Vertolkster gezocht van een vertaling

Beste Mevrouw Kaandorp,

Ik heb een vertaling c.q. bewerking gemaakt van het lied ‘Entre l’amour et l’amitié’ van Henri Tachan.
Nu weet ik wel dat u een eigen repertoire hebt en als geen ander in staat bent om originele songs te schrijven.
Volgens mij kunt u genoemd lied echter prachtig vertolken.
Wilt u mijn vertaling raadplegen?
Ik hoop van u te horen.

Met een vriendelijke groet,
Ronald van Noorden

Licentie verleend door UMG (namens Universal Music Division Barclay) en 1 organisatie voor muziekrechten.

Ha Ronald,

Mooi lied, mooie bewerking ook. Ik krijg gemiddeld per jaar een liedje of 10 toegestuurd door allerlei vriendelijke mensen. Ik heb er helaas nog nooit een kunnen gebruiken. Vaak zijn ze gewoon te slecht, soms behoorlijk goed, maar het grootste probleem is meestal dat het gewoon mijn idioom niet is. Er staan dan woorden in die ik zelf nooit zou gebruiken en dus ongeloofwaardig klinken uit mijn mond.

Jouw lied zit erg goed in elkaar, een mooi thema ook, maar het is niet een tekst die bij mij past.

Maar bedankt voor het toesturen en ik wens je veel succes met teksten schrijven.

Hartelijke groet,
Brigitte Kaandorp

Entre l’amour et l’amitié
Henri Tachan

Entre l’amour et l’amitié
Tussen verliefd zijn of bevriend
Il n’y a qu’un lit de différence,
ligt heus geen wereld van verschil,
Un simple “pageot”, un “pucier”
(Een simpel bed, onaangediend)
Ik heb je lichaam niet verdiend

Où deux animaux se dépensent,
(vraagt het verlangen wat ’t wil,)
maar waar een weg is is een wil.

Et quand s’installe la tendresse
Als dan wat tederheid ontstaat
Entre nos corps qui s’apprivoisent,
tussen van schuld doordrongen lijven,
Que platoniquement je caresse
Als ik je strikt platonisch streel
De mes yeux ta bouche framboise,
maar wij de liefde haast bedrijven,
Alors l’amour et l’amitié
staart dan verliefd zijn of bevriend
N’est-ce pas la même romance?
niet door dezelfde roze bril?
Entre l’amour et l’amitié
Zeg me, verliefd zijn of bevriend

Dites-moi donc la différence…
wat is nog eigenlijk het verschil?

Je t’aime, mon amour, mon petit,
Al heb je… mijn liefde…verdiend
Je t’aime, mon amour, mon amie…
blijf jij…toch maar liever…mijn vriend…

Entre l’amour et l’amitié
Tussen verliefd zijn of bevriend
ils ont barbelé des frontières,
heeft men de grenzen aangegeven,
Nos sentiments étiquetés,
Onze gevoelens, uitgekiend,
Et si on aime trop sa mère
’t wordt allemaal precies omschreven
Ou bien son pote ou bien son chien,
Zo hou je van je man, zo van je hond
Il paraît qu’on est en eau trouble,
we worden in ’t nauw gedreven,
Qu’on est cliniquement freudien
Jij bent een homo, jij bent bie
Ou inverti ou agent double,
dus wil je daar dan ook naar leven?
Alors qu’l’amour et l’amitié
Of wij verliefd zijn of bevriend
Ont la mêm’e gueule d’innocence,
houdt dat maar liever even stil
Entre l’amour et l’amitié
Zeg me, verliefd zijn of bevriend
Dites-moi donc la différence…
wat is nog eigenlijk het verschil…

Je t’aime, mon amour, mon petit,
Al heb je… mijn liefde…verdiend
Je t’aime, mon amour, mon amie…
blijf jij…toch maar liever…mijn vriend…

Entre l’amour et l’amitié
Met dat verliefd zijn of bevriend
La pudeur a forgé sa chaîne,
voelden wij ons vaak verlegen,
A la barbe du Monde entier
Je werd gezien, je werd gescreend
Et de ses gros rir’es gras de haine,
je had de hele wereld tegen,
Bon an, mal an, les deux compagnes
Door dik en dun, wij met z’n twee
Se dédoublent ou bien s’entremêlent,
je kon ons niet meer zomaar scheiden,
Comme sur la haute montagne
Wij vlogen op de wolken mee
Le ciel et la neige éternelle,
er kwam geen ander tussenbeiden,
Entre l’amour et l’amitié
Of je bevriend bent of verliefd
Se cache un petit bout d’enfance,
daar staat een kind nog niet bij stil,
Entre l’amour et l’amitié
Tussen verliefd zijn of bevriend
Il n’y a qu’un lit de différence…
ligt heus geen wereld van verschil…

Je t’aime, mon amour, mon petit,
Al heb je… mijn liefde…verdiend
Je t’aime, mon amour, mon amie…
blijf jij…toch maar liever…mijn vriend…

Paroles et Musique: Henri Tachan
Vertaling/bewerking: Ronald van Noorden

Soms brandt het hart gewoon te fel

What’s in a name? (Een redeloze redekundige ontleding)

Ik heb een man gekend wiens voor en achternaam een (goed vervoegde) zin vormden in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Ik kwam erachter dat zo’n perfecte combinatie van onderwerp en gezegde best vaak voorkomt. Men noemt het een naamzin. Van het fenomeen bestaan verzamelingen op internet. Je vindt daar namen van bekende en onbekende Nederlanders. In de derde persoon enkelvoud bijvoorbeeld de volgende: Susan Baart, Ben Bot, Jan Bout, Doesjka Dubbelt, Eddy Hoost, Johan Kaart, Wim Kan, Agnes Kant, Wim Kat, Klaas Knot, Willem Lust, Peter Post, Menno Pot, Jan Rot, Hannie Schaft, Peter Schat, Ted Troost, Jan Wit, Rinus Belt, Pieter Fluit, Michael Hobbelt, John Keet, Jan Proost, Max Put, Willem Raadt, Marjolein Schaart, Gerrit Jan Slaat, Eric-Jan Staat, Luc Verhaart, Jan Zweet.

Terug naar de onderwerp/gezegde combinatie die ik persoonlijk heb gekend. Ik ontdekte dat de bezitter van deze naam vreemdging. Ook dit is niet uitzonderlijk. Het aantal vreemdgangers is onmetelijk. Je moet specificeren om daar een interessante verzameling uit te puren. Je zou bijvoorbeeld alle treindienstleiders kunnen samenbrengen die vreemdgaan met collega treindienstleiders. Echter: dit roept een onprettig gevoel op. Er komt geen glimlach op het gezicht zoals bij de verzameling naamzinnen. Zo’n lijst is niet grappig.

De treindienstleiders van Prorail beheersen – zo beheerst mogelijk – het veilige verloop van het treinverkeer in hun eigen verantwoordelijkheidsgebieden.

De vreemdganger had een vrouw die er ook niet vrolijk van werd. Zij had trouwens alleen maar een vermoeden van wat er gaande was. Ik wist meer maar ik heb haar nooit wijzer gemaakt. Zij was er slecht aan toe. Zij leed aan een inbeeldingsziekte, genaamd tinnitus, die volgens mij het gevolg was van haar zorgen om het bedrog. Ze hoorde geluiden die er niet waren maar ze zag geen spoken wat betreft haar verdenkingen. Ook mijn hart deed zeer. Ik had het gevoel dat ik een vriend verloor – ja hij was zonder meer een vriend van mij – en een collega treindienstleidster op wie ik graag zo’n zelfde indruk had gemaakt als waartoe hij in staat was.

Ik was verliefd op haar. Op het werk schoof ik de verkeersleidingsschermen uit elkaar om door de spleet die zo ontstond naar haar te kunnen kijken. Ik vertelde hem – die ik toen nog over zulke dingen in vertrouwen nam – hoezeer ik het te pakken had. Hij begreep dat. Niet veel later maakte hij dat ook in daden duidelijk. Hij concretiseerde zijn verovering voortvarend. Kunstenaar van huis uit vertelde hij zijn vrouw dat hij toe was aan een eigen atelier waar hij zijn creativiteit de vrije loop kon laten. Hij had zijn kunstenaarschap als treindienstleider teveel laten versloffen. Zo’n artistieke werkruimte vond hij snel. Het werd een broedplaats waar de creatieve sappen vrijelijk konden stromen.

Overmand door jaloezie ben ik toen te ver gegaan. Ik gedroeg mij als een privé detective met een te groot persoonlijk belang. Ik heb gedrag ten toon gespreid dat een vriendschap en een liefde onwaardig is. Dat ik de waarheid omtrent de geliefden boven water kreeg was geen excuus. Ik hield de ontdekking wel voor mezelf, misschien diende dat als verzachting voor mijn speuractiviteiten.

Liefde voor de één kan, zoals wij weten, een bittere uitwerking hebben op de ander. Ik ben niet iemand die de volger van het hart veroordeelt, zelfs niet als zijn handelingen het daglicht niet kunnen verdragen en hij dierbaren in het ongeluk stort. Meestal zijn de gevolgen onoverkomelijk en niet gemeend. Ze zijn de uiterste consequentie van de passie en ik bezit te weinig moraal om daartegen – voor mijzelf geloofwaardig – te preken. Ook mijn gewezen vriend handelde niet uit moedwil maar uit noodzaak. Zijn hart stond in vuur en vlam, en god, wat begreep ik dat. Tenslotte deed hij zijn naam alleen maar eer aan. In de onvoltooid tegenwoordige tijd. Die nu toch achter ons ligt.

Een naam die de lading niet dekt

Toch blijkt mijn boekje down under wel bruikbaar.

Hij vroeg er zelf om. Dus heb ik een naar Australië geëmigreerde vriend mijn bundel toegezonden. Vroeger gaf hij niets om poëzie maar er kon in al die jaren iets veranderd zijn. Het blijkt dat ouder wordende immigranten, hoe goed geassimileerd ze ook lijken in hun tweede vaderland, opeens weer versjes in hun moedertaal gaan zingen.

Mijn boekje is inmiddels berucht in huize VanderVeen. Het ligt op het nachtkastje. Vader heeft vrouw en kinderen wijsgemaakt dat het pikante lectuur bevat. Hij spreekt de naam van mijn eenmansbedrijfje dan ook uit als ‘Cum Sauce’. Zijn gezin was onthutst. Wie noemt zijn zaak nou ‘Spermasaus’? Ik meende zelfs iets van walging te zien in gezichten op de achtergrond toen ik laatst met mijn vriend zat te skypen.   

Achtergronden van videobellers die boekdelen spreken.

Ik had in eigen land al moeite om uit te leggen wat ik met de naam Cum Suis bedoelde. Ik schreef op mijn site:

Ik heb voor de Latijnse uitdrukking Cum Suis gekozen om een platform te zijn voor collectieve schrijfprojecten. Cum Suis betekent ‘met de zijnen’. Je spreekt het uit als ‘koem soewis’. De afkorting wordt vaak gebruikt in wetenschappelijke publicaties (Professor Van Dalen c.s.). Dan gaat het om werk van deskundigen waarbij ieder zijn bijdrage levert op grond van de eigen specialisatie. Een dergelijke toepassing laat ik graag aan de geleerden over. Maar het gezamenlijke van die aanpak spreekt mij aan. Liever dan commercieel te zijn, wil ik mij met Cum Suis presenteren als een organisatie voor gezamenlijke belangen en bezigheden.

Van dat collectieve ben ik allang weer afgestapt. Cum Suis is nu een eenmansuitgever in de meest letterlijke zin. Ik publiceer alleen maar eigen teksten. Behalve het drukken doe ik alles zelf. Niets ‘met de zijne’ dus. Ook hier dekt Cum Suis de lading niet. De naam is ongelukkig gekozen.

Het nachtkastje is op zich een eervolle ligplek voor een bundel. Mijn boekje schijnt down under een soort van signaalfunctie te hebben. Soms hoeft mijn vriend er maar een klein stukje uit voor te lezen of zijn vrouw begrijpt waar hij heen wil. De harde g in de Nederlandse taal blijft ze raar vinden maar voor de rest werkt zijn koeterwaals klaarblijkelijk opwindend.

Ook zij grijpt soms naar de ‘Cum Sauce Bible’. Ze slaat het boekje op, imiteert wat Nederlands klinkende klanken en kijkt alsof ze er iets van heeft begrepen. Een pikante blik, neem ik aan. Onleesbare teksten van ‘Klaarkomsaus’, een pornografische boekenmaker uit een onzedig land. Mijn bundel als afrodisiacum. De Kamasutra is er niets bij. De vriend snapt meteen wat zij wil zeggen.

Mijn dichterschap heeft in Brisbane een nieuwe dimensie gekregen.

‘Beter dan’ zolang het kan

Niets is voor eeuwig normaal.

Voor mij scheen het een uitgemaakte zaak: ik was beter dan de beter als zegger. Mijn taal leek meer solide. Ik hanteerde haar regels consequent. Ik wist nog niet, dat alles maar een kwestie is van afspraak, en dat velen dit communicatiemiddel niet toepassen volgens de regels, maar uit noodzaak, omdat ze iets kwijt moeten.

Er zat hen iets dwars – werkloosheid, honger, dorst, slecht onderwijs, corruptie, armoede, ongelijkheid, oorlog, klimaatverandering – terwijl ik het over een grammaticale kwestie had. Grammatica was wel het laatste waaraan zij dachten. Het echte leven van de overlever kortom, tegenover de potsierlijke drammerigheid van een taaljongen.

Er is geen reden tot arrogantie bij toezicht op het gebruik van de overtreffende trap.

Actueel taalgebruik is het residu van onverschilligheid of slordigheid ten aanzien van de heersende gewoonte. Als een paar mensen zich niet aan de afspraken houden, hebben puristen de neiging om schamper te doen. Maar als een meerderheid de regels aan z’n laars lapt, zijn ze zelf het haasje. Dan worden de wetten aangepast. Vingerwijzen heeft geen zin meer. Taal heeft geen boodschap aan wie traditioneel en onverbiddelijk blijven.

Zoals het er nu voorstaat met de ‘trappen van vergelijking’ ben ik niet beter dan de beter als gebruiker. De kwestie hangt er om. Na de vergrotende trap komt in de schrijftaal vooral, maar niet uitsluitend, het voegwoord dan; in de spreektaal gewoonlijk als, maar toch ook wel dan. Tot goed begrip van de zaak is een korte historische toelichting noodzakelijk.

In het Middelnederlands werd na een vergrotende trap vrijwel uitsluitend dan gebruikt. In de 16de eeuw begon men in de gesproken taal dan te vervangen door als. Dit gebruik nam steeds toe; in de volkstaal, maar ook in de beschaafde spreektaal, hoor je nu na de vergrotende trap gewoonlijk als.

In de schrijftaal wist dan zich nog lang te handhaven, vooral doordat taalgeleerden uit de 18de eeuw zich hardnekkig aan de oude vorm bleven vastklampen en elk als na een vergrotende trap onverbiddelijk als foutief brandmerkten. Toch ging ten slotte ook bij veel schrijvers de (spreektaal)natuur boven de (schrijftaal)leer. Vergrotende trappen gevolgd door als vinden we nu ook bij onze beste auteurs.

(In het Duits heeft dezelfde verandering zich voltrokken. Ook daar heeft het oorspronkelijke denn plaats moeten maken voor als, welk woord tegenwoordig na vergrotende trappen het monopolie heeft gekregen.)

Dan en als hebben dus gelijke rechten. Wie na een vergrotende trap dan wil gebruiken, kan zich daarvoor beroepen op het taalgebruik van vroeger en grammaticale voorschriften van nu. Maar de tijden veranderen en de taal verandert met hen.

Je moet niet vergeten, dat als na vergrotende trappen ook al een eerbiedwaardige traditie (van niet minder dan vier eeuwen) heeft en dat in de moderne taalwetenschap de grammatica alleen een beschrijvende en niet een voorschrijvende taak is toebedeeld. De schrijftaal van nu is nog altijd sterk traditioneel. Die heeft dan ook een voorkeur voor dan na een vergrotende trap. Maar niets is voor eeuwig normaal.

Kies wat je wilt maar wees consequent

Zo typisch voor ons: ‘als je dit doet, doe dan ook dat’.

Daags na de hernieuwde lancering van mijn blogpagina werd ik door een lezer benaderd omtrent een lidwoordkwestie. Eigenlijk ging het over de vraag of het deze blog of dit blog moet zijn, maar deze (of die) en dit (of dat) zijn afgeleid van respectievelijk de en het. Zeg je het misverstand, dan is het dit misverstand (dat ik zou creëren, het zat de lezer hoog). Gebruik je de chaos, dan is het deze chaos (die ik zou veroorzaken).

Tot de lijst van woorden waarbij je zowel de als het kunt gebruiken behoren ook de woorden blog en weblog. Engelse leenwoorden zijn doorgaans mannelijke de-woorden (bullshit, commercial, break, multiplechoicevraag), maar bij bepaalde groepen – bijvoorbeeld stofnamen – is gekozen voor het (het plastic, het teak). Bij blog of weblog kwamen de taalevangelisten er kennelijk niet uit. Daar was het resultaat dus: keuzevrijheid.

Ancient Grammar Police

Ik stel me bij taalregelopstellers serieuze heren voor. Met dat ‘vrijheid-blijheid’ resultaat zullen ze niet echt in hun nopjes zijn geweest. Erg discriminerend misschien om bij taalpuristen alleen aan heren uit de bijbelbelt te denken, maar zo werkt mijn voorstellingsvermogen kennelijk. Terwijl ik zelf ook strikt kan zijn (dat zul je ooit gaan merken).

Nou goed, het kan dus allebei – deze of dit – en dus moet men niet meteen gaan zeuren als ik hier een nuttig blog lanceer. Wat lezen wij daar? Een nuttig blog? Kan het volgens de hierboven geconstateerde ambivalentie in woordgeslacht dan niet ook een nuttige blog zijn? Dat klopt, dat keurt men ook goed.

Bij het-woorden krijgt het bijvoeglijk naamwoord in principe geen -e na het woordje een. Maar omdat het hier om een het-woord gaat dat ook een de-woord is, mag je de regel toepassen die voor een de-woord geldt. Die luidt (en ik citeer hier http://www.taaladvies.net):

‘Een bijvoeglijk naamwoord wordt in principe verbogen als het voor een de-woord staat. Het maakt daarbij niet uit of het lidwoord de, het lidwoord een of een ander woord eraan voorafgaat; ook als er géén lidwoord bij staat, wordt het bijvoeglijk naamwoord verbogen. Bijvoorbeeld: de gele bloem, een mooie auto, die Franse film, rode wijn.’

De schrijver had geen reden om zich druk te maken. Behalve misschien als hij zou hebben gevonden dat ik niet consequent was. Consequent gedrag wordt hoog gewaardeerd in het taalgebruik. Eigenlijk is het hele leven doordrongen van de eis om te kiezen en dan één onophoudelijke lijn te trekken. ‘Als je dit doet, dan moet je ook dat doen (taaljongetje).’

Op deze pagina staat de oproep: ‘volg dit blog’ en pal daaronder de tekst ‘volg deze blog’. Het staat doorgaans nogal slordig als je in de ene zin zus doet, en even verderop zo. Niet mooi en niet handig, tenzij je uit bent op een reactie. Als je deze blog gaat volgen, dan krijg je een leuke blog waarop veel valt te leren.

Beste lezer, je zult inmiddels begrijpen dat dit blog in combinatie met leuk blog een even leuke site oplevert. Druk dus op die volgknop en houd de/het/deze/dit account nauwlettend in de gaten.

Taal is constant in transitie

Een stijlboek biedt tijdelijke strengheid.

Stijlboeken ogen streng. Maar ja, wel begrijpelijk dat de krant met één smoel naar buiten wil treden. In eerste instantie hebben journalisten een eigen verantwoordelijkheid voor wat ze schrijven. Zo’n naslagwerk is dus wel handig. “Kan het nieuwe stijlboek worden geïnstalleerd als update van de spellingcontrole in mijn tekstverwerker?” wil een zelfverklaard opinieschrijver weten. Zo niet, dan moet hij de cosmetische controle van zijn stukken aan de redactie overlaten. (Die werkt trouwens ook zonder automatische spelling-, grammatica- en stijlcontrole).

Het stijlboek van de NRC heeft een herziening gekregen. Naast actualiseren was het doel om enige uniformiteit en consistentie aan te brengen ‘in een liberaal-organische taaljungle.’ Men heeft de operatie niet te stringent benaderd. Sinds de spellinghervorming van 2006 volgt het blad de ‘witte spelling’ en wijkt daarmee af van het ‘officiële’ Groene Boekje. Ook die ‘witte spelling’ is niet heilig voor de krant, getuige enkele afwijkingen op de daarin gepresenteerde voorschriften.

Een greep uit de stijlboeken die de afgelopen jaren zijn verschenen.

In een bepaald opzicht lijken de opstellers van stijlboeken eerder relativerend van aard dan streng. Zij weten als geen ander dat taal leeft. Taalwetten bezitten geen eeuwigheidswaarde. Het kan met taal alle kanten op, dat kunnen we dagelijks lezen en horen. Er zijn schitterende voorbeelden van dichterlijke vrijheid en taalkundige originaliteit. Vaker echter lijkt het persoonlijke tintje dat men aan zijn taal geeft op een tekort aan kennis, interesse of creativiteit. Dat vraagt om bewaking.

Het eigen taalgebruik kan een grote charme en originaliteit bezitten. Maar het bevat ook een beperking tegenover de werkelijkheid van de taal als geheel: de taal dus die door gebruikers tezamen in stand wordt gehouden. Als je te veel afwijkt van die norm verlies je de aansluiting. In het uiterste geval word je niet meer begrepen.

De één wat meer dan de ander, maar we maken allemaal subjectief gebruik van de taal. Wie kent haar wetten, haar regels en haar normen uit z’n hoofd of wil zich er steeds aan houden? De taaltuin is een te groot en mistig gebied voor zelfs een taalpurist om niet zo af en toe in te verdwalen. Soms raken we serieus de weg kwijt. Of we permitteren ons een slingerpaadje juist uit liefde voor verboden – maar fascinerende – terreinen.

Taalwetenschappers laten zien dat je ook objectief over taal kunt nadenken. Met de bestudering van het fenomeen bereik je meer dan met het opleggen van regels. Met andere woorden: taalbewustzijn doet betere diensten dan taalbescherming. Regels en voorschriften hebben zo hun nut als eigen taalgebruik en eigen voorkeur de communicatie van de taalgemeenschap dreigen aan te tasten. Maar wanneer gebeurt zoiets?

Het is goed om te weten dat er getrainde bewakers zijn. Het is fijn om te beseffen dat deze toezichthouders niet snel ingrijpen. Over het algemeen laten ze ons en ons taalgebruik met rust. Ze zien wel waar het heen gaat. Als iemand de taal iets te persoonlijk neemt, maakt hij zichzelf, zoals gezegd, onverstaanbaar. Die zelfregulerende werking lijkt afdoende.

Wanneer wordt het afwijkende geaccepteerd en kan men zeggen dat het incorrecte correct is geworden? De fouten van nu worden niet snel de grammatica van de toekomst maar taal is een open systeem dat nooit voor eens en voor altijd wordt ingesteld; het kan radicale kanten opgaan als de machtige stem van de massa dat wil. Maar alles is tijdelijk.

Taal is een verschijnsel, onderworpen aan de tijd en aan de mensen, dus verandering is onontkoombaar. Wijziging van een aantal stijlregels blijft een beetje een cosmetische operatie. Het verbaast mij altijd dat dit zoveel commotie teweegbrengt. Als het nou over ideologische taalkeuzes ging waaruit een maatschappijvisie en -kritiek van de krant zouden blijken.

Die journalistieke principes heeft de NRC apart opgetekend. Ze staan in de NRC Code (https://nrccode.nrc.nl/). Daarin is te lezen hoe de krant met meer controversiële, maatschappelijke of ideologische taalkwesties omgaat. Men streeft ernaar een beschrijvende krant te zijn, geen voorschrijvende, maar een verandering in de maatschappelijke praktijk zie je altijd terug in het taalgebruik, aldus de hoofdredacteur. Het is goed dat de NRC eenieder oproept om daarop alert te blijven.