En zo gebeurde het. EGO maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op zijn persoonlijke exoplaneet, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En EGO zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. Een creatieve dag.

Hoe gaat hij zijn kunstwerk aankleden?

Geobsedeerd door het uiterlijk; de moeizame creatie van een cover.

Het maken van een goede cover kwam niet echt van de grond. Hij liet bekenden zijn tussentijdse ontwerpen zien. Zij reageerden gereserveerd. Dat zei hem genoeg. Eenvoud en symmetrie, die woorden kwamen steeds terug in de instructiefilmpjes die hij bekeek op YouTube. Iemand zei woordspelerig dat goede omslagen niet ‘omslachtig’ zijn.

Minder scheen inderdaad meer.

Een wikkel mocht ‘niet ingewikkeld’ overkomen. Waar ‘had de hoes behoefte aan’? Nog zichtbaarder dan bij het schrijven, leek het bij zo’n ‘flap’ om de kunst van het schrappen te gaan. Minder scheen meer. Waar de voorkant van een boek dus niet op zat te wachten, was een grafisch bijdehandje, of een designer die alleen z’n eigen verhaal wilde slijten.

Natuurlijk zei de buitenkant iets over de binnenkant. Moest de vormgever bekend zijn met de inhoud van het boek? Liefst wel, maar deze hoefde het ook weer niet te hebben gelezen. Dit speelde niet in zijn geval. Hij had het boekje zelf geschreven. Hij kende zijn gedichten uit zijn hoofd. Als je niet oppaste, begon hij ze ongevraagd aan je voor te dragen.

Het Eenmansimperium moest een rijk op zichzelf blijven.

Dat hij alles zelf wilde doen leek hem het kenmerk van een eenmansuitgeverij, hoewel er genoeg voorbeelden waren van einzelgängers die taken uit handen gaven (al was het alleen maar uit overwegingen van schoonheid). Hij niet, hij bracht zijn zelfverklaarde autonomie zelfs tot uiting in de titel van zijn boekje. Het Eenmansimperium moest een rijk op zichzelf blijven. Daarin speelde hij heer en meester tegen wil en dank.

Hij fröbelde dagenlang met meer of minder succes. Toen begon het er plotseling op te lijken. Zijn ontwerp verloor zwaarte, kreeg zwier. Het fladderde welbewust op z’n doel af als een vlinder die nectar had geroken. Het streek gewichtloos neer op de drie katernen poëzie die zijn bundeltje bevatte. Hoera, dit was precies het uiterlijk dat hij zich wenste.

Die euforie duurde een halve dag. Toen ging zijn eeuwige zoektocht gewoon weer verder.

Moeten we terug naar kernenergie?

In het belang van de bomen zeg ik ja. Nou ja: bijna.

Jammer dat de uitvinding van een goedwerkende kernfusiecentrale zolang op zich laat wachten. Moeten we daarom de kernsplijting maar weer in overweging nemen? Kernenergie zou het in mijn ogen veel grotere kwaad van biomassacentrales en illegale bomenkap inderdaad aan banden kunnen leggen. Maar ja, de geschiedenis kent inmiddels vele voorbeelden van waar het fout ging met de op zich ingenieuze techniek van deling van zware onstabiele atoomkernen in lichtere kernen.

Ik bekeek de documentaire van Vicki Lesley genaamd ‘The Atom a Love Story’ en kwam net als de filmmaakster niet echt tot een conclusie of het goed is om deze evident gevaarlijke techniek weer toe te laten. De film behandelt dan ook een langlopend controversieel onderwerp. We beginnen met een clip van het soort van propagandafilm dat in de jaren ’50 van de vorige eeuw gebruikelijk was. Hierin wordt een reactionair en volkomen kritiekloos standpunt verwoord. Gelukkig zijn velen die naïviteit te boven gekomen. Het doet denken aan de sigarettenreclames van die tijd. Er valt alleen maar geluk en zelfs gezondheid van atoomsplitsing te verwachten.

Nucleaire energie werd idealistisch omarmd na de oorlog als onderdeel van onze gloedvolle technologische toekomst maar daarna vrij snel verworpen met het nieuws van verschrikkelijke ongelukken. De gedeeltelijke meltdown bij Three Mile Island in de VS in 1979 was de eerste nucleaire catastrofe die massaal het nieuws haalde. Vlak voor dit ongeluk kwam er trouwens een film uit van James Bridges, genaamd The China Syndrome, die een drama in een kerncentrale als thema had. Deze werd achteraf geprezen als zijnde profetisch en zou een echt instument worden in het populariseren van het anti-nucleaire standpunt. Ik vind dat Vicki Lesley deze belangrijke film op z’n minst even had moeten benoemen.

Ecologische campagnevoerders, vooral in Nederland en West Duitsland, voerden de strijd aan tegen atoomenergie. Het Chernobyldrama in 1986 vervulde zelfs de meest fervente aanhangers van dit proces met angst en beven. En in 2011, net toen velen weer een beetje onverschillig of gelaten dreigden te worden, deed zich het ijzingwekkende incident voor bij Fukushima in Japan. Het levensgrote probleem van de klimaatopwarming werd ons echter ook steeds duidelijker. Dat zorgde ervoor dat de vraag of kerncentrales niet toch een uitkomst waren, werd heroverwogen. We moesten de vervuilende fossiele brandstoffen tenslotte te lijf.

Er is dit verschil: de klimaatcrisis is een ramp in slowmotion terwijl Three Mile Island, Chernobyl en Fukushima het publiek heel helder voor ogen staan. Er is echter nog iets dat ons heel erg bezighoudt en dat zijn de broeikasgassen. Als we die nou heel erg kunnen terugdringen met één zo’n centrale en daarmee ook nog alle lelijk in het zicht staande windmolens en zonneakkers kunnen vervangen? Verder is er het argument dat we door schade en schande wijs zijn geworden. Wetenschappers hebben de techniek nu meer onder de knie dan toen. We worden steeds deskundiger, dus voorzichtiger.

Het vergroten van de veiligheid van de nucleaire techniek is misschien wat al te theoretisch. Het moet in de praktijk worden bewezen maar of atoomenergie die kans nog ooit zal krijgen. Kan een belofte voor de toekomst objectief worden afgewogen tegen de klimaatramp die zich op dit moment voltrekt? Voorlopig lijkt onze liefdesaffaire met nucleaire energie over. Dan rest ons het aflopend huwelijk met fossiele energie en de veel te voorzichtige verkering met hernieuwbare bronnen. Er spatten gewoon te weinig vonken af van onze groene projecten waardoor we snel met een energietekort zullen kampen. Dan wordt er weer gekeken naar houtstook als oplossing. Ik zie veel kale plekken voor me waar ooit prachtige bomen stonden.

Lesley geeft het laatste woord aan de gepassioneerde en overtuigde anti-kernenergie activist Ralph Nader, maar dat wil niet zeggen dat haar film zich op dezelfde manier uitspreekt. Ik ben er ook nog niet uit. Jammer hoor, dat kernfusie zolang op zich laat wachten.