Moeten we terug naar kernenergie?

In het belang van de bomen zeg ik ja. Nou ja: bijna.

Jammer dat de uitvinding van een goedwerkende kernfusiecentrale zolang op zich laat wachten. Moeten we daarom de kernsplijting maar weer in overweging nemen? Kernenergie zou het in mijn ogen veel grotere kwaad van biomassacentrales en illegale bomenkap inderdaad aan banden kunnen leggen. Maar ja, de geschiedenis kent inmiddels vele voorbeelden van waar het fout ging met de op zich ingenieuze techniek van deling van zware onstabiele atoomkernen in lichtere kernen.

Ik bekeek de documentaire van Vicki Lesley genaamd ‘The Atom a Love Story’ en kwam net als de filmmaakster niet echt tot een conclusie of het goed is om deze evident gevaarlijke techniek weer toe te laten. De film behandelt dan ook een langlopend controversieel onderwerp. We beginnen met een clip van het soort van propagandafilm dat in de jaren ’50 van de vorige eeuw gebruikelijk was. Hierin wordt een reactionair en volkomen kritiekloos standpunt verwoord. Gelukkig zijn velen die naïviteit te boven gekomen. Het doet denken aan de sigarettenreclames van die tijd. Er valt alleen maar geluk en zelfs gezondheid van atoomsplitsing te verwachten.

Nucleaire energie werd idealistisch omarmd na de oorlog als onderdeel van onze gloedvolle technologische toekomst maar daarna vrij snel verworpen met het nieuws van verschrikkelijke ongelukken. De gedeeltelijke meltdown bij Three Mile Island in de VS in 1979 was de eerste nucleaire catastrofe die massaal het nieuws haalde. Vlak voor dit ongeluk kwam er trouwens een film uit van James Bridges, genaamd The China Syndrome, die een drama in een kerncentrale als thema had. Deze werd achteraf geprezen als zijnde profetisch en zou een echt instument worden in het populariseren van het anti-nucleaire standpunt. Ik vind dat Vicki Lesley deze belangrijke film op z’n minst even had moeten benoemen.

Ecologische campagnevoerders, vooral in Nederland en West Duitsland, voerden de strijd aan tegen atoomenergie. Het Chernobyldrama in 1986 vervulde zelfs de meest fervente aanhangers van dit proces met angst en beven. En in 2011, net toen velen weer een beetje onverschillig of gelaten dreigden te worden, deed zich het ijzingwekkende incident voor bij Fukushima in Japan. Het levensgrote probleem van de klimaatopwarming werd ons echter ook steeds duidelijker. Dat zorgde ervoor dat de vraag of kerncentrales niet toch een uitkomst waren, werd heroverwogen. We moesten de vervuilende fossiele brandstoffen tenslotte te lijf.

Er is dit verschil: de klimaatcrisis is een ramp in slowmotion terwijl Three Mile Island, Chernobyl en Fukushima het publiek heel helder voor ogen staan. Er is echter nog iets dat ons heel erg bezighoudt en dat zijn de broeikasgassen. Als we die nou heel erg kunnen terugdringen met één zo’n centrale en daarmee ook nog alle lelijk in het zicht staande windmolens en zonneakkers kunnen vervangen? Verder is er het argument dat we door schade en schande wijs zijn geworden. Wetenschappers hebben de techniek nu meer onder de knie dan toen. We worden steeds deskundiger, dus voorzichtiger.

Het vergroten van de veiligheid van de nucleaire techniek is misschien wat al te theoretisch. Het moet in de praktijk worden bewezen maar of atoomenergie die kans nog ooit zal krijgen. Kan een belofte voor de toekomst objectief worden afgewogen tegen de klimaatramp die zich op dit moment voltrekt? Voorlopig lijkt onze liefdesaffaire met nucleaire energie over. Dan rest ons het aflopend huwelijk met fossiele energie en de veel te voorzichtige verkering met hernieuwbare bronnen. Er spatten gewoon te weinig vonken af van onze groene projecten waardoor we snel met een energietekort zullen kampen. Dan wordt er weer gekeken naar houtstook als oplossing. Ik zie veel kale plekken voor me waar ooit prachtige bomen stonden.

Lesley geeft het laatste woord aan de gepassioneerde en overtuigde anti-kernenergie activist Ralph Nader, maar dat wil niet zeggen dat haar film zich op dezelfde manier uitspreekt. Ik ben er ook nog niet uit. Jammer hoor, dat kernfusie zolang op zich laat wachten.

Barney’s Versie voor het naar bed gaan

Voelen, denken, dromen; drie hersenactiviteiten op één dag.

’s Morgens sta je met een boek in handen (‘Herzog’ van Saul Bellow) dat ooit een verpletterende indruk op je maakte. Je koopt het niet omdat je jezelf hebt wijsgemaakt dat er geen tijd meer is voor romans. Je interesse gaat uit naar het genre ‘populair wetenschappelijk’. (Je waagt je soms aan zuiver academische publicaties maar dat wordt al gauw te ingewikkeld).

Je vindt dat je een meer dan globale kennis moet hebben van onderwerpen als: kwantummechanica, evolutieleer, klimaatproblematiek, godsdienstfilosofie, ‘terra forming’, brandstofcellen, andere hernieuwbare energiebronnen, koraalriffen, bipolaire stoornis, groene technologie, ethiek, vrijdenken, stoïcisme, planten, dieren, het weer, psychiatrie, bewustzijn, computers, elektronica, relativiteitsleer, secularisatie, genetische manipulatie, nanotechnologie, ‘quantum computing’, virussen, zwarte gaten, atheïsme, paleoantropologie, stamcellen enzovoort, enzovoort…de lijst van wat er te weten valt is eindeloos.

Waar blijft de tijd voor fictie? Nou ja, een gedicht of een ‘zeer kort verhaal’ komt nog wel binnen. Als een vitaminepilletje. Maar literair werk van langere adem? Hoe moet je dat in godsnaam in je dag proppen? Moe van al de feitelijke kennis zet je ’s avonds een film op ter ontspanning. Je hebt een ipad aan het plafond bevestigd. Daar lig je onder. Op je hoogslaper. De ‘sleeptimer’ telt de minuten af. Meestal val je ergens halverwege in slaap.

Barney volgt in ‘Barney’s Versie’ zijn grote liefde (die zijn derde vrouw wordt) op de trouwdag met zijn tweede vrouw.

Vanavond houdt ‘Barney’s Version’ je aandacht langer vast. Is het een geweldige film? Misschien niet. Maar soms lijkt herkenning voldoende. Wat is het aan de etterbak en cynicus Panovski dat je geboeid in hem blijft tot het einde? Sowieso het uitstekende acteerwerk van Paul Giamatti (hij kreeg een Golden Globe voor deze rol). De relatie met zijn vader ongetwijfeld; een interessante rode draad in de film en in het leven van de hoofdrolspeler.

Maar bovenal vind je het besluiteloze voortmodderen van Barney aandoenlijk. Verstoken van doelbewuste – want op ware wensen gebaseerde – keuzes belandt hij in benarde situaties zoals dat zo vaak gebeurt als beslissingen niet op tijd noch met volle overtuiging worden genomen. Hij sleept zich voort totdat een werkelijk opkomen voor zichzelf niet langer achterwege kan blijven. De moraal wordt gelukkig niet goedkoop daarna: ook dan blijft het een gesukkel van jewelste. Maar hij is tenminste één keer oprecht verliefd geweest (in zijn derde huwelijk).

Ziezo, dat was een aardige synopsis van een uiterst geloofwaardig want navolgbaar bestaan. Barney heeft mensen geraakt met zijn aanwezigheid. Hij zat ook zichzelf in de weg. Het einde van het eerste huwelijk beklemt je zelfs nu nog. Het beslaat het eerste kwartier van de film. Barney heeft een vrouw bezwangerd. Hij voelt de verantwoordelijkheid om met haar te trouwen. Zij maakt een volkomen onverschillige indruk. Haar kind blijkt verwekt door een ander.

Uit boosheid blijft Barney langer van huis weg dan goed is voor beiden. Zij schrijft een brief die hem – door omstandigheden – te laat bereikt. Uit haar zinnen spreekt spijt en liefde. Hij vindt zijn vrouw dood op bed. De schoonvader die later een bezoek brengt aan Barney, vertelt hoe vaak hij zijn dochter – ‘altijd al lastig’ – moest disciplineren en verklaart daarmee ongevraagd waarom zij was wie zij was; op zijn minst het slachtoffer van kleinburgerlijkheid en gebrek aan ouderlijke zorg.

Het is te laat voor Barney om dingen recht te zetten. Steeds weer achter de feiten aanlopen, roep je zo’n situatie over jezelf af? Ach nee, het leven zit vol onvermijdelijkheden, hoe goed je ook je best doet. De één gooit het op een akkoordje met zichzelf, de ander leeft zeer verantwoord en lijkt op het juiste moment de juiste beslissingen te nemen. Maar dat je fouten maakt onderweg, het schijnt erbij te horen. Natuurlijk, er zijn ook regelrechte klootzakken. Je kunt als kijker ongeduldig worden van Barney, of je ongemakkelijk voelen door de gelijkenissen met je eigen geëmmer; hij blijft een sympathieke sukkel.

Je leest nog even een recensie voor het slapen gaan. Pas dan begrijp je dat de film op een roman is gebaseerd. Roger Ebert schrijft: ‘I haven’t read the much-loved novel by Richler, which is told in Barney’s voice and has been compared by some to Saul Bellow’s Herzog. The novel is said to be richer and more complex than the movie, but having only seen the movie, I can respond favorably to what it does achieve.’

Dat een boek waarmee je ’s morgens in je handen staat, ’s avonds in een artikel wordt genoemd, is een ander aspect van de loop van het leven, dat je – als altijd gespeend van het geloof in voorbeschikking – hardnekkig onder het toeval schaart. Je legt ‘Herzog’ terug maar ondergaat de strekking daarvan iets later met een omweg. Soms wordt het brein bevredigd met weetjes, soms stimuleren gebeurtenissen van onverwachte waarde je synapsen op andere manieren. Rare hersenen. Tijd om ze hun dromen te gunnen.

Veel-bullshit-belovende reclame

Maar de ene vorm van communicatie leidt tot de andere.

De verwarring komt steeds op hetzelfde neer. Communicatie heeft niet te maken met wat mensen letterlijk zeggen, maar met de intentie van hun boodschap. Mensen hebben een bedoeling, hun woorden ‘slechts’ een betekenis.

Soms proberen taalgebruikers hun bedoeling te verbergen. Dan hoeft er niet perse sprake te zijn van een leugen. Iets anders zeggen dan je bedoelt, kan een commercieel belang dienen. In dat geval hebben we op z’n minst met misleiding te maken. Helaas is valsheid in reclame zo geaccepteerd dat we het als een legitieme vorm van zakendoen zijn gaan zien.

Tijdens de lange reis leren vader en zoon elkaar pas echt kennen.

De film Nebraska uit 2013 toont vormen van communicatie op verschillende niveaus. Een oude man ontvangt een brief van een bedrijf waarin staat dat hij een miljoen heeft gewonnen. Hij ziet niet in dat dit slechts een wervende tekst is, bedoeld om hem iets aan te smeren. Hij kan het niet uit zijn hoofd zetten en blijft er steeds op terugkomen dat er ergens een prijs op hem ligt te wachten. Daar wil hij naartoe.

Zijn huisgenoten worden ongedurig van zijn dwaling, zoals je geagiteerd kunt raken van constante commercials. Op een gegeven moment besluit de zoon des huizes om zijn vader dan in godsnaam maar mee te nemen naar het bedrijf in Nebraska om die zogenaamde prijs op te gaan halen. Het wordt een interessante road movie waarbij de communicatie van de zoon richting vader steeds meer de kenmerken krijgt van berusting en respect.

Boodschappen letterlijk nemen? Beter van niet, als het uit de richting komt van marketing types. Maar een lichtdementerende vader die een onhaalbaar verlangen koestert? Waarom niet tenminste de moeite nemen om die wens zo goed als mogelijk te vervullen? Vooral als het een interessante tocht oplevert en een nieuwe benadering van iemand die je dreigt te verliezen.

Tegen een wrede ziekte is helaas niet veel te doen. Maar misverstanden en ergernissen in de communicatie laten zich gelukkig nog wel ‘genezen’.