Taal is niets anders dan herleiding

De herleiding van gedachten tot hun simpelste vorm.

Het is alleen niet altijd makkelijk om die juiste vorm te vinden. Als de woorden op hun plaats vallen komt een tekst vaak verrassend eenvoudig over. Maar zo ogenschijnlijk simpel als het resultaat ook schijnt, zo moeizaam is de zoektocht naar de juiste woorden. Al was het alleen maar om de vele mogelijkheden die de taal biedt. De keuze is reuze. Je kunt letterlijk alle kanten op wat stijl en woordgebruik betreft. Hoe moet je kiezen uit zoveel varianten?

Taal is, zeg maar, ook echt mijn ding, mevrouw Cornelisse. Met meneer Van Dale – die over de ‘bewerkingsvolgorde in wiskundige expressies’ schijnt te gaan – heb ik minder. Terwijl de Dikke Van Dale zo’n beetje mijn bijbel is. Ik noem mij Taaljongen. Ik wacht op antwoord.

Daarnaast kan taal ook technisch complex zijn. Ken je alle grammaticaregels om foutloos te schrijven? Weet je voldoende van syntaxis, semantiek en interpunctie? Vergeleken met de taal is zelfs de computer een eenvoudig dingetje. Niet verwonderlijk dus dat er fouten worden gemaakt bij het gebruik van dat ingewikkelde instrument.

De taal leeft van haar fouten.

De wetten, de regels en de normen van de taal worden constant overschreden. Je zou kunnen zeggen dat taal springlevend is, juist door die afwijkingen. Dat taal dus leeft van haar fouten. Sommige onvolmaaktheden in het gebruik van taal worden met de tijd inderdaad als welkome veranderingen gezien. Andere groeien uit tot regelrechte taalkwesties waarover lang wordt gesteggeld.

Laten we niet te lang steggelen maar iets moois creëren volgens de bestaande regels en binnen de beschikbare mogelijkheden.

Wij respecteren zijn keuze

Pillendraaister


Drie dragees schreef de dokter
en altijd maar dat meisje
dat diens duisternis vertaalde met een lach.

Ze zette onleesbare briefjes om
van onbegrijpelijk naar onbeduidend,
zichzelf onbetaalbaar makend.

Ze scheen bezorgd, dat was al wat.
Ze maalde en mengde, bundelde
krachten tot een handvol hoop.

Navigerend tussen meterslange lades,
zwevend boven haar precisieschalen,
was zij het enige wat hielp.

“Lees de instructies” zei ze.
Ze waarschuwde altijd
voor bijwerking. Van wie? Van wat?

Maar onvermijdelijk dyslectisch
want te erg voor woorden,
keerde hij potjes in potjes, kraste

zijn vaarwel op een bijsluiter,
en verzamelde moed voor
geen terugkeer meer mogelijk.


Ronald van Noorden © 2012 Cum Suis

Solovlucht van een bipolaire copiloot

Fijn dat het manische mannetje zich een keer weet te gedragen.

Locatie: een hiphopkelder van een middelgrote stad in de provincie. Ik vond de avond saai noch inspirerend. De optredens waren, tot dan toe, tamelijk voorspelbaar. Terwijl de tent toch ‘Home of the Brave’ werd genoemd. Die naam was trouwens ook niet origineel.

Toen ontstond er plotseling commotie. Een man van rond de zestig had het podium betreden. Dit kon best de volgende act zijn. Of een vader die zijn kind zocht. Een gezagsdrager misschien, die iets gewichtigs had te melden? Hij droeg een politiepet, maar dan zo één die ook voor style item kon doorgaan.

Het Eenmansimperium, ©Cum Suis

Hij zei op zoek te zijn naar een weggelopen hond en wilde een oproep plaatsen. Iemand moest van deze wending in het programma op de hoogte zijn, want op zijn aangeven werd op de achtergrond een begeleidingsband gestart. Al snel bleek dat hij het Beat Box tempo niet kon bijhouden. Eigenlijk reciteerde hij meer dan dat hij rapte.

Poëzie met een grote P leek een beetje naar de achtergrond verdwenen.

Misschien maakte dit onderdeel uit van zijn optreden? Een poëtisch protest in een voormalig gemeenschapshuis waar nu alleen nog ruimte was voor Breakdance, bboy, hiphopdance, popping, DJ, Turntablism, scratchen, Rap en Graffiti workshops? Poëzie met een grote P leek een beetje naar de achtergrond verdwenen.

Hij droeg een prozaïsch gedicht voor over ene ‘Raaf’ die misschien voor hem op de vlucht was of in het geheim een ‘terloops gezin’ had gesticht. Het beest kon ook zijn opgepakt door ‘witgejaste mannen’ en nu ergens in ‘een tuig’ staan alwaar zijn ‘kwijl werd opgemeten’.

Klein straatschenderig wezen, waar hang je uit? Wie
heeft je ’t laatst gezien? Ik stelde geen condities aan je
zwerftocht, maar dat je steeds terugkwam gaf mij hoop
(al was het honger dat je naar je hok dreef).

Tot zover deze zoektocht naar zijn huisvriend. Door het gejoel dat uitbrak kon ik de rest van de voordracht niet meer horen. De schrijver/performer begon te jammeren dat het een schande was, maar zo werkte dat hier. Het publiek had een mening en bepaalde. Deze grijsaard wist gewoon te weinig beats in een minuut te stoppen waardoor de boombooms met hem aan de haal gingen en de protesterende buurtjongeren voor zijn boodschap bedankten.

Je moest de stem van de auteur er gewoon niet bij horen, noch hem er bij zien.

Later begreep ik dat het niet aan de woorden had gelegen. Je moest de stem van de auteur er gewoon niet bij horen, noch hem er bij zien. In de rust van een bundel en bij onstentenis van zijn wat al te grote gedrevenheid kwam het geschrevene prachtig geserreerd over. Dat gevoel overkwam mij bladzij na bladzij. Dit leek me echt zo’n geval waar we vorm en vent moesten scheiden in het belang van de schoonheidsbeleving. 

Niet dat ik niets meer wilde weten van de persoon achter de schrijver. Dat zou oneerbiedig zijn richting zijn werk, waarvan ik juist een liefhebber dreigde te worden. Na nog een drietal van zijn optredens te hebben bijgewoond, op diverse plekken, was het mij echter duidelijk dat zijn openbare verschijning eerder afbreuk deed aan wat hij had te zeggen.

(recensie wordt vervolgd)