Verdwaalde


Opeens herkende hij zijn buurt niet meer.
Hij dacht dat de verkeerde tram
hem te ver van huis had gebracht;
hij stapte uit en alles was hem vreemd.

Hij liep zichzelf teruggekeerd voorbij,
zag vreemde voeten onder zich verdwijnen.
Aan wie vroeg hij de weg dat hij een
kamer in dit huis kreeg naast de mijne?

Hier was het goed, hij werd meteen begrepen.
Maar hij verdwaalde dieper in zichzelf.
Er staken, zei hij, ogen in zijn rug;
hij moest en zou naar huis terug.

Daar is hij ook beland. Gehaald door iemand
die hem vreemd was, werd hij met foto’s
van zichzelf bedrogen; hij kreeg het ware
nooit zo waar meer onder ogen.

Maar hij mocht opgaan in andermans
verleden, en kon, al had hij het te leen,
wel instaan voor het leven van een
man die ooit gelukkig scheen.


Schrijver: Ronald van Noorden © 2012 Cum Suis

Bij de boekpresentatie van een oud-journalist.

Heb je ooit geloofd voor altijd bovenop het nieuws te leven?
En zag je werkelijk het lekken van je pen voor feiten aan?
Van wat ik teruglas denk ik: als jij de krant maar haalde.

Ooit kun je hoegenaamd geen kwaad meer. Nu doet er nog
iets zeer. Er zijn ideeën. Je borrelt na. Je graaft een gat om bij
een gat te komen. Dat boek? Nou goed, het is je eerste keer.

Je noemt je carrière veelbewogen en geeft over de terugtocht
van dat front nog altijd op als een soldaat. Je klinkt met oud-
gedienden die ook beknibbelden op wat ze het liefste deden.

Moet er werkelijk iets worden rechtgezet? Wie of wat stel
je veilig? Wat vreet er zo aan veteranen? Je wilt op een
verleden wijzen? Werk dat ons aanstaart van de planken?

Ik vond dat nu juist één van je sterkere kanten: dat er niets van
eeuwigheid aan je kleefde. Het scheen er onverhoeds bij
ingeschoten. Je was vergeten te ijveren voor het nageslacht.

Helaas. Onszelf vergeven gaat niet zonder inktverlies.
Maar hoe gedegen wij ons ook herschrijven, hardnekkig
onkruid kruipt omhoog langs de regels.

Ronald van Noorden; ©Cum Suis, 2020

Painting: The writer and his destiny by Kiril Katsarov.