, dat gevoeliger is voor opwarming van oceaan en atmosfeer.
Men heeft nu een indicatie welke ijsplaten kwetsbaar zijn en waar we onze aandacht op moeten richten.

Dit wetende zou ik bijna zeggen: ik weet genoeg. Dat doe ik natuurlijk niet, want hoe meer kennis van zaken, hoe beter. Wat ik bedoel is, dat ik geen groter inzicht nodig heb om in te zien, dat als zich smeltwater in spleten in het ijs verzamelt, de scheuren zo zullen verdiepen dat de ijsplaten op een zeker moment afbreken en dat we dan de moord zullen stikken. Afbreken zullen ze. En de zeespiegel zal zodanig stijgen dat we het in dit kikkerlandje niet langer droog houden.

We zijn gewaarschuwd. Door mensen die ervoor hebben doorgeleerd.

Tussen 11 en 15 graden is het prettig wonen.

Mensen leven niet zomaar waar ze wonen. Ik bedoel: hun voorouders zijn niet toevallig op die plek terechtgekomen. Ja, als je ergens wordt geboren is de kans groot dat je daar of in je omgeving zult blijven. Uit traditie, gewoonte, in het belang van je relatie of om welke reden dan ook. Maar de mens – als soort zeg maar – is kieskeurig in de temperatuur van zijn leefgebieden.

Zo is het altijd al geweest. Ieder organisme heeft zijn niche, maar de niche van de mens kwam nauw. Mensen wonen overal, in de meest uiteenlopende temperaturen en klimaatomstandigheden. We zijn niet te beroerd om dingen uit te proberen, en we kunnen van alles maken – truien, kachels – om ons te beschermen tegen extremen. Maar verreweg de meeste mensen blijken te wonen in gebieden met een heel bepaalde temperatuur: 11 tot 15 graden gemiddeld over een jaar.

De meeste mensen wonen in gebieden met een temperatuur tussen 11 en 15 graden.

Er is een hele duidelijke relatie tussen de mens en zijn omgevingstemperatuur en dat is geen toeval. Dat was in de Middeleeuwen ook al zo en zelfs nog verder terug. Wetenschappers ontdekten dat de niche van de mens al zesduizend jaar dezelfde is. Dus ondanks alle technologie is het temperatuurgebied waarin de mens het best gedijt nog steeds hetzelfde. Daar steekt een fundamenteel kenmerk van de mens in.

In een studie van vijf jaar geleden werd gekeken naar invloeden van klimaat en weer op de economie van honderden landen wereldwijd. En daar kwam precies hetzelfde optimum uit: bij een temperatuur rond de 13 graden gedijt de economie het best; in warmere jaren gaat het minder, in koudere ook. En dat zit niet alleen in de opbrengsten van de landbouw, maar in de hele economie.

De niche waaraan de mens al zo lang is gehecht, is hij nu aan het verstoren. De onderzoekers berekenden wat de klimaatverandering die al gaande is, zal betekenen over vijftig jaar: waar zal de mens dan gebieden vinden met een jaargemiddelde temperatuur tussen 11 en 15 graden?

Door opwarming komen die gebieden over een halve eeuw dichter bij de polen te liggen, wat vooral op het noordelijk halfrond een fors effect is. Maar belangrijker: de totale menselijke niche krimpt doordat nu nog leefbare gebieden te heet worden; een effect dat zich in een ruime strook rond de evenaar voordoet.

Extreme hitte is nu nog voornamelijk beperkt tot delen van de Sahel. Over vijftig jaar heerst die in een brede strook die loopt van Zuid-Amerika tot het noorden van Australië. Als we klimaatveranderingen niet weten in te perken, zal extreme hitte gaan heersen in een gebied waar een derde van de mensheid woont.

Als de niche die hij nodig heeft om te kunnen voortbestaan verschuift, zal de mens de druk voelen mee te verhuizen. Het is nog lastig om te voorspellen wat dat precies zal betekenen, maar de onderzoekers waarschuwen dat klimaatmigratie veel omvangrijker zal worden dan gedacht. Een voorzichtige schatting zegt dat in de komende halve eeuw 1,5 miljard mensen door klimaatverandering worden gedwongen te migreren. Een klimaatmigratie op die schaal is ongelooflijk. Op dit moment leven 250 miljoen mensen buiten het land waar ze zijn geboren. En de meesten van hen zijn geen klimaatvluchtelingen.

Met die conclusie betreden de onderzoekers een politiek mijnenveld. En dat hebben ze gemerkt. Het heeft de nodige moeite gekost om dit gepubliceerd te krijgen. Klimaatmigratie is lang een hete aardappel geweest. Maar je moet dit onder ogen zien. En de wetenschap moet er duidelijk over zijn en niet op kousenvoeten gaan lopen.

De dreigende massamigratie zou een extra reden moeten zijn om alles op alles te zetten en klimaatverandering te beperken, zeggen de onderzoekers, ook voor politici die zich niet druk willen maken over de verandering van eigen klimaat.

Milieuvluchteling in eigen land.

Hoe Indonesië de overstroming te boven denkt te komen.

Ik denk dat Nederland door meerdere rampen zal worden getroffen als gevolg van klimaatopwarming. De gevolgen van zeespiegelstijging zullen zeer fundamenteel zijn. Hierdoor worden we vermoedelijk massaal van onze vertrouwde plek verdreven. Het wassende water zal nog even gestopt kunnen worden maar het waterpeil blijft stijgen en natuurlijk heeft moeder natuur het laatste woord. We zullen ons als nieuwe landgenoten bij de oosterburen moeten melden, zo schat ik in.

Stel je voor dat we als oud-kolonisten nog over ‘De Gordel van Smaragd’ beschikten. Dan zou hetzelfde, wereldwijd verbonden, zeewater ons op twee plekken naar de lippen stijgen. In Indonesië heeft men de mogelijkheid om uit te wijken naar een andere plek in hetzelfde land. Ik denk dat deze volksverhuizing naar een tegenoverliggend eiland een tijdelijke oplossing vormt. En ook een hele milieuonvriendelijke.

De verwoestende kap is allang begonnen voor de nieuwe hoofdstad in Kalimantan.

Soekarno speelde al met de gedachte, president Joko Widodo maakt het nu definitief: Indonesië krijgt een nieuwe hoofdstad in Kalimantan. ‘Jokowi’ maakte bekend dat dit de beste vestigingsplaats is voor de nieuwe, nog naamloze hoofdstad die het zinkende, stinkende Jakarta moet vervangen. Er wordt zo snel mogelijk begonnen met de bouw, in 2024 moeten de eersten van 1,5 miljoen overheidsfunctionarissen verhuizen.

Toen Jokowi aankondigde dat hij een alternatieve locatie voor het regeringscentrum ging zoeken, viel de naam Oost-Kalimantan al snel. Dit Indonesische deel van het eiland Borneo (dat gedeeld wordt met Maleisië en Brunei) ligt centraal in de archipel, die zich uitstrekt van Atjeh in het westen tot aan Papoea, een krappe 5.000 kilometer oostwaarts. Jakarta, dat door Nederland tot hoofdstad van Nederlands-Indië was gemaakt, ligt aan de westkant van het westelijke eiland Java. Het risico zou in Oost-Kalimantan minimaal zijn op al die natuurrampen waar Indonesië zo gevoelig voor is: aardbevingen, tsunami’s, bosbranden, aardverschuivingen en vulkaanuitbarstingen.

De problemen in Jakarta zijn legio: met 10 miljoen inwoners (30 miljoen inclusief de randgemeenten) barst de stad uit zijn voegen. Het landoppervlak daalt op sommige plaatsen met 20 centimeter per jaar door grondwateronttrekking, met overstromingen vanuit zee tot gevolg. Verkeersopstoppingen zorgen voor miljarden aan economische schade per jaar en de luchtvervuiling die mede wordt veroorzaakt door de files behoort tot de ergste ter wereld.

Jokowi wil met de keuze voor Kalimantan niet alleen Jakarta, maar ook het eiland Java ontlasten. Ruim de helft van de 263 miljoen Indonesiërs woont nu op het overvolle Java, tegenover 6 procent in Kalimantan, dat vier keer zo groot is. Hier ligt meteen een belangrijk bezwaar van milieu-organisaties: het tropisch regenwoud op Borneo, leefgebied van de orang-oetan, heeft al zoveel te lijden onder illegale houtkap en oprukkende oliepalmplantages. Moet daar dan ook nog een miljoenenstad bij?

Onduidelijk is nog hoe groot de economische impuls zal zijn die uitgaat van de nieuwe stad. Jakarta zal waarschijnlijk toch het zakelijke hart van het land blijven. Daarbij kan de verplaatsing van een hoofdstad ook verkeerd uitpakken. Zo is Naypyidaw, de hoofdstad die de junta van Myanmar in 2005 liet opleveren, nog steeds een spookstad in de jungle.

Er gebeurt al jaren weinig om het leefklimaat in Jakarta te verbeteren. Een groep inwoners begon een rechtszaak tegen de president om hem te dwingen de luchtvervuiling aan te pakken. Die hebben ze natuurlijk niet gewonnen. Een man met zulke goede ideeën (sic) om rampen te verkomen.