Tiny House in de Ardèche (1: Ligging)

Een micromaison op meer dan 16000 m² grond

Waar ligt het kleine huisje? We gaan van groot naar klein, te beginnen met de kaart van Frankrijk. Ik ben graag volledig. Zoom je even mee (in)?

De Ardèche ligt op zo’n 1000 km afstand van Utrecht.
De Ardèche heeft departementsnummer 07. Ardèche maakt deel uit van de regio Auvergne-Rhône-Alpes. Ten zuiden ervan ligt het natuurreservaat en Nationaal Park de Cevennen maar het departement bestaat zelf ook voor zo’n 31% uit bos. De bekendste rivieren zijn de Rhône, de Ardèche, de Chassezac en de Doux.
De regio Auvergne-Rhône-Alpes is op 1 januari 2016 ontstaan door de samenvoeging van de regio’s Auvergne en Rhône-Alpes.
De regio Auvergne-Rhône-Alpes.
Hier zie je de departementen die deel uitmaken van de regio Auvergne-Rhône-Alpes en (in kleur) ook de provincies zoals ze bestonden in de 18e eeuw. Dat gelige gebied waar de Ardèche deel van uitmaakt heette vroeger Languedoc. Dat bestaat nog steeds natuurlijk en loopt viel zuidelijker door. Het blauwe gedeelte heette de Dauphiné. Ten westen van de Languedoc lag de Auvergne. Veel Fransen duiden die streken nog zo aan, vandaar dat ik ze er even bijzet.
We zoomen nu in op de drie arrondissementen van het departement Ardèche. Eén van die arrondissementen is Largentière. Een arrondissement bestaat uit kantons. We gaan naar het kanton Vallon-Pont-d’Arc in Largentière.
Het kanton (in dit geval het kanton Vallon Pont D’Arc dat deel uitmaakt van het arrondissement Largentière) omvat verschillende gemeenten. We gaan naar de gemeente Lagorce.
Eén van de gemeenten binnen het kanton Vallon-Pont-d’Arc heet Lagorce. Het ‘tiny house’ bevindt zich in de gemeente Lagorce. Dat is een gemeente in het departement Ardèche (regio Auvergne-Rhône-Alpes). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Largentière.
Op deze kadastertekening zijn de vele stukjes land te zien van de buren en zie je ook een beekje ten westen van het terrein met nummer 1217. Op 1217 zoemen we in want dat is het terrein waar het over gaat (en waar dus het tiny house staat).
Het ‘Tiny House’ bevindt zich op het stuk grond dat wordt aangeduid als: numéro 1217 de la section K lieu-dit “Les Combeaux”, contenant 16613m². De op dit papier genoemde eigenaar is wijlen mijn vader.
Het terrein heeft als nummer 1217 (zie boven) en heet ‘Les Combeaux’. Het geel/oranje blokje in dit terrein is het tiny house. Zo krijg je een idee van de grootte van het stuk grond.

Zie de andere (nog komende) berichten voor meer details over het huisje zelf.

Limburgse dagen (Moresnet)

Een identiteit die vaak werd omgesmolten. ‘Als een klompje zinkerst.’

Ik zal bescheiden blijven. Ik ben op zoek naar een verhaal in een gebied waarover het beste essay allang is geschreven. Verder moet ik er voor waken dat ik mezelf niet overgeef aan de troostende illusie van een betekeninsvolle ervaring. Toeval blijft toeval, onder alle omstandigheden. De dag waarop M. en ik Moresnet bezoeken blijkt ook de datum waarop, in 1914, Duitsland er binnenviel en dit kleine gebied beroofde van haar neutrale status. Dat is slechts één van de vele gebeurtenissen waarmee het stuk grond met een oppervlakte van amper 344 hectare te maken kreeg.

Bij de eerste bezetting van je land door een vreemde mogendheid wordt de vaderlandsliefde meestal nog aangewakkerd. Maar stel nu dat je ergens woont waar de nationaliteitswisselingen zo snel gaan dat je nooit het gevoel hebt dat je ergens bij hoort. Bestaat er een betere remedie tegen patriottisme, nationalisme of chauvisnisme? Wat dat aangaat zou je iedereen een dergelijke ontheemdheid gunnen. Gedurende mijn verblijf in Limburg herlees ik een boekje genaamd ‘Zink’ van David van Reybrouck. Hij voert Joseph Rixen op. Deze man heeft in zijn leven vijf nationaliteitswisselingen gekend zonder ooit te zijn verhuisd.

Neutraal Moresnet, officieel Het Onverdeelde Gebied van Moresnet, was van 1816 tot 1920 een neutraal gebied met een oppervlakte van amper 344 hectare dat toebehoorde aan zowel het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (vanaf de onafhankelijkheid aan de nieuwe staat België) als aan Pruisen (vanaf 1871 Duitsland). Het gebied, in de vorm van een stompe driehoek, lag ten zuiden van de Vaalserberg en reikte tot aan de hoofdweg van Aken naar Luik. (Bron: Wikipedia)

Zijn moeder is een dienstmeisje bij een fabriekseigenaar in Düsseldorf van wie ze zwanger raakt en die haar daarom verstoot. Ze komt in 1902 in Neutraal Moresnet terecht dat de reputatie heeft een plek te zijn waar je problemen geheim blijven. Ze brengt haar zoon tegen betaling onder bij een pleeggezin. De jongen wordt speelbal van de bewogen geschiedenis van het ministaatje, dat verder bekendheid verwerft als zinkexporteur, belastingparadijs, smokkelvrijplaats, gokoord en potentiële ‘Esperantostaat’.

De jonge Joseph, verwekt in Pruisen, geboren in neutraal gebied, woont sinds 1915 voor de volgende drie jaar in het westelijk deel van het Duitse keizerrijk. Na de wapenstilstand in 1918 wordt Brussel zijn hoofdstad; hij is pas vijftien en al aan zijn derde nationaliteit toe. Na zijn dienstplicht in het Belgische leger, trouwt Joseph met Jeanne Lafèbre, afkomstig uit Tilburg. Tussen 1934 en 1950 worden elf kinderen geboren, negen zonen en twee dochters. Ze wonen in Kelmis, waar hij bakker is.

In mei 1940 valt Hitler België binnen en annexeert het voormalige Neutraal Moresnet. Inwoners krijgen de Duitse nationaliteit en moeten onder de Wehrmacht gaan dienen. Het nazibestuur wil Jeanne eren met het ‘Ehrenkreuz der Deutsche Mutter’, hetgeen ze weigert. ‘Wat heeft zij als Nederlandse die naar België is verhuisd te maken met een Führer die beweert dat het gezin ‘het slagveld van de moeder’ is?’

In 1943, na de nederlaag bij Stalingrad, wordt Joseph ingelijfd bij de Wehrmacht; later deserteert hij. Na de bevrijding keert hij terug bij zijn gezin, maar wordt gearresteerd door een ondergrondse verzetsorganisatie. Niet als Belg, verdacht van collaboratie, maar als Duitser in dienst van de Wehrmacht.

Een prachtige zin uit het boek vat de geschiedenis van Joseph Rixen samen: “Zonder ooit in zijn leven te verhuizen is hij Neutraal geweest, rijksingezetene van het Duitse keizerrijk, inwoner van het koninkrijk België en staatsburger binnen het Derde Rijk. Voor hij wederom Belg zal worden, zijn vijfde nationaliteitswissel, wordt hij afgevoerd als Duits krijgsgevangene. Hij heeft geen grenzen overgestoken, de grenzen zijn hem overgestoken.”

M. en ik staken de grens van Moresnet over bij het drielandenpunt van Vaals in het uiterste noorden. We deden dat zo onopvallend mogelijk want we wisten niet precies welke coronaregels er golden voor Nederlanders in België. Twee uur later arriveerden we in Kelmis. Het was ons inmiddels wel duidelijk dat er niet werd gecontroleerd op wat dan ook. Wat dat aangaat had het jaar 1850 kunnen zijn. Toen had Neutraal Moresnet slechts één wetsdienaar, de veldwachter, die niemand kon arresteren omdat het land geen gevangenis bezat.

Je suis comme le roi d’un pays pluvieux,
Riche, mais impuissant, jeune et pourtant très vieux,
Qui, de ses précepteurs méprisant les courbettes,
S’ennuie avec ses chiens comme avec d’autres bêtes.
Rien ne peut l’égayer, ni gibier, ni faucon,
Ni son peuple mourant en face du balcon.
Du bouffon favori la grotesque ballade
Ne distrait plus le front de ce cruel malade;
Son lit fleurdelisé se transforme en tombeau,
Et les dames d’atour, pour qui tout prince est beau,
Ne savent plus trouver d’impudique toilette
Pour tirer un souris de ce jeune squelette.
Le savant qui lui fait de l’or n’a jamais pu
De son être extirper l’élément corrompu,
Et dans ces bains de sang qui des Romains nous viennent,
Et dont sur leurs vieux jours les puissants se souviennent,
II n’a su réchauffer ce cadavre hébété
Où coule au lieu de sang l’eau verte du Léthé

(Spleen – Baudelaire)

Mijn meer dan meewarige meedenkster

Aan het eind van de hondenlijn loopt altijd een baasje

In het parkje achter mijn huis word ik bestormd door een chihuahua. Ik voel de liefde. Aan het eind van de rollijn loopt het baasje. Ook zij heeft het goed met me voor.
“Ik weet een baan voor je” zegt ze en frommelt een A4-tje uit haar zak. 
Het blijkt te gaan om een vacature in de zaak van haar schoonzoon. Ik lees: ‘Medewerker klantcontact gezocht.’ 

Een andere hond heeft het uitlaatveld betreden. Een golden retriever die totaal geen aandacht heeft voor onaanzienlijke soortgenoten. Omgekeerd is er wel interesse. Ons keffertje vergeet dat hij vastzit. In zijn kippendrift draait hij een paar keer om mij heen zodat ik word vastgeketend aan mijn baanbegeleidster.

Respectvolle bezoekers bij een plaats delict. Waarom doodde Thijs H. onlangs drie hondenuitlaters?

Haar commando’s om het beest tegendraads terug te sturen halen weinig uit. Als een boeienkoning moet ik mezelf zien te bevrijden. Dat lukt mij net voordat ik stik.

“Wat die baan betreft: dank voor het meedenken”, laat ik mij onmerkbaar ongemeend ontvallen. “Je bent begaan met mijn lot en zoekt daarom mee naar functies waarvan je denkt dat ze mij bevallen. Toch ben ik niet wanhopig, moet je weten. Juist deze baanloze periode maakt het mogelijk om mij te oriënteren op wat ik het liefste zou willen.”

Meteen nadat ik deze woorden heb uitgesproken vraag ik mij af waarom ik mezelf sta te verklaren.  
“Maar je hebt natuurlijk niet eeuwig de tijd” reageert ze. “Op een gegeven moment moet je wel aan de slag.”

Dan komt er een man aan met een buldog. Hiervoor rolt ze de lijn wel op tijd in. 

Menselijke trekjes op het water

Zwaan kleeft niet aan in de buurt van het bellengordijn.

Aan de kade, op de hoek van de Korte Prinsengracht en het Westerdok, staat een vrouw met haar armen te zwaaien. Eerst denk ik dat ze het vaarverkeer staat te regelen maar zoveel boten zijn er momenteel niet op het water. Gelukkig begint ze zichzelf spontaan te verklaren als ik nader.

“Ik begrijp het niet. Die drie zwanen daar zijn constant bij elkaar. Dat is er één teveel, zou je zeggen. Ik zie zwanen altijd alleen maar in koppels.”
Ik moet even nadenken of mijn ervaringen hetzelfde zijn.
“En dan is er die daar” vervolgt ze, een heel andere kant op wijzend. “Die is dus constant alleen. Waarom is er niet minstens één van de drie geïnteresseerd in hem?”

En dan te bedenken dat ik hier kwam om iets te vinden van het luchtbellenscherm naast de Han Lammersbrug. Het is een vinding van het Nederlandse bedrijf The Great Bubble Barrier, en is bedoeld om plastic op te vangen dat anders naar zee stroomt.

“Oh, is het een hij?” vraag ik.
“Nou, dat weet ik niet” zegt ze “het kan ook een vrouwtje zijn. Maar waarom laten die drie anderen haar zo ontzettend aan haar lot over?”
“Misschien zijn het alle vier vrouwtjes” suggereer ik “Of alleen maar mannetjes. Dan valt er niets te paren en vindt er dus geen paarvorming plaats.”

Ik realiseer me dat ik zojuist de mogelijkheid tot het vormen van homostellen heb uitgesloten in de zwanenwereld. Dat was helemaal niet m’n bedoeling. Het laatste wat ik wil zijn louter traditionele levensstijlen. Ook vogels moeten hun vleugels uit kunnen slaan in alle richtingen. Ik weet dat homoseksualiteit voorkomt in de dierenwereld. Ik heb natuurfilms gezien waarin dat wordt uitgelegd.

“Maar als ze geen paartjes willen vormen, waarom trekken ze dan niet gezellig met z’n vieren op?” vraagt de vrouw.

Ik denk na over mogelijke antwoorden op dit volstrekt onverwachte nieuwe dilemma in mijn leven. Mijn gedachten blijven ook hangen bij het woord ‘gezellig’. Was ik nou zojuist degene die alleen maar aan koppelvorming dacht gericht op voortplanting? En mijzelf corrigeerde omdat homoseksualiteit moet kunnen (en gelukkig ook voorkomt) onder dieren? Maar hoe zit het met vriendschappen onder vogels, puur om de eenzaamheid tegen te gaan? Twee aan twee of allen tezamen zou inderdaad voor alle zwanen het beste zijn.

Intussen vervoegt zich een ander persoon aan de kade. Hij is hier, geloof ik, alleen maar voor z’n fiets die aan een paal staat. Ook aan deze kennelijke buurtbewoner legt de vrouw haar probleem voor. De man hoeft niet lang na te denken over het antwoord:
“Tja Leen, uiteindelijk zijn dieren net mensen.” verklaart hij. “Misschien zijn die drie daar het gelul van die ene meer dan beu.”
Na deze korte maar krachtige exegese is hij snel gevlogen.

Anders mooi is ook niet lelijk

‘Pantha Rei’ in luxe zijtakken van het IJ.

M. en ik waren erg gecharmeerd van hoe het hier was, maar moeten bekennen dat de nieuwe buurt ook iets heeft. Nou ja, op het ‘Miljoenengebouw’ na dan, waar horecaondernemer Won Yip een penthouse kocht. Te hoog voor Amsterdam, en misschien ook te hoekig. Meneer Yip verkocht alweer een deel van zijn 1440 m² aan Marcel Boekhoorn, die zelf het noodlijdende HEMA van de hand deed. Zo nam iedereen afscheid van iets.

De rest van de wijk is lager maar even ‘loeistrak’, ‘ritmisch’ en ‘zorgvuldig’, zoals een krant recenseerde. Als alles klaar is, keert overal het water terug in deze Westelijke havens. Weer een stukje Venetië van het Noorden erbij? Nou nee, daarvoor is het toch iets te symmetrisch allemaal. Is dat erg? Ach, het Prinseneiland ligt op loopafstand.

Op deze ingetekende foto is het zand in de insteekhavens al verwijderd. De Silodam valt links net buiten beeld. Het Pontsteigergebouw (bijgenaamd ‘Miljoenengebouw) was het eerste grote project in de Houthavens dat de aandacht trok.

In de oude Houthavens, waar de stad wegkalfde in wat laatste bedrijfjes, konden we een paar jaar geleden nog op een strandje liggen aan het IJ. Geen echt strand natuurlijk. Meer een tijdelijk met rust gelaten zandvlakte – strand West genaamd – dat even wildernis mocht zijn, net als de rest van de nog onbebouwde vlakte. Dit ‘niemandsland’ tussen de Spaarndammerbuurt en het IJ kreeg tijdelijk bestaansrecht omdat metselbazen de crisis uitzaten. Ook de woningmarkt lag hier dus op z’n gat.

Dat vond de natuur niet erg. Het gebied bevatte een verrassend gevarieerde hoeveelheid dieren- en plantensoorten, zoals de stadsecoloog en een journaliste van AT5 in een reportage lieten zien. Wij waren waarschijnlijk te luidruchtig; wij zagen nooit een vos of een steenmarter. Het is hier nooit stil geweest, wel woest en avontuurlijk.

Vervoer van hout vond na de oorlog veel minder over water plaats, zodat de gemeente besloot om de insteekhavens te dempen. In 1998 sloot de schippersbeurs die was gevestigd in De Bonte Zwaan. Daarmee verdwenen ook een winkel, een kinderopvang en een kleuterschool. Het drijvend kantoorschip werd verplaatst naar de Haparandadam en diende daar als expositie- en werkruimte voor kunstenaars. Pont 13 aan de overkant ging dienst doen als bar/restaurant. In het afgemeerde schip Rochdale One aan de Stavangerweg mochten tijdelijk studenten wonen.

De Silodam is een lange strekdam die aan de oostgrens van de Oude Houthaven uitsteekt in het IJ. Hier zag je al snel waar het in het hele Westelijk havengebied naar toe zou gaan. De Stenen Silo en de Betonnen Silo, waarin men vroeger graan opsloeg, werden omgevormd tot luxe appartementengebouwen. Het Pontsteigergebouw was het eerste grote project dat daarna de aandacht trok.

Natuurlijk lieten projectontwikkelaars lang geleden hun ogen vallen op de kavels langs de kades van het IJ. Als er in 2008 geen kredietcrisis was ontstaan hadden de bulldozers en graafmachines deze droomlocatie allang geprepareerd voor nieuwbouwwijken. Dat is nu toch gebeurd, en de werkzaamheden – nieuwe crisis of niet – stoppen ditmaal voor niets of niemand. Vooralsnog kunnen we, tussen de bouwpercelen, in het tijdelijke zand van de gedempte invaarten, nog bloemetjes plukken. Maar het soort van natuur dat stadsecologen en andere natuurminnaars hier gelukkig maakte, is voorgoed geweken.

Een zondag in de houthavens

Hekgolf en hekhulp

‘Zullen we bootjes gaan kijken?’ vroeg ik.
‘Is goed’ zei M. ‘bij jou of bij mij?’
Het werd ‘Het Schip’, de Houthavens, Rem-eiland, want Rotterdam
verzette mijn zinnen naar de volgende bladzij.
‘Geboortegrond zegt niets’ beweerde ik, en sprong.
Maar die neus van Pinokkio, daar kon ik dus niet bij.
De dag verging in aangenaam gekabbel. Twee oude
slepertjes. Een zondag aan haar (z)IJ.

Van Bilthoven naar Utrecht

NS wandeling Beukenburg

Sommige NS-wandelingen hebben slechte papieren. Ik bedoel dat als je op de kaart kijkt je niet veel natuur kunt ontwaren. Je ziet vooral veel wegen, spoorlijnen en bebouwing. Ik had vooraf een heel hard hoofd in deze route. Wat schetst mijn verbazing: de tocht van Bilthoven naar Utrecht bleek behoorlijk groen. Onderweg was niet alles even mooi maar de fotograaf wordt natuurlijk ook een dagje ouder. Loopt u even met ons mee?

Meneer Boeke was een mafkees die geen schoolbelasting wilde betalen en daarom zijn kinderen van het Montessori haalde. Dan maar zelf voor hoofdmeester spelen. Zijn initiatief liep een beetje uit de hand en voor hij het wist was hij de grondlegger van een eigen school met een eigen onderwijsmethode. ‘Samenwerken, leren en creëren’ werd het motto. Hij noemde zijn initiatief de ‘Werkplaats Kindergemeenschap’. Er werd ‘gewerkt’ met hoofd, hart en handen.

Ook de Oranjeprinsesjes Beatrix en haar zusjes bezochten de Kees Boekeschool. De meiskes waren naar verluid geen bolleboosjes. Hun gedachten dwaalden vaak weg. Op zulke momenten zaten ze een beetje naar buiten te staren (nou ja, op die ene na dan). Dagdromen was op deze school geen probleem. Net als ome Kees deden ook deze (niet leer- maar wel gierige) adelijke dombloedjes later niet aan belasting. Jong geleerd, oud misdaan. (Op de foto: Prinses Irene voor het raam)

Op het Verloren Kerkhof werden sinds 1874 zwervers, zelfmoordenaars en verschoppelingen begraven. Want wee oh wee als die ellendelingen in contact zouden komen met de normale Nederlandsch Hervormde doden. In de Tweede Wereldoorlog kwamen er enkele Joodse onderduikers bij. Die pasten mooi in het rijtje onplaatsbaren. Zoals dat wel vaker gaat met geschiedkundige schandvlekjes worden zulke plekjes later monumenten.

Na enkele kleinstedelijke obstakels konden we eindelijk onze tanden zetten in natuurgebieden ‘De Leyen’ en ‘Landgoed Beukenburg’.

We laten de fotograaf even rustig zijn gang gaan. Ja hoor, prachtig Peter. Maak je me wakker zodra je klaar bent?

Zoveel leesvoer onderweg. Dat maakt deze wandeling ook geschikt voor leesclubjes.

Leuk apparaat. Helaas waren toen wij langskwamen net de kogels op.

Voor dit soort van koorddansen is een zwemdiploma belangrijker dan evenwicht.

Peter wilde ‘koet que koet’ deze foto nemen.

In de jaren ’40-’45 raakte ‘een tweede huis in het buitenland’ opeens erg in zwang bij de oosterburen.

Door een handig stelsel van geluidswalletjes, scheidingswandjes, bruggetjes en onderdoorgangen loop je in een schijn van schoonheid zo de schone schijn in.

Weet je wat, we doen nog een stukje literatuur.

Hee wat leuk, een informatiebord.

Bedankt wandelgenoot, het was gezellig.