Misbaksels verdienen geen voetstuk

Leve de verfspuiters met een inclusiever beeld van het verleden.

Ik ben er voor hoor: het van top tot teen bekladden van ‘monumentale’ mannen die fout zaten in onze koloniale geschiedenis en dus beslist geen voetstuk verdienen. Dat verkeerde verleden vormt voor mij niet eens het hoofdprobleem. Het zou slechts een aanleiding zijn om er eens lekker over heen te gaan met verfpotten in verschillende kleuren. En om teksten op de sokkel te schrijven als ‘Wangedrocht’, ‘Misbaksel’ of ‘Lelijk uitgietsel’.

Heftiger mag ook natuurlijk (Dief, Racist, Fascist, Fuck You), maar zelf voel ik geen boosheid, slechts completeerwoede. Ik heb deze sculpturen als kunstwerk altijd te onaf gevonden, juist omdat ze zo af waren. Er ontbrak iets aan, een destructieve ‘touch’. Dat hyperrealistische heeft iets onbehaaglijks. Dat een reactie mijnerzijds uitbleef had te maken met luiheid en goed fatsoen. En met angst voor de gevolgen.

Wat ik dan weer jammer vind, is dat besloten wordt de beelden, juist in dit stadium van vervolmaking door verf en verminking, uit de openbare ruimte weg te halen.

Houd je van één of meer van de volgende dingen: druipsteenkaarsen, stalagmieten, veel stroop op je pannenkoek, filmpjes van tsunami’s of aardverschuivingen, lawines, bouwvallen, schroothopen, sloopplaatsen, Jackson Pollock en ander abstract expressionisme? Dan zal deze nieuwste ‘rage’ je aanspreken, denk ik.

Vogelkak op bronzen koppen heb ik ook altijd prachtig gevonden. Van die witgele meeuwenflatsen met nog iets onverteerbaars erin. Als vrije vogel zou ik deze heren graag in de haren zitten. Ik zou keihard krijsen en mijn grote boodschap doen vol onverwerkte klonters. Jammer hoor dat er altijd een ambtenaar opduikt met een hogedrukspuit die het ‘verhaal’ dat daar ontstaat – de kunstzinnige interactie zeg maar – onbewogen uitwist.

Nu maken mensen met kennis van zaken en veel gevoel voor rechtvaardigheid mikpunten van deze voorbije helden. Ik vind het resultaat van hun acties veel beter dan een bordje erbij met een genuanceerde uitleg over de historische figuur in kwestie. Boze mensen schrijven betere teksten. Woorden die ik niet uit m’n spuitbus zou krijgen. Esthetischer ook vanwege de rijkgeschakeerde kronkels en het bonte kleurgebruik.

Verwijdering van ledematen komt het resultaat ook ten goede, vind ik. Wat ik dan weer jammer vind, is dat besloten wordt de beelden, juist in dit stadium van vervolmaking door verf en verminking, uit de openbare ruimte weg te halen. Niet doen overheden. De wisselwerking in het spanningsveld tussen heden en verleden geeft deze struikelblokken de esthetische status die openbare kunst zo vaak moet ontberen.

Nou goed, een overtuigende tekst richting bestuurders is niet aan mij besteed. Ik heb weleens een gedichtje geschreven over dit fenomeen, dat ik hierbij afdruk. Ondertussen zeg ik: succes woedende massa, maak iets moois van jullie pispalen. (P.S.: met het ‘crapuul’ in onderstaand rijm doel ik niet op jullie hoor.)

Schijtnesten (Memento Park)

Ze leken bij hun leven reeds verouderd,
toch staan ze hier nog even breedgeschouderd
op hun sokkels aan de grond:
de boven elke smart verheven beelden
van hoogbevoorrechten en ruimbedeelden
hun hoofden zwaar van stront.

Het onkwetsbaar brons van de gewezen helden
moest het in ieders plaats ontgelden
maar na de stenen en de kogels
waaraan ’t crapuul zich heeft bezeerd
is de rust onder hun blikken weergekeerd;
standvastig nog als pleisterplaats van vogels.

(Uit de bundel Schrammenbloed, ©Cum Suis, 2012)

De cursus ‘succesvol naar werk’

Omdat ik vandaag alleen de laatste zin citeerde van een gedicht van Komrij, plaats ik het hier in z’n geheel. Waarschijnlijk ook omdat het vrij nauwkeurig het gevoel verwoordt, dat mij bekroop, toen ik probeerde om nog iets van een – op losse schroeven staand – geloof in mezelf overeind te houden.

Dat moest! Ik was op een cursus van het UWV genaamd ‘succesvol naar werk’ en zelfrelativering of cynisme waren verboden. (Bijvoorbeeld over wat we de natuur aandoen met onze ‘business as usual’).

In het kader van de ‘STARR-methodiek’ moest ik aan de hand van voorbeelden vertellen waar ik goed in ben. “Zo voelt het meer eigen en minder als een verkooppraatje” instrueerde mij een overigens zeer aimabele en kundige coach. Ik hield, met ingehouden wantrouwen, mijn obligate voordracht over een wapenfeit dat ook kan worden uitgelegd als een mislukking.

Dit is het eerste gedicht uit ‘Het derde stuk’ met de titel ‘Natuur ligt in dromen verzonken’. Net als de ‘je’ in dit gedicht koester ik idealen omtrent de heilzame werking van de natuur maar hoor ik ook dagelijks tegenstemmen die zeggen dat het zinloos is om nog te strijden voor een beter milieu. De wereld gaat aan een verkeerd soort vlijt ten onder, de geweldige inspanningen van jonge helden als Greta Thunberg c.s. ten spijt. Dank je Komrij dat je er was en bent voor mij om alles te relativeren in een paar ironische dichtregels.

Hoog op de gele wagen

Je hebt Goddank twee goede longen, 
want als jeRookt dan piep je niet. 
Je hebt ook een goed hart
Daarbij, want dans je voor je bed een walsje
Dan voel je je dolgesprongen, niet benard.

Je hebt immers een zéér fijne neus voor vuile
Lucht, en slinks bespoten snijbonen en sla.
Om het zemelloze kadetje kan je huilen,
En je grijpt zesmaal ’s daags naar de tandpasta.

Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd,
Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,
En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp
Dan tien jaar maf tussen de dennennaalden.’

Gerrit Komrij (1944-2012) 
uit: Ik heb Goddank twee goede longen (1971)