Wanneer – als – indien – mits – tenzij

Wanneer, als , indien en mits drukken allemaal een voorwaarde uit. Vergelijk de volgende zinnen maar.

  • Wanneer het mooi weer is, ga ik naar het strand.
  • Als het mooi weer is, ga ik naar het strand.
  • Indien het mooi weer is, ga ik naar het strand.
  • Mits het mooi weer is, ga ik naar het strand.


Bij tenzij gaat het om een ‘negatieve’ voorwaarde. Tenzij geeft aan dat de handeling of gebeurtenis niet doorgaat als aan de voorwaarde wordt voldaan.

  • Je mag naar dat feest, tenzij je een onvoldoende hebt. (Als je een onvoldoende hebt, mag je niet naar dat feest.)
  • Ik laat de hond uit, tenzij het regent. (Als het regent, laat ik de hond niet uit.)